Leestijd: 14 minuten

Terug naar de bron

Vorstin Emma bubbelde er in een koperen koolzuurbad en haar Belgische collega Marie-Henriëtte beviel het er zo goed dat ze bleef tot haar dood. Daarna begon voor Spa het grote verval. Met een hightech relaxcomplex begint de koningin aller kuuroorden nu een nieuw leven.

Duizenden luchtbelletjes plakken aan me vast, de grotere aan mijn huid, de kleinste aan de haartjes op mijn armen en benen. Bij iedere beweging bruist het wateroppervlak onstuimig. Een glimmend opgepoetst koperen bad is gevuld met hetzelfde licht prikkelende bronwater dat wij Nederlanders op zomerdagen op het terras drinken. De ijsklontjes ontbreken, het water is op lichaamstemperatuur. Reuze comfortabel, maar belangrijker is dat mijn huid per minuut zo’n vijftig milliliter koolzuurgas opslorpt. Dat versnelt de bloedsomloop, verlaagt de bloeddruk en vergroot de longcapaciteit. Mijn immuunsysteem sterkt aan, mijn zenuwsysteem kalmeert en ik voorkom hart- en vaatziekten. Ik bubbel niet zomaar in een bad Spa Marie-Henriette, nee, ik lig gezonder te worden.

‘Terug naar de bron’ valt nergens letterlijker op te vatten; Spa is de reden dat alle spa’s waar ook ter wereld spa zijn gaan heten. Honderd meter hoog verheven boven het slaperige stadje staat Les Thermes de Spa, een hypermodern relaxcomplex van 15 miljoen euro met een binnen- en buitenbad, jacuzzi’s en watervallen – een watermassa van achthonderd vierkante meter. Verder een sauna en solarium en een wellnesscentrum met massages, pakkingen en baden. Overal klinkt het geklater van spawater. Bij de strak gedesignde receptie borrelt het mineraalwater op uit drie bronnen en in elke ruimte staat een koelkast vol gratis flesjes Spa – je zou in de waterhoofdstad van de wereld eens dorst krijgen.

Spa is de bakermat van het bubbelbad. Toch is het nog wennen voor de smetteloos wit geklede dames in het wellnesscentrum. Rozig sta ik klaar voor de volgende behandeling. Het pakket Spa Thermale heb ik besteld; ik verheug me op anderhalf uur verwennerij waarin ik word gescrubt met en ingepakt in hydraterende spa-spulletjes van Sothys op basis van Spa Marie-Henriette. Er is iets mis; volgens de computer sta ik op de rol voor een Douche Thermale. Misverstandje, kan gebeuren. Makkelijk op te lossen, maar dan heb ik niet met Waalse logica gerekend. Na wat koortsachtige telefoontjes vertelt de receptioniste dat ik mijn bestelde behandelingen niet kan krijgen. De thermale douche kan wel, maar douchen doe ik dagelijks en al zou het nu een douche met Spa-Blauw zijn, ik ben net in bad geweest. Een massage als alternatief zit er om onduidelijke redenen niet in en dus stokt mijn portie verwennerij bij het koolzuurbad.

Gelukkig biedt het zwemparadijs genoeg gezond vertier. Het binnenbad, onder een grote glazen koepel, heeft stiekeme hoekjes waar het bubbelt en borrelt en bruist van jewelste, er is een solarium met ligstoelen en via een pierenbadje zwem ik zo naar buiten. Daar schommelt de temperatuur rond het vriespunt, maar het spawater meet 32 graden. De stoomwolken komen ervan af. Allerlei ‘waterspelen’ zijn er, van waterkanonnen tot waterzetels, allemaal met panoramisch zicht op de stad in het dal. Poedelen in de vrieskoude buitenlucht in een weldadig warm zwembad vol Spa-Blauw, da’s een decadent genoegen.

De oude Romeinen ontdekten de borrelende bronnen van Spa, maar beroemd wordt de geneeskrachtige werking van het ijzer- en zwavelhoudende mineraalwater pas in de 16e eeuw. Dat trekt welgestelde kwakkelaars uit heel Europa. Het is in die dagen een mondaine boel. Overdag wordt gekuurd bij de bronnen – reuze serieus langs een door de kuurarts voorgeschreven wandelroute en met een glazenteller – en in het badhuis. Rond het avonduur wordt geflaneerd in het Park der Zevende Uur, dan decadent gedineerd en aansluitend is er bal. Tot het ochtendgloren gokken in La Redoute en de Waux-Hall en de roes uitslapen in de vijfsterrenluxe van het Grand Hôtel de Spa. Met een bezoek aan de Sint-Remacluskerk zijn alle zonden van de voorgaande nacht alweer vergeven en vergeten.

Spa wordt wereldberoemd als het Café de l’Europe, de deftigste ontmoetingsplaats van Europa. De sjah van Perzië, de tsaar van Rusland, componist Meyerbeer en schrijver Victor Hugo, allemaal komen ze. Want wie niet in Spa was geweest, telde niet mee. Uit Nederland komen achtereenvolgens Willem I, II en III met hun eega’s – koningin Emma was dol op mijn koolzuurbad. Haar Belgische collega Marie-Henriette beviel het in Spa zo goed dat ze er in een royale villa bleef wonen tot haar dood. Behalve de Source Marie-Henriette, die de baden van het thermencomplex vult, is ook de Source de la Reine, die van de Spa-Blauw, naar haar vernoemd.

Spa heeft de bezoeker veel te bieden, als die tenminste niet vies is van vergane glorie. De lokale VVV noemt Spa trots ‘de Parel van de Ardennen’, maar nadat de Franse Revolutie, stadsbranden en de Eerste Wereldoorlog roet in het eten gooiden, kwam het nooit meer goed. Het oude badhuis, een pronkstuk van belle-époque-architectuur, staat te verkrotten in hartje stad. Ooit waren er drie casino’s, nu is er nog één en daar is het stil, doodstil.

Maar er gloort hoop. Tijdens mijn bezoek staat net de Peter-de-Grote-bron in de steigers. Het chique prieel dat rond de oerbron van Spa werd opgetrokken, compleet met wintertuin en het Livre d’Or, een reuzenschilderij met de top-100 van beroemde bezoekers, krijgt de opknapbeurt die het verdient. Naar een nieuwe bestemming voor het oude badhuis wordt nog gezocht, eerst is de gietijzeren Leopoldgalerij in het Parc des Sept Heures aan de beurt voor een restauratie. Spa was weggezakt in een diepe depressie, want het zou toch nooit meer worden wat het was, maar sinds de opening van het nieuwe thermencomplex hebben de Spadois nieuwe hoop, en steken ze de handen weer uit de mouwen.

Nu al is er genoeg vertier voor een lang weekend. Spa Monopole, de waterfabriek die behalve de bronnen ook het land eromheen, de thermen en eigenlijk heel Spa bezit, biedt bezoekers een kijkje achter de schermen en er is een klein maar fijn museum over de geschiedenis van het water van Spa. De koninklijke villa van Marie-Henriette biedt onderdak aan het ‘Museum van de Waterstad’, met vooral veel Jolités de Spa, de kunstig beschilderde houten dozen die vroeger mee naar huis gingen als souvenir.

Het leukste museumpje huist in een opgelapte vleugel van de verder totaal geruïneerde Waux-Hall, de zwierige speelhal die uit de grond gestampt werd toen Spa’s eerste casino uit zijn jasje knapte. Het Musée de la Lessive et de la Vie des Lavandières – in gewoon Nederlands: het Wasserijmuseum – is tegelijk het obscuurste. De stormloop in de hoogtijdagen leverde bergen wasgoed op en die gingen de deftige kuurgasten heus niet zelf doen. Uit de wijde omtrek werden wasvrouwen naar Spa gehaald om die klus te klaren. Hoe ze dat deden, zo zonder wasmachines, wordt uiteengezet in een dubbel dozijn zolderkamertjes. Bij het prijskaartje inbegrepen is een bevlogen rondleiding door een ietwat excentrieke gids. Een klein feestje, dat wel planning vergt: in het winterseizoen is het museum alleen open op zondagmiddag.

Laat dat nou net het ideale moment zijn voor de leukste uitstap: de Bronnenroute. Driehonderd bronnen borrelen hier op, waarvan enkele tientallen zijn gecultiveerd met kraantjes, fonteintjes, huisjes of paviljoens. In een ruime halve cirkel van tien kilometer ten zuidoosten van de stad bewandel ik de leukste, te beginnen bij de Source du Tonnelet. In een rond bronhuisje van glas en roodgeschilderd gietijzer klatert het water. De bubbels worden niet in het water gestopt door de spafabriek, nee, het komt kant-en-klaar met koolzuur uit de grond.

De grotere ronde glazen ‘rotondes’ naast de bron dienden ooit als badinrichting, nu huist er een goed Italiaans restaurant in dat nou net tijdens de lunch gesloten is. Bij elke belangrijke bron staat een restaurant, maar in het winterseizoen zijn ze sporadisch geopend. Zo ook het café-restaurant bij de bronnen Sauvenière en Groesbeeck. Van buiten ziet het eruit alsof het de lekkerste koffie en taartjes van Spa verkoopt, maar de deur zit potdicht. Inmiddels rammel ik, maar met al dat bronwater zit omkomen van de dorst er in ieder geval niet in. ‘Drink met mate’ kreeg ik mee van de VVV, want het water zwengelt de spijsvertering aan.

La Géronstère werd ooit ‘de razende’ genoemd. Volgens een reisverslag uit 1629 doet het water ‘braken en kokhalzen’ en ‘maakt ze dronken, een roes die een kwartier duurt en die vergelijkbaar is met de roes die men ondervindt als men voor het eerst rookt.’ Het is wel de mooiste bron van Spa. De bekendste is de Source de la Reine. Daar sijpelt Spa Blauw uit de mond van een prachtig gebeeldhouwd natuurstenen hoofdje, bevestigd in een marmeren fontein met kunstige krullen. Die wetenschap haal ik uit een vierkleurenbrochure van de VVV, want de stalen deur van het kleine witgekalkte bronhuisje zit potdicht.

Spa wordt niet meer platgelopen door kuurtoeristen. Dat geldt ook voor de bronnenroute, zodat je regelmatig voor dichte deuren staat. Elk nadeel heeft z’n voordeel: het woud, zoals de Spadois het bos noemen, heb je ook zomaar voor jezelf. Dat is een genoegen waar geen Utrechtse Heuvelrug tegenop kan. Het bronnenbos ligt ingeklemd tussen de stad en de Fagne de Malchamps, de veenberg waar het regenwater tergend traag doorheen sijpelt om uiteindelijk als mineraalwater op te borrelen. Een wirwar van wandelpaden is uitgestippeld, met de Promenade Meyerbeer als mooiste, compleet met slingerende bospaadjes, Romeinse restanten en kabbelende bergbeekjes. Een sprookjesbos.

Helemaal onthaast kuier ik terug naar de stad, waar de beroemdste bron wacht. Het is de bron waaraan Spa zijn bestaansrecht dankt, die de bewoners in het Waals dan ook gewoon ‘de bron’ noemen – Le Pouhon. In de 17e eeuw kwam hier een bronhuisje dat nu het stadswapen van Spa siert, met in de gevel gebeiteld de heilzame werking van het water: ‘Doet obstructies verdwijnen, doet verharde stoffen splijten, doet vocht opdrogen en versterkt zwakke delen, mits men er regelmatig en met mate van drinkt.’

Dat ondervond tsaar Peter de Grote, die hier begin 18e eeuw op miraculeuze genezing vond en als dank een nieuw bronpaviljoen neerzette. Een eeuw later, toen Spa bij Nederland hoorde, bouwde koning Willem I voor 250 duizend florijnen een pompeuze tempel met Griekse zuilen en weer een eeuw later kwam het huidige parmantige koepelgebouwtje er. Terwijl dat in de steigers staat, klatert binnen het spawater gewoon door. Hier is het wel druk en toch stil; er hangt de gewijde sfeer van een bedevaartsoord.

Peter de Grote kijkt in brons toe hoe we voor twintig cent een plastic bekertje kopen, het voltappen met wonderwater en leegdrinken met een zuur gezicht. Bij alle bezochte bronnen proefde ik het water, om te ontdekken dat het uit de fles toch echt beter smaakt. De geelrode uitslag rond de bekjes van de kokette koperen visjes die als kraantjes dienen, maken duidelijk dat het bronwater ijzer en zwavel bevat. Het ruikt naar verroeste sleutels en verrotte eieren, en precies zo smaakt het ook. Terug naar de bron? Da’s reuze leuk, alleen niet erg lekker. 

Kuren & wellness – wat is het verschil?
De geschiedenis van het kuren is zo oud als de weg naar Rome. Eigenlijk ouder, want de antieke Grieken hadden al in de 6e eeuw voor Christus hun kuuroord: Epidaurus. De Romeinen brachten de badcultuur tot grote bloei: de Thermen van Caracalla (215 n.Chr.) boden plaats aan 1600 kuurgasten en in het hele Romeinse Rijk, van Baden-Baden tot Bath, bouwden ze badhuizen bovenop geneeskrachtige bronnen. In de late middeleeuwen bloeide de kuurcultuur opnieuw op, maar de hoogtij kwam in de belle époque, toen beroemde kuuroorden werden platgelopen door deftige gasten. Sinds eind vorige eeuw maakt wellness opmars – een samenvoeging van well-being en fitness, waarbij de nadruk niet op genezing ligt, maar op ontspanning en genot. Geen vijfsterrenhotel of –resort opent nog zonder spa, zoals die wellnesscentra zijn gaan heten. Daarmee is de cirkel rond, want met het nieuwe thermencomplex stort ook Spa zich op wellness. Gezondheid en beterschap staan nog steeds voorop, zodat Spa een kruisbestuiving is van het ouderwetse kuren met moderne wellness.
Spa Praktisch
Reis & prijs
Spa is goed bereikbaar per trein; vanuit Amsterdam duurt de reis vier uur, met overstappen in Maastricht en Luik, weekendretour vanaf € 65, www.nsinternationaal.nl.
Verblijf
Radisson SAS Palace: fonkelnieuw viersterrenhotel met eigen bergliftje naar de thermen, wellness-arrangementen en een restaurant met gezond spa-menu. 2-pk va. € 170, Place Royale 39, tel. +32 87 279 700, www.radissonsas.com.
Thermen
Toegang tot de baden kost € 17 voor drie uur of € 27 voor de hele dag. Behandelingen variëren in prijs van € 28 voor een koolzuurbad tot € 137 voor een vierhandenmassage. Daarnaast zijn er kuren van een halve dag tot vijf dagen. Colline d’Annette et Lubin, tel. +32 87 772 560, www.thermesdespa.com.
Informatie
Voor vertrek: Toerisme Wallonië, tel. 0900 2020 107 (€ 0,45/min.), www.belgie-toerisme.net. Ter plekke: Office du Tourisme, Place Royale 41, tel. +32 87 795 535, www.spa-info.be.
Nog 5 fameuze kuuroorden
Baden in Baden-Baden
In Duitsland, met een slordige tweehonderd kuuroorden, is kuren een serieuze zaak. Zo zelfs dat het ziekenfonds bijspringt bij een badhuisbezoek. Met stip het chicste kuuroord is Baden-Baden. Aan de rand van het Zwarte Woud waren Dostojevski en Nietzsche kind aan huis, tegenwoordig maken nieuw-rijke Russen de dienst uit. Baden in Baden-Baden kan in stijl in het zwierige Friedrichsbad, in 1877 gebouwd op de ruïnes van de Romeinse thermen. Ook in de moderne Caracalla Therme ernaast wordt lustig gepoedeld in het mineraalrijke water dat uit de bodem opborrelt. www.baden-baden.de
Boheems Badderen
Het beroemdste van drie borrelende badstadjes in de Boheemse Kuurdriehoek, in de westpunt van Tsjechië, is Karlovy Vary. Jugendstil-gevels in zachtgeel, suikerspinroze of pistachegroen, twaalf openbare bronnen in houten of gietijzeren colonnades en barokke badhuizen dateren uit de tijd dat het hier nog Karlsbad heette. Baboesjka’s in bontjassen volgen het voetspoor van Beethoven, Bach en Mozart, Casanova, Goethe en Marx. Decennialang kwijnde Karlsbad weg achter het IJzeren Gordijn, nu is de sprookjesstad weer spic en span. www.karlovyvary.cz
Take a bath in Bath
Het historische Bath, bij Bristol, is het beroemdste (en enige) kuuroord van Groot-Brittannië. De Romeinen bouwden kuurpaleizen rond de heilzame bronnen en twee millennia lang draaide Bath overuren. In de jaren 70 kwam de klad erin en ging het kuuroord op slot. Sinds kort kan er weer worden gebadderd in Bath. Pal naast de Romeinse baden, nu de toeristische topattractie, werd een hightech relaxcomplex vernuftig ingebed in een 18e-eeuws Georgian gebouw. Hoogstandje is een kuurbad op het dak met uitzicht op het Werelderfgoedstadje. www.thermaebathspa.com
In bad met Piaf
Alexandre Dumas, Honoré de Balzac, Guy de Maupassant, Sarah Bernardt, Edith Piaf en Charles Aznavour behoren tot de stoet beroemde bezoekers van Aix-les-Bains in het oost-Franse departement Savoie. Ook hier ontdekten de Romeinen de heilzame werking van het water en Aix ontwikkelde zich tot een mondain kuuroord, compleet met klatergouden casino en dito opera ter vermaak van de deftige gasten. Nog steeds wordt er driftig gekuurd, zowel met bekertjes bij de bron als borrelend in de baden van de Thermes Nationaux. www.aixlesbains.com
Toscaans treuzelen
Rare jongens, die Romeinen. In heel Europa bouwden ze badhuizen, terwijl ze de borrelendste badstadjes om de hoek hadden. Halfweg tussen Florence en Pisa ligt Montecatini Terme. Al in de middeleeuwen werd ontdekt dat het bronwater heilzaam was, eind 18e eeuw verrees het eerste badhuis en pas ná de belle époque beleefde Montecatini haar hoogtij. Van de negen zwierige badhuizen is Tettuccio de beroemdste en Leopoldine de pronkerigste, in de vorm van een antieke tempel met de bron als klaterend middelpunt. www.montecatini.it
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist