Leestijd: 14 minuten

Kuifje aan de Oostzee

Deutschlands Sonneninsel wordt Usedom genoemd – op het Oostzee-eiland schijnt de zon volop en zelfs net zoveel als aan de Côte d’Azur. Boemelen met de Bäderbahn van raketbasis via kuuroord naar zeepier en badplaats.

Hergé moet in Peenemünde zijn geweest. De V2-raket die hier staat opgesteld lijkt sprekend op het rood-wit geblokte exemplaar waarin Kuifje en Bobbie naar de maan werden geschoten – vijftien jaar voordat Neil Armstrong zijn grote sprong voor de mensheid zou maken. Hergé liet zich inderdaad inspireren door de raket die in opdracht van de nazi’s werd uitgevonden door Wernher von Braun – dezelfde Von Braun die ervoor zorgde dat het avontuur van Kuifje realiteit werd door voor de Amerikanen de Apollo 11 te bouwen. Van zowel de fictieve Mannen op de Maan als de échte mannen op de maan ligt de oorsprong in Peenemünde, op dit afgelegen eiland in de Oostzee.

Driehonderd dagen per jaar schijnt de zon op Usedom, maar nu even niet. Het miezert op de voormalige raketbasis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Peenemünde een bedrijvig dorp met villa’s voor Von Braun en zijn rakettechneuten, barakken voor duizenden dwangarbeiders, een vrachthaven, treinstations, een vliegveld en Europa’s krachtigste kolencentrale – maar ook winkels, restaurants, een sauna en een bioscoop. In de herfst van 1944 werden de eerste V2-raketten gelanceerd, die in Parijs en Londen duizenden doden maakten. Peenemünde werd door de geallieerden gebombardeerd, maar veel gebouwen bleken onverwoestbaar en de ruïnes vormen nu een openluchtmuseum.

Naast een kruidenierswinkeltje staat de reusachtige ruïne van een raketbrandstoffabriek, in loodsen naast het spoor en het vliegveld zijn attracties als een speelgoedverzameling en een beddenmuseum ondergebracht en een souvenirwinkeltje verkoopt de V2-raket als bouwpakket. In de kolossale energiecentrale huist nu het Historisch-Technisches Informationszentrum. Een stemmig vormgegeven tentoonstelling biedt er tekst en uitleg over Von Braun en zijn raketten, het werk en leven op de basis, de verwoestende gevolgen van het wapentuig en Von Brauns overlopen naar Amerika, waar hij het van staatsvijand schopte tot volksheld, van Hitlers Raketenmann tot Kennedy’s Rocket Man.

Flaneren in hoepelrok

Peenemünde is beladen, maar dat geldt zeker niet voor de rest van Usedom; verder is het strandvertier en vakantiejolijt alom. Ik stap in de trein die over het eiland langs alle badplaatsen boemelt, de conducteur blaast op zijn fluit en de hemel trekt open – de Usedomer Bäderbahn heeft als bestemming zon, zee en zand. Nächster Halt: Seebad Zinnowitz, waar de diepblauwe zee wordt omhelst door een suikerwit zandstrand vol witte en blauwe strandkorven. Daarachter glooiende duinen vol sappig groen helmgras en een boulevard vol zwierige hotels in romantische Bäderarchitektur, met alle erkers, serres, veranda’s, balkons, koepels, torentjes en tierelantijnen van dien. Kan zo op een ansicht.

Water is er ook aan de achterkant van Zinnowitz: daar ligt het Achterwasser. Dat is dan wel via de meanderende Peenestrom met de Oostzee verbonden maar zo brak als wat en een walhalla voor watervogels en vogelaars. Vanuit Zinnowitz’ kleine jachthaven vertrekt eenmaal daags een rondvaartboot voor een bedaarde boottocht tussen de witte zwanen, langs kleine eilandjes en decoratief in het riet dobberrende vissersbootjes. Dineren met zeezicht bij zonsondergang, dan nog een avondwandelingetje over de zeepier en overnachten in het nostalgische Strandhotel Preußenhof en je wordt zomaar teruggeteleporteerd naar de belle époque.

Zinnowitz ist schön, maar nog lang niet de mooiste badplaats van het eiland. Daarom stap ik opnieuw op de Bäderbahn, op naar de pronkjuwelen van Usedom: de drei Kaiserbäder. In Bansin, Heringsdorf en Ahlbeck ging het vroeger zo deftig toe dat het keizerlijke goedkeuring genoot. Halverwege de 19e eeuw drong het besef door dat frisse zeelucht heilzaam voor de ziel en lijf en leden is, de strandvakantie kwam in zwang en ’s zomers trok een stoet van aristocraten van Berlijn naar Usedom. Het trio schamele vissersdorpen werd in rap tempo getransformeerd tot een lint van chique badplaatsen met elk een kurhaus, paleishotel, boulevard en zeepier. Rokkostuum of hoepelrok aan en flaneren maar.

Zeepier met terras

Kon Zinnowitz al op een ansicht, Ahlbeck kan zo in een prentenboek. Ook hier een eindeloos lang en breed wit strand vol kleurige strandkorven en een boulevard met luxehotels en vakantievilla’s. Zelfde laken een pak, zou je denken, en toch heeft Ahlbeck een streepje voor: hier staat misschien wel Europa’s mooiste zeepier. Bijna driehonderd meter steekt die de Oostzee in, met erbovenop een stralend wit paviljoen, half boven het zand en half boven het water en met torentjes en terrassen rondom. Geen betere plek te bedenken voor koel wijntje of ijskoud biertje op een mooie nazomerdag dan Café Seebrücke.

In tegenstelling tot de spuuglelijke pier bij de buren in Heringsdorf, die in de DDR-tijd uit staal en beton werd opgetrokken, oogt de zeepier van Ahlbeck heerlijk nostalgisch. Schijn bedriegt, want de pier uit 1898 werd al in de eerste oorlogswinter vermorzeld door kruiend ijs – volgens ooggetuigen knapte het houten bouwwerk uit elkaar als luciferhoutjes. Een halve eeuw moest men het stellen zonder zeepier. Na de Wende ontwaakte Ahlbeck uit een decennialange winterslaap en werd het dorp grondig gerestaureerd. Ambitieus onderdeel van de opknapbeurt: de herbouw van de zeepier volgens het oorspronkelijke bouwplan. Also: Ahlbeck is nu een Seebad mit Schwung.

Vanmiddag wil ik maar één ding: languit onderuit op het strand met een goed boek. Het zonnetje schijnt met aan de hemel slechts her en der een schaapjeswolk, alleen is het wel wat winderig. Daar heeft men hier iets op gevonden. Voor een paar euro huur ik mijn eigen gevlochten tweezitter met windkap, zonneschermpje en zachte zitkussens. Hup, rugleuning achteruit, voetenbankje uitschuiven, gevulde wijnkoeler op het klaptafeltje, boek open en genieten maar, met op de achtergrond het geruis van de Oostzee. Nog voor de Volkswagen en de Autobahn is het de beste uitvinding van die dekselse Duitsers: de strandkorf.

Luxueuze kliederboel

Ben ik toch aan het ontspannen, probeer ik ook meteen even die andere lokale specialiteit uit: de spa. Sinds mensenheugenis wordt hier gekuurd, dat is in Duitsland een serieuze zaak – zo serieus dat op medische indicatie een weekje uitwaaien aan de Oostzee vergoed wordt door het ziekenfonds. Bij de welgestelde Berlijners die Usedom bezoeken is de moderne variant van het aloude kuren meer in trek; het wemelt hier van de vijfsterrenhotels met goed geoutilleerde spa’s. Zoals die van Strandhotel Ostseeblick: een klaterende oase met sauna’s en stoombaden, zwembaden, een zonneterras, een wellness-bistro en een spamenu van twintig pagina’s. Daar kunnen de Romeinen een puntje aan zuigen.

In badjas en op slofjes meld ik me voor de behandeling van mijn keuze: Honig und Meer, waarbij louter lokale producten van het eiland en uit de Oostzee worden gebruikt en die begint met een stevige schrobbeurt met grof zeezout. Korte metten met dode huidcellen, ook even afzien, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt als ik word ondergesmeerd met een dikke laag weldadig warme honing. Die zweet ik er vanzelf weer af tijdens het voorgeschreven kwartiertje in de sauna, maar na het douchen voel ik dat mijn huid er mooi wel zijdezacht van is geworden. Terug op tafel volgt nog een pakking met algenmousse en een lichaamsmassage met duindoornolie. Anderhalf uur smeren, strelen, kneden en stomen, maar dat was nog niet alles.

De Meerness Beauty Kompaktfacial die ik nog tegoed heb blijkt allesbehalve compact. Een uur lang wordt mijn gezicht gewassen, gescrubt, ingesmeerd en gemasseerd met tonics, crèmes, extracten en papjes van zeezout, algen, jodiumrijke modder, honing en duindoornbessen. De therapeute legt stap voor stap uit wat dat allemaal voor heilzaams uithaalt, maar alles na stap één gaat langs me heen. Als ik tot slot een maskertje opgekliederd krijg van kustkrijt dat een minuut of tien moet intrekken onder een warm handdoekje, dommel ik langzaam in. De rest van de dag ben ik zo ontspannen als een lappenpop – maar wel eentje met wangen zo zacht als babybilletjes.

Het vierde Kaiserbad

Ooit waren er geen drie maar vier Kaiserbäder. Op een paar minuten treinen van Ahlbeck ligt het eindstation van de Usedomer Bäderbahn. Usedom heeft twee kanten; het overgrote deel is Duits, het zuidoostelijkste puntje Pools en daar ligt de grootste stad van het eiland. Swinemünde deed ooit vrolijk mee met de andere drie; het was een zwierig kuuroord met het breedste zandstrand, de deftigste hotels, het chicste kurhaus en een zeepier als uit een sprookjesboek. De andere drie kregen ook keizerlijke goedkeuring, maar dit was met stip de mooiste van het stel en hier vierde de keizer zelve vakantie. Aan het einde van de oorlog lag het stadje in de vuurlinie en werd het door duizend Amerikaanse bommen en granaten met de grond gelijk gemaakt. Einde verhaal.

Swinemünde ging Świnoujście heten, verdween achter de Poolse grens en verzonk in de vergetelheid. Zelfs na de Wende was het een gedoe om er te komen, met paspoort en hekken met prikkeldraad en norse douaniers, maar nu Polen lid is van de EU zijn die obstakels verdwenen en sinds twee jaar rijdt de Bäderbahn weer door naar het eindpunt, zoals het altijd bedoeld was. Zodra ik uit de trein stap, verdwijnt de zon achter de wolken – dat kan geen toeval zijn. Het strand is misschien wel het mooiste van het eiland, maar leeg is het ook en in de verste verte geen strandkorf te bekennen. De boulevard is volgebouwd met beton, niks geen taartjescafés en visrestaurants maar vreetschuren met shaslick en goulash op het menu, en het luttele publiek loopt er sjofel bij. Świnoujście is een schamele schim van het vroegere Swinemünde.

Toch maken veel toeristen op Usedom een keer een uitstap naar Polen en wel voor de enorme markt van Świnoujście. De straat van de grens naar het centrum staat vol met honderden kraampjes en evenveel marktkoopmannen, die onvermoeibaar hun waar aanprijzen in het Duits met Pools accent. Kleding en gympen uit het Zeeman- en Bristol-genre, netpanty’s voor een prikkie, plastic souvenirs, bootleg-dvd’s en allerhande huisvlijt is er te koop, maar gretig aftrek vinden vooral de sterke drank en sigaretten voor de halve prijs. Ook ik sla in, want wat een koopjes, maar neem dan de eerste de beste boemeltrein terug naar de drie overgebleven Kaiserbäder.

Badkuip van Berlijn

Het trio deelt hetzelfde twaalf kilometer lange strand en een bijna even lange boulevard en toch hebben de badplaatsen elk een eigen identiteit behouden. Ahlbeck is de knapste met z’n authentiek aandoende bebouwde zeepier en houten villa’s in meeslepende Bäderarchitektur – met torentjes tellen ben je hier wel even bezig. In Heringsdorf moet je de bouwkundige misbaksels rond het dorpsplein en de pier uit de nadagen van de DDR even door de vingers zien, maar dan is dit een mondaine badplaats met toprestaurants, vijfsterrenhotels en moderne spa’s. En Bansin is klein maar fijn.

Bansin was een laatbloeier. Swinemünde, Ahlbeck en Heringsdorf stonden halverwege de 19e eeuw al bol van de badgasten. Pas toen men daar decennia later na de opening van de spoorlijn de toeloop niet meer aankon, kwam Bansin in beeld. Van de keizerlijke kuuroorden heeft Bansin daardoor het meest de sfeer van een vissersdorp behouden. Op het strand liggen vissersbootjes, het wemelt langs de boulevard van de visrestaurants en in de oude vissershuisjes in de duinen worden frische Fischbrötchen verkocht met gerookte paling, zalm of makreel, zo vanuit de rookoven op je kartonnen bordje – verser wordt vis niet.

Deutschlands Sonneninsel, ‘Nice van het Noorden’ en ‘de Badkuip van Berlijn’; Usedom komt geen bijnamen tekort sinds schrijver Heinrich Mann, kameraden Gorki en Tolstoj, de keizers van Duitsland en Oostenrijk en walskoning Johann Strauss hier verpoosden. Beroemde badgasten komen nog steeds; voor mij checkten koninklijke hoogheden als prins Henrik van Denemarken en de Zweedse koningin Silvia in bij Seehotel Ahlbecker Hof. Maar vandaag is de torensuite voor mij en geniet ik op mijn gietijzeren balkon van alweer zo’n zwoele zomeravond aan de Oostzee. Ik voel me de koning én keizer te rijk. Zo, nu eerst een Usedomer Sommerbier

Neem de Oostzee mee naar huis
‘Prachtig strand, maar ik kan natuurlijk niet met mijn gat in het zand.’ Zoiets moet de deftige Elfriede von Maltzahn gedacht hebben toen ze bij de koninklijke mandenmaker een tegen zon en wind beschutte zitgelegenheid voor het strand bestelde. Dat werd de Strandkorb, waarvan er op de Duitse stranden aan de Noord- en Oostzee tienduizenden te vinden zijn. Voor zeven euro per dag huur je zo’n kloeke strandkorf, maar het liefst zou je er een mee naar huis nemen voor op het terras of in de achtertuin. Dat kan. Korb GmbH in Heringsdorf vlecht strandkorven sedert 1925 en ook particulieren zijn welkom. Een standaardkorf kost ruim duizend euro, wie een raamwerk van hardhout wil, dikkere kussens kiest of vlechtwerk van pitriet fraaier vindt dan pvc, is zomaar het tienvoudige kwijt. Kost wat, maar dan heb je ook wat. Via diverse Nederlandse websites koop je je eigen strandkorf al vanaf driehonderd euro – alleen zijn die van mindere kwaliteit dan de handgemaakte korven van Korb. korbgmbh.de
Boemelen met de Bäderbahn
De treinstations van de drie Kaiserbäder zijn buitenproportioneel voor deze dorpen van elk zo’n drieduizend zielen. Heuse spoorwegpaleizen zijn het, die herinneren aan de glorieuze geschiedenis van de Usedomer Bäderbahn. In de gouden tijd van het reizen vestigde de rechtstreekse stoomtrein van de hoofdstad naar de Oostzee definitief de reputatie van Usedom als ‘de Badkuip van Berlijn’. Nu nog is de trein de makkelijkste manier om je naar en over het eiland te verplaatsen. Aansluiting op het DB-net is er in Stralsund en Züssow. Daarvandaan rijdt de blauw-witte boemel de brug over naar Usedom en via Zinnowitz, wat kleinere badplaatsjes en de drie Kaiserbäder naar het Poolse Świnoujście. Voor Peenemünde even overstappen in Zinnowitz. Ook midden in de natuur wordt gestopt; stap uit op halte Schmollensee en binnen een minuut wandel je over de oever van het meer. Overdag rijdt de trein eens per halfuur, een kaartje kost een paar euro en tegen bijbetaling mag ook de fiets mee. Wie Usedom vooral per trein verkent, koopt voor € 12 of 30 een dag- of weekkaart. ubb-online.com
Usedom Praktisch
Hoe kom je er?
Usedom is prima per trein bereikbaar: per IC via Berlijn naar Züssow en dan per UBB naar Usedom. Tickets voor het hele traject, ook dat van de UBB, zijn online te boeken via de website van de DB. Reistijd ca. 10 uur, enkele reis ca. € 120, bahn.de
Beste periode
Usedom is een bij Berlijners geliefde strandbestemming; in de zomermaanden is het druk en is accommodatie veelal volgeboekt. In de winter is het koud en zijn veel hotels gesloten. In voorjaar en herfst is het heerlijk weer en lekker stil. Mooiste maanden: mei/juni en september/oktober.
Accommodatie
Zinnowitz: Strandhotel Preußenhof, 2pk va. € 90, schoener-inseln.de
Heringsdorf: Strandhotel Ostseeblick, 2pk va. € 160, strandhotel-ostseeblick.de
Ahlbeck: Seehotel Ahlbecker Hof, 2pk va. € 90, seetel.de
Reisgids
De Duitstalige reisgids Usedom telt bijna 200 pagina’s met veel foto’s, plattegronden en wandelroutes. Ter plekke te koop voor € 9,90 of bestellen via michael-mueller-verlag.de
Meer informatie
In Nederland: Duits Verkeersbureau, tel. 020 311 3922, duitsverkeersbureau.nl
Ter plekke: Usedom Tourismus, Waldstraße 1, Seebad Bansin, usedom.de
Websites: peenemuende.de, zinnowitz.de, drei-kaiserbaeder.de, swinoujscie.pl
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist