Net als in de film

Bij de keuze van een reisdoel vormt het witte doek een inspiratiebron voor een kwart van het mensdom. Tsjechië wordt platgelopen door 007-fans na Casino Royale en sinds Amélie is het stille stukje van Montmartre niet stil meer. De aanlokkelijkste locaties voor je volgende filmvakantie.

Op de koffie bij Amélie

Le fabuleux destin d’Amélie Poulain (2001), van Jean-Pierre Jeunet, met Audrey Tautou
Het leven was op de pittoreske Parijse heuvel Montmartre altijd très simple: de toeristen stevenden steevast af op de Moulin Rouge en Sacré-Coeur en lieten de rest van de wijk links liggen. Sinds het supersucces van Amélie is dat voorbij, want juist in die stille straatjes woonde en werkte de titelheldin. De groenteboer heet in werkelijkheid Ali en zijn winkel geen Maison Collignon maar Au Marché de la Butte (Rue des Trois Frères 56). Het Maison Collignon-bord is een filmrekwisiet maar hangt nu nog boven de ingang. In plaats van drie hazelnoten en een aubergine verkoopt Ali nu vooral ansichtkaarten van zijn groenrode winkel. Het café waar Amélie werkte, Café-Tabac des Deux Moulins (Rue Lepic 15), zit bomvol filmfans. Na het filmsucces verkocht de toenmalige eigenaar zijn café voor de hoofdprijs, op voorwaarde dat er niets aan het interieur zou veranderen. Natuurlijk bestel je er deCrème Brûlée d’Amélie Poulain. Andere filmlocaties zijn metrostations Abbesses en Lamarck-Caulaincourt, Square Willette voor de Sacré-Coeur met de welbekende trappen en nostalgische draaimolen, Rue de St. Vincent uit de openingsscène met vlieg, en pornowinkel Palace Video (Boulevard de Clichy 37). Ware filmfanaten zoeken ook de verder weg gelegen locaties op: de Notre-Dame waar moeder Poulain wordt geplet door een Canadese toerist die zelfmoord pleegt, treinstation Gare de l’Est waar Amélie het geheim van de pasfotokiosk ontdekt en het Canal Saint Martin waar ze steentjes wegschiet.

Zonnebakken met Leonardo

The Beach (2000), van Danny Boyle, met Leonardo DiCaprio
Doordat Leonardo DiCaprio er shirtloos ronddartelde, werd het Maya-strand op Koh Phi Phi het beroemdste stuk zand van Thailand. Iedereen wilde erheen, maar viel dat even tegen. Regisseur Boyle nam een loopje met de werkelijkheid, waardoor het idyllische bountystrand er in het echt heel anders uitziet. De zacht wuivende palmbomen bleken alleen voor de film aangeplant en zijn allang weer verdwenen, de eilanders zijn helemaal niet zo vriendelijk en relaxed en ze slaan ineens overal een slaatje uit. En o ja, Leo is er ook niet meer. Niettemin zijn de Phi Phi-eilanden, met niet al te hooggespannen filmverwachtingen, een prachtplek voor een strandvakantie. Maar zoek dan met een bootje even een stil strandje op een van de ontelbare eilandjes op, want het daadwerkelijke strand waar Leonardo rollebolde in z’n blootje, ligt sinds de film zo vol als Scheveningen op een tropische dag. Voordat Leo op zijn paradijselijke strand belandt, heeft hij er al een fikse reis als rugzaktoerist op zitten, te beginnen met wat benauwde uurtjes in Bangkok. Maar pas op: de liggende boeddha uit de openingsscène ligt niet zoals in de film aan de beroemde Khao San Road, maar aan Maharat Road in het Zuid-Thaise Krabi. En het beeld is niet volgens goed Thais gebruik van klatergoud, maar speciaal voor de film in elkaar geknutseld van piepschuim. De lokale monniken waren er echter mee in hun nopjes en vroegen de crew of het mocht blijven liggen. Zodoende is het nu voor elke filmtoerist een onmisbaar Kodak-fotomoment.

De naam is Vary, Karlovy Vary

Casino Royale (2006), van Martin Campbell, met Daniel Craig
Ook aan het begin van zijn loopbaan als geheimagent reist hij zich rot: Bond, James Bond. In rap tempo van Oeganda en Madagascar naar de bountystranden van de Bahama’s, via de Big Ben dwars door druilerig Engeland en dan naar Italië, waar 007 aan het Comomeer bijkomt van een Montenegrijnse martelpartij, en dan op naar Venetië om te zonnebakken en rollebollen met zijn bevallige Bondbabe. Om James’ jetset-lifestyle na te apen breek je beter eerst de bank van het casino; slapen in Bonds bed in zijn zeezichtvilla van de Bahamese One & Only Ocean Club kost 6500 euro – per nacht. Toegankelijker is een tripje naar Oost-Europa. Een aanzienlijk deel van de film speelt zich af in Montenegro, waar ook het casino uit de titel staat – maar in Montenegro werd geen snipper celluloid geschoten, dat gebeurde in Tsjechië. In Praag dubbelt het Strahovklooster als Montenegrijns parlement en er werd gefilmd bij het stoffige Nationaal Museum en op het vliegveld – wat al die Tsjechische vliegtuigen verklaart op ‘Miami Airport’. Leuker wordt het in het westen: het pittoreske ‘Montenegrijnse’ dorpsplein met terras vind je bij het kasteel van Loket, en de façade van het Casino Royale is in werkelijkheid het zwierige badhuis Lazne I in kuuroord Karlovy Vary, ook bekend als Karlsbad. Daar is ook de imposante colonnade met geneeskrachtige mineraalwaterbronnen te zien, en het Montenegrijnse Hotel Splendide, in werkelijkheid Grand Hotel Pupp. James en Vesper sliepen in suite 378, voor 400 euro per nacht toch een tikkie beter betaalbaar.

Karaoke met Bill en Scarlett

Lost in Translation (2003), van Sofia Coppola, met Bill Murray en Scarlett Johansson
Waarschijnlijk de slaperigste film allertijden (in dit geval een bijzonder positieve kwalificatie) bracht Tokio toch mooi een toeristengolf van heb ik jou daar. Het Park Hyatt Hotel, waar het leeuwendeel van de film zich afspeelt, zit sindsdien steevast volgeboekt. Ondanks de torenhoge prijzen: in de New York Bar op de 52e verdieping, waar Bob en Charlotte hun jetlag verdronken, betaal je alleen al tweeduizend yen (vijftien euro) voor het uitzicht. Wijntje bij? Nog maar ’es dat bedrag. Slimme filmtoeristen doen zoals de crew en zoeken hun onderkomen in The Oakwood Residence in de hippe wijk Aoyama. Daarvandaan bereik je de andere locaties snel per metro. Als Charlotte bovengronds komt, vergaapt ze zich aan de krioelende mensenmassa en torenhoge wolkenkrabbers vol kolossale neonreclames en flitsende lcd-schermen op Hachiko, Tokio’s futuristische versie van Times Square. Daarna volgt een tocht door winkel- en uitgaansdistrict Shibuya. Met Bob geeft ze zich over aan ongeremde porties warme sake en valse zang in Karaoke-Kan – een keten van karaokebars; die uit de film vind je in het K&F Building in Shibuya. Het shabu-shabu-restaurant is Shabuzen in de kelder van het Shibuya Creston Hotel en de hippe discotheek waar ze doorhalen als ze nog steeds niet kunnen slapen, is Air. Bijkomen kan vlakbij het Park Hyatt in de Jugan-ji-tempel, een oase van rust in het chaotische en gestreste Tokio. Wie weet je pink je er een traantje weg, net als Charlotte. 

Filmwereld aan je voeten
Ook leuk: naar de oesterbar van Katja en Eggie op de Amsterdamse wallen, graaljagen in Parijs, rennen met Lola door Berlijn of met Mr. Ripley naar Capri. 1600 Films die een omweg waard zijn staan in een vuistdikke filmreisgids: The Worldwide Guide to Movie Locations. Deels online op Movie-locations.com of bestel een papieren exemplaar voor € 19,99 bij Bol.com – een onontbeerlijk hebbeding voor reislustige cinefielen.
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist