Leestijd: 10 minuten

Goa à Go-Go

Hippies bliezen in de jaren 60 van hun maandenlange reis over de Hippie Trail uit in Goa. Hun favoriete bountystrand is verpest door massatoerisme, elders in India’s zanderigste deelstaat is de flower power-sfeer nog springlevend.

“Charas, ganja?” Sommige dingen zijn sinds de jaren 60 niet veranderd in Goa. We klauteren over de rotsen tussen twee bountystrandjes als een jonge Indiër ons zijn assortiment aanbiedt. Behalve lokale hasj en marihuana zegt hij ook lsd en steviger spul zoals speed en xtc te verkopen. “Good stuff, I make you special price.” De zon is net onder, het is zwoel. Op de meeste stranden keren toeristen na een dag zonnebakken hotelwaarts, in Arambol in het noorden van India’s zonnigste en zanderigste deelstaat is de avond nog jong.

De bewoners van bamboehutjes aan het strand hangen hun zwemkleding te drogen en ploffen neer op hun balkonnetje voor een aperitief in de zeebries. Het personeel van de strandbars sjouwt stoelen en tafeltjes het strand op, voor toeristen die onder de sterrenhemel willen dineren met verse vis. Vissers repareren wijdbeens hun over het zand uitgespreide netten. Een kudde heilige koeien sjokt er tussendoor, op weg naar een sappig grasveldje onder de kokospalmen.

Ontspanning, witte stranden en ligbedden met zonnedakjes van palmbladeren – dit  is de tropische idylle die al decennialang hippies en rugzaktoeristen trekt. Maar Goa heeft ook een roemruchte reputatie. Bij Indiërs omdat alcohol, drugs en seks hier vrij verkrijgbaar zijn, bij westerlingen vanwege de raves en vollemaansfeesten op de partystranden. Daar is korte metten mee gemaakt; de jongen die ons zijn koopwaar aanbood was wellicht geen kruimeldealer, maar een handlanger van de politie. De tijd van Goa als party- en drugsparadijs is voorbij.

Hippie Trail

Geïnspireerd door Ginsberg, Kerouac en The Beatles maakten een miljoen jonge hippies in de jaren 60 en 70 een epische reis over de Hippie Trail. Op zoek naar avontuur, verlichting en goedkope softdrugs reisden ze overland van Europa naar Nepal per VW-camper of per Magic Bus – een enkeltje Amsterdam-Delhi kostte 300 gulden. Een trip over tienduizend kilometer via Turkije, Perzië, Afghanistan, Pakistan en India. Het reisdoel was Kathmandu, maar velen bliezen daarna uit van de maandenlange expeditie met een tropische strandvakantie in Azië.

Goa, de christelijke enclave aan de Indiase westkust, was met stip populair. De witte zandstranden van slaperige vissersdorpen werden veroverd door jong volk in flodderbroeken en batikbloesjes. Sommige hippies beviel het in Goa zo goed dat ze nooit meer vertrokken. Je ziet ze nu nog over de stranden slenteren, die inmiddels overjarige hippies met hun haar in rastavlechten en een Kingfisher-biertje in de hand.

Op de plek waar het allemaal begon zijn ze niet meer te vinden; die badplaatsen zijn verpest door het massatoerisme. Calangute is een kakofonie van strandverkopers die allemaal dezelfde in China gemaakte meuk verkopen, luidruchtige motoriksja’s en toeterende toeristentaxi’s die altijd in de file staan, luchtvervuiling en zwerfvuil, bedenkelijke eettentjes en uitgewoonde budgethotels. Jonge Indiërs komen voor een slempvakantie à la Salou naar Baga, de westerse chartertoeristen die voor een habbekrats hun vakantie boekten in Candolim weten kennelijk niet beter.

Erfgoedhotel

Het paradijs is vlakbij. Stap in een riksja en nog geen uur later ben je in Arambol. Dit is het Goa waar die hippies een halve eeuw geleden voor kwamen: zon, zee en zand, wuivende palmbomen, verfrissende lassi’s, hete curry, koud bier en verse vis. Vergeleken met Calangute een tropische oase van rust en ruimte, toch is Arambol het meest toeristische strand van het hoge noorden.

Verderop heeft Aswem de reputatie van een mini-Saint-Tropez-in-de-tropen, dankzij strandrestaurant La Plage met drie Franse topchefs. Ook slapen kan hier in stijl; net nieuw is Marbela Beach met witte tenten met parketvloer, kingsizebed, platte tv, internet en minibar. Er is een serene spa voor een lichaamsmassage of ayurvedabehandeling, in het zand staan witte dagbedden met wapperende mousselinegordijnen en op het vipdek van het openluchtrestaurant lunch je voor driehonderd euro – maar dat is wel inclusief een fles champagne.

Wie dat te hip vindt, neemt de veerboot naar het allernoordelijkste puntje van Goa. Op een heuvel is het okergele Portugese fort Tiracol verbouwd tot erfgoedhotel met maar zeven kamers, elk anders ingericht met rustiek meubilair, moderne kunst en hemelbedden, en op de binnenplaats een kloek koloniaal kerkje tegenover een kleurig Christusbeeld. Genieten van het uitzicht op de rivierdelta en Arabische Zee, zonnebakken op het privéstrandje en smullen onder de sterrenhemel – de ideale afzondering.

Índia Portuguesa

De straatnaamborden zijn in het Portugees, vanaf een gietijzeren balkonnetje bept een vrouw in bloemetjesjurk in zangerig Portugees met de buurvrouw van beneden, uit een open raam klinkt een fado, azulejos sieren de gevels van de huisjes in geel, groen, paars, rood of roze en op de markt geurt het naar chouricos. Als er niet zoveel Indiërs op straat waren, waanden we ons in een volkswijk van Lissabon. In Fontainhas, de oudste wijk van hoofdstad Panjim, is nog goed te merken dat Goa viereenhalve eeuw lang een Portugese kolonie was.

Een eeuw na de ontdekking van India door Vasco da Gama, vonden de kolonisten dat hun Índia Portuguesa, waartoe ook Bombay, Cochin en Ceylon behoorden, een nieuwe hoofdstad verdiende. Goa Dourada, het ‘gouden Goa’, was de rijkste stad van Azië en kreeg een pontificale kathedraal, klatergouden kerken, dito kapellen en een basiliek vol relieken. Twee eeuwen later brak de plaag uit en werd de stad halsoverkop verlaten.

Goa Velha, zoals de oude hoofdstad nu heet, staat midden in de jungle en de kerken en andere monumenten, deels geruïneerd en deels gerestaureerd, zijn tezamen genoteerd op de Werelderfgoedlijst. Het is Goa’s culturele topattractie, die vooral binnenlandse toeristen trekt. En zo is de belangrijkste bezienswaardigheid niet de basiliek met de knoken van Sint Franciscus Xaverius, die eigenhandig heel Portugees India bekeerde tot het christendom, maar zijn wij dat – om de drie stappen willen er Indiërs giechelend op de foto met die boomlange bleekscheten.

Koloniale huismusea

Kostbare Chinese Ming-vazen, met parelmoer ingelegde kabinetten vol goudgerand VOC-servies, ragfijn houtgesneden hemelbedden in palissander of coromandel, staatsieportretten in vergulde lijsten aan de muren, een bibliotheek met duizenden leergebonden manuscripten, reusachtige Murano-kroonluchters aan het plafond en Carrara-marmer op de vloer – de Portugese aristocratie liet het vroeger in Goa breed hangen. Ze lieten een spoor van koloniale villa’s achter, waarvan het drieënhalve eeuw oude herenhuis van de families Braganza-Perreira en Menezes-Braganza het mooiste is.

In de linkervleugel leidt een excentrieke nazaat ons langs museale zalen vol antiek en een verguld altaar met de met goud en diamantjes ingelegde vingernagel van, daar is hij weer, Franciscus  Xaverius. In de balzaal van de rechtervleugel, geïnspireerd op de Spiegelzaal van Versailles, worden we opgevangen door de negende generatie van de andere familie. De voorname dame heeft bij elk porseleinen theekopje een verhaal. Een blik op het kamertje waar mevrouw zelf woont, leert dat de adel het tegenwoordig niet breed meer heeft.

Nog gastvrijer is Ruben Vasco da Gama, de voormalige manager van Fort Tiracol, die zijn levenswerk maakte van het 18e-eeuwse Palácio do Deão. Hij kocht het huis, knapte het op en leidt nu toeristen rond, om ze vervolgens te trakteren op een lunch zoals de dorpsdeken Deão die hier ook ooit moet hebben genuttigd. Uit de keuken komt een scala aan Indo-Portugese lekkernijen: garnalenemapanada’s, kaasballetjes, kipcurry, groentepasteitjes, pittige gamba’s en vismassala bij zelfverbouwde rijst en huisgebakken brood en als toetje dé lokale specialiteit:bebinca, een arbeidsintensief kokospuddinkje in zestien laagjes. Een feestmaal.

Stiller en chiller

Erfgoed is er volop, maar Goa is bovenal een tropisch strandparadijs. Niet alleen in het hoge noorden, ook in het diepe zuiden zijn er zaligmakende zandstranden. Palolem is het archetypische bountystrand: een glooiende baai met zacht wit zand, strandbars, yogaschooltjes en bamboehutjes onder de overhangende palmbomen en een kreek die tussen geërodeerde rotspartijen door uitmondt in de azuurblauwe zee. Kan zo op een ansichtkaart.

Samen met Arambol is Palolem het idyllische strand waar de hippies hun toevlucht zochten toen het ze in Calangute te hectisch werd. Inmiddels is het hier ook druk, alleen zijn het hier geen chartertoeristen, dronken Indiërs of brullende Russen die de dienst uitmaken, maar jonge rugzaktoeristen die komen om te chillen.

Het kan altijd nog stiller en chiller. Een strandwandelingetje zuidwaarts doen we ons op het kilometerlange strand van Patnem bij strandrestaurant Tantra met onze tenen in het zand te goed aan een bord vol viscurry voor een euro. Een riksjaritje noordwaarts zijn er in Agonda geen strandverkopers of ligbedjes, nauwelijks toeristen en een paar strandrestaurants, maar wel het breedste strand van Goa, waar je niets meer hoort dan het ritselen van de palmbomen en het ruisen van de Arabische Zee.

Nooit meer weg

De paradijselijkste plek van Goa staat in geen reisgids vermeld. We komen er per ongeluk terecht als Umish een verkeerde afslag neemt. De onverharde weg door een kokospalmenbos wordt steeds smaller, voor keren is geen plek en dus zit er maar één ding op: doorrijden. Aan het einde van het pad staan wat auto’s geparkeerd, in de diepte glinstert de zee en als we over de rand kijken, zien we wat safaritenten. We klauteren via een rotspad naar beneden, komen uit op Kola Beach en zijn op slag verliefd.

In een halfronde baai mondt een bruine kreek uit in een smaragdgroene lagune waarin een kleuterende tweeling een zandkasteel bouwt. Op het goudgele zandstrand speelt een groepje mokkakleurige jongens een potje voetbal, in het strandrestaurant onder een dak van palmbladeren is meer personeel dan gasten. We gaan zitten aan een tafeltje in het zand, proosten met een koud biertje en kijken elkaar aan. “Denk jij hetzelfde als ik?” vraag ik mijn reisgenoot. “Jazeker,” anwoordt hij, “hier blijven we.”

We laten ons hotel voor wat het is en brengen onze laatste nacht in Goa door op Kola Beach. Voor vijftien euro hebben we een bamboehutje met bamboebed, een basaal badkamertje en een balkonnetje met zitje en zeezicht. De volgende ochtend ontwaken we met uitzicht op vliegende vissen in de lagune en voorbijfladderende vlinders zo groot als vogels. Terwijl de zon zachtroze opkomt, trekt een school speelse dolfijnen al tuimelend voorbij. Wij snappen ze wel, die hippies die nooit meer weg wilden uit Goa. 

Goa Praktisch
Hoe kom je er?
ArkeFly is de enige Nederlandse vliegmaatschappij die rechtstreeks van Amsterdam naar Goa vliegt; eenmaal per week vanaf € 549 retour all-in. Een week vakantie inclusief reis en eenvoudig strandhotel in Noord-Goa kost bij Arke vanaf € 599. Update 14-09-2012: ArkeFly vliegt sinds het winterseizoen 2012-2013 niet meer op Goa. Je komt er met een overstap met KLM of Air India vanaf ca. € 750.
Beste periode
Goa heeft een tropisch klimaat. De moesson duurt van eind juni tot eind september, met de meeste regen in juli. Kerstmis is spitsuur en duur, net als hindoefeest diwali. De beste periode, met zo’n 25 tot 30 graden, is november tot april.
Papieren en prikken
Voor India is een visum vereist. Het aanvragen ervan vergt geld (€ 50), geduld en een bureaucratische papierboel; kijk voor informatie op de website van de Indiase ambassade. Aanbevolen vaccinaties: hepatitis A, DTP. In Goa komt malaria voor; zie www.lcr.nl.
Accommodatie
• Terekol: Fort Tiracol Heritage Hotel, 2pk va. € 130.
• Kola: Blue Lagoon Paradise Resort, hutje ca. € 15.
• Aswem: Marbela Beach, luxetent va. € 125.
Reisgidsen
In het Nederlands is er de verouderdeTrotter Zuid-India Goa (2006, 420p., € 19,95), uitvoeriger en recenter zijn de Engelstalige Time Out Mumbai & Goa (2011, 256p., € 17,99), The Rough Guide to Goa (2010, 312p., € 17,99) en de Lonely Planet Goa & Mumbai (2009, 268p., € 17,99)
Meer informatie
Indiaas Verkeersbureau, tel. 020 6208 991
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist