Winterpret in Istanbul

Hartje winter lijkt het lente aan de Bosporus, maar een glibberritje door de sneeuwgrens en je staat op poederzachte pistes. Weinig Nederlanders weten het: Istanbul en skiën zijn een lekker stel.

Het Topkapi-paleis onder een witte deken, ijsbrekers op de Bosporus en sneeuwballengevechten bij de Blauwe Moskee. Met die hoop stap ik in het vliegtuig. ‘Openbaar leven stokt in ingesneeuwd Istanbul’ kopten de kranten een paar weken eerder, terwijl Nederland 3 een Turkse filmhuishit draaide met sprookjesachtige scènes van een wit Istanbul.

Een koffer vol winterse uitrusting heb ik mee, van moonboots tot lange onderbroeken, maar op Atatürk Airport lijkt het beter om die op de bagageband achter te laten. De lucht is staalblauw, de zon schijnt en het is twintig graden. Toeristen zonnen in de achtertuin van de Aya Sofia. In de Kalverstraat van Istanbul wordt tussen het winkelen door een terrasje gepakt. Half Istanbul zit op een hekje op het Taksimplein te socializen, onder het toeziend oog van Atatürk. Op de Galatabrug vissen Turken met honderden tegelijk de Gouden Hoorn leeg. In het zonnetje.

Wintertje spelen

Sneeuw in Istanbul is zo zeldzaam als regen in de woestijn. En ik ben het mooi misgelopen. Het is begin januari, maar je zou zweren dat het zomer was. Gelukkig spélen de Turken nog wel wintertje. De kerstboom staat er nog, op elke straathoek verkopen venters zoet geurende pofkastanjes en cafés serveren behalve drabbige koffie en slappe thee ook salep en boza; de intens Turkse warme winterdrankjes.

Boza is overal in winters Istanbul. In de buitenwijken roepen straatventers luidkeels: ‘bóóózááá!!‘ In een café in de Grote Bazaar is ober Mehmet verrukt als ik een boza bestel en hij begint enthousiast te vertellen. De oudste Turkse drank is het; de Byzantijnen dronken het duizend jaar geleden al. Een energy drink avant la lettre, bomvol vitaminen A tot en met E en dé remedie tegen buikpijn, keelpijn of kriebelhoest. O ja, ook je libido krijgt een flinke boost van die boza. Nog net geen godendrank, maar dat is alleen omdat Allah wel wat anders aan zijn hoofd heeft.

Mehmets boza ziet eruit als een doodgewone cappuccino, compleet met witte schuimkraag en een decoratieve ster van kaneel. Het ruikt kruidig en smaakt romig en zoet. En machtig: na één kop voelt het alsof ik een stevige lunch heb weggewerkt. Dit winterdrankje zou het goed doen bij de Hollandse kerstboom. Of als opkikker bij de Elfstedentocht. Zijn we eindelijk van die eeuwige koek en zopie af.

Obscure orchidee

Salep, die andere Turkse winterdrank, wordt gemaakt van de gemalen wortel van een obscure orchideeënsoort. Maar het is onvindbaar: na een tocht langs lokantas en meyhanes geef ik op. ’s Avonds vind ik het alsnog in de supermarkt: ekspres ofwel instant in handige zakjes. Terug in het hotel heb ik geen kaneel of nootmuskaat, waardoor mijn salep eruitziet als mislukte warme melk, terwijl het volgens de afbeelding op het doosje toch moet lijken op foute koffie.

Jammer dat Dr. Oetker de zeldzame orchideewortel inruilde voor een goedkope synthetische variant, maar de smaak is er niet veel minder om: zoet en bitter tegelijk. Lekker, dat smaakt naar meer. Als ik de hotelconciërge vraag wat voor winterpret er nog meer in Istanbul te beleven valt, blijft het lang stil. “Bwôh,” peinst hij, “je kan naar de ijsbaan. Maar zo winters is dat niet; die is binnen en het hele jaar open.”

Poseren op de piste

Een vers gevangen visje bungelt met kop en staart over de randen van mijn bord. Op een terras op de Galatabrug trek ik mijn jas uit. Kort na kerst lukt het in de volle zon in Istanbul niet om in winterstemming te blijven. Daarom doe ik wat de Istanbullu’s bijna ieder winterweekend doen: op naar de sneeuwgrens.

Zeven skigebieden telt Turkije, waarvan Uludag en Kartalkaya vanuit Istanbul goed bereikbaar zijn. Uludag, zo wordt me verteld, is een heus winterpretpark met après-skibars, discotheken en een klein casino. De Turkse jetset skiet er nauwelijks, maar besteedt zijn tijd met poseren op de piste in de duurste designer-skipakken. Premier Erdogan heeft een chalet op de piste in Uludag, maar oud-premier Ciller geeft de voorkeur aan Kartalkaya. Ook ik ga op konvooi naar dat bescheiden ski-oord met acht liften en dertig kilometer piste.

Hummer in de goot

Kartalkaya ligt twee keer zo ver van Istanbul als Uludag, maar je doet er net zo lang over: ruim vier uur. Tijdens de klim naar boven wordt duidelijk dat een weekendje skiën alleen voor welgestelde Turken is weggelegd; fonkelnieuwe Landrovers, Jeeps en Hummers ploegen door de sneeuw. Overal staan verweerde mannetjes bij houtkachels in de berm. Als onze chauffeur stopt, blijkt waarom: voor een handvol lira’s leggen ze sneeuwkettingen om autobanden. Goud geld verdienen ze, want jetset en vuile nagels gaan slecht samen.

Turkse automobilisten worden niet gehinderd door behoedzaamheid en kunnen de klim best zonder vierwielaandrijving of kettingen aan. Niet dus, want her en der belanden peperdure automobielen in de goot. Ook dan bieden de mannetjes hulp met hun tractoren, zij het voor een paar lira’s meer.

Na uren glibberen en glijden zijn we boven. Met klam zweet op mijn rug stap ik uit bij viersterrenhotel Dorukkaya, alpien gestyled met een stevig Turkse twist. Het hopeloos ouderwetse interieur zij ze vergeven, want het hotel staat pal op de piste. Toch kun je er meer dan skiën: het hotel is voorzien van restaurant en bar tot sauna, massagekamers, zwembad en een jacuzzi met uitzicht op de piste. Ook zonder lange latten vermaak je je hier prima.

Hals- und Beinbruch

Beginners zoals ik vallen met hun neus in de sneeuw. Alles wat je nodig hebt voor een dag Hals- und Beinbruch is te huur. Knip met je vingers en een besnorde instructeur legt in steenkolenengels de fijne kneepjes uit. Voorzichtig schuif ik naar de babylift, de blauwe piste op en na nog geen meter plof ik plat in de poedersneeuw. Dat blijft zo, terwijl in de verte mijn reisgenote zomaar stoer de zwarte piste opskiet. Die classificatie is, zo vertelt ze later, trouwens wel een tikkeltje overdreven voor een paar honderd meter vriendelijke glooiing.

Na een paar uur sneeuwhappen houd ik het voor gezien. Het wordt steeds moeilijker te zien hoe mijn reisgenote op de piste parmantige pirouetjes draait, want een wolkendek daalt neer op het dal. Een vers pak sneeuw zorgt ervoor dat ik morgen weer zacht kan vallen. Nu is het tijd voor een robbertje ongeremd ontspannen.

Van Thaise massage bakken ze niks in Turkije, maar de hamam is beter. Uit de kleren, plat op de verwarmde marmerplak en klaar lig ik voor de besnorde masseur, die me zal begraven onder een kolossale wolk van sop en me zal schrobben en kneden. Maar hij komt niet, want hij is moe. De fonteintjes zijn echter onvermoeibaar en dus plens ik achteloos bakjes bergwater over lijf en leden. Dan nog zweten in de sauna, wat baantjes in het zwembad en bubbelen in de jacuzzi en ik plof rozig op bed voor een power nap.

All-inclusive

Sneeuwstorm of niet, al die tijd stuiterde mijn andere reisgenoot woest wervelend op zijn snowboard over de piste. Na een adrenalinerijke dag wordt hij in alle hongerigheid geconfronteerd met een lopend buffet van onooglijke Turkse gerechten, vettige karbonaadjes en slappe patatten. Maar na een dag in de sneeuw smaken rauwe bonen zoet en ach, het is gratis – tot middernacht is het Dorukkaya all-inclusive. Geen Hollander hoor je klagen.

Ook niet in de kolossale hotelbar, waar een Turkse zanger met zeldzame blote bovenlip net zo makkelijk Julio Iglesias als Robbie Williams covert. Met de stereo op tien, want zo hoort dat hier. Een goed gesprek zit er niet in en daarom zetten we het volgens goed Tirools gebruik op een zuipen. De overige hotelgasten zijn rijke Turken en opvallend veel Russen met nieuw geld – luidruchtige mannen in trainingspakken en vrouwen met opzichtige collageenlippen.

Al het vrouwelijks onder de dertig mag op schoot bij de zingende casanova, terwijl alles onder de vijftien buiten bij het kampvuur verwikkeld is in een fanatiek sneeuwballengevecht. Vlak voor twaalven, het tijdstip dat iedereen lira’s moet lappen, draait de Efes-biertap overuren. Wij druipen af, want op tweeënhalve kilometer hoogte telt elk biertje voor twee. De Russen gaan nog even door, getuige de flessen wodka die op tafel komen.

Onderweg naar mijn kamer werp ik een blik in de hoteldiscotheek: de dj en barkeeper vieren er een feestje voor twee. Voor een wild nachtleven kun je beter naar Uludag. Veeleisende wintersporters kunnen beter naar het oosten van Turkije voor pistes van Olympisch formaat in Palandöken. Maar voor beginners is Kartalkaya ideaal en de combinatie met Istanbul maakt een leuk winters weekje. Moet je wel morrend dulden dat in Istanbul ook hartje winter zomaar de zon schijnt. 

Praktische informatie
Hoe kom je er?
Prijsvechter Corendon (www.corendon.com) vliegt van Amsterdam en Eindhoven naar Istanbul, vanaf € 108 retour all-in.
Skigebieden
Uludag ligt aan de overkant van de Zee van Marmara, 150 kilometer ten zuiden van Istanbul. Er zijn 27 hotels met 15 liften (één skipas voor acht liften), 15 kilometer aan blauwe pistes, 12 aan rode en 3 aan zwarte, op 1750 tot 2500 meter hoogte. Het seizoen loopt van december tot april. Kartalkaya ligt aan de snelweg naar Ankara, 275 kilometer ten oosten van Istanbul. Twee grote hotels met 10 liften (twee skipassen), 20 kilometer aan blauwe pistes, 7 aan rode en 3 aan zwarte, op 1800 tot 2200 meter hoogte. Het seizoen loopt van half december tot half maart.
Veiligheid
In Uludag is een hospitaaltje met arts en een helikopter voor transport naar het ziekenhuis in Bursa (36km). In Kartalkaya is er alleen in de weekends een arts en een heli moet uit Bolu (28km) komen.
Georganiseerde reizen
Corendon (www.corendon.com) biedt 8-daagse reizen met 5 nachten in Kartalkaya (zo t/m do) en 2 nachten in Istanbul (vr/za) va. € 499 p.p. (inclusief vlucht, hotel en luchthavenbelasting).
Informatie
Turks Nationaal Verkeersbureau, Waldeck Pyrmontkade 872-G, Den Haag, tel. 070-3469998, ttoinfo@planet.nlwww.turizm.gov.tr
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist