Leestijd: 17 minuten

Cruisen op de machtige Mekong

Een cruise op de Mekong, dat is dubbeldaags dobberen langs tropische jungle, geïsoleerde gehuchten van bamboehutjes, goudzoekers en bergstammen, en bij zonsondergang ontschepen in het meest ontspannen stadje van Indochina.

“Zo, nu eerst een BeerLao.” De 36-jarige Simon uit Calgary zakt onderuit op een matrasje op het bovendek van de motorboot die in slowmotion over de Mekong dobbert. “Dit is een van meest ontspannen tripjes die ik ooit heb gemaakt. Na de lange, hobbelige reis met de nachttrein, waarin we geen oog dicht deden, kunnen we nu lekker bijkomen. Het is wel even wennen na de gierende drukte en drukkende hitte van Bangkok. De zon schijnt, het is tegen de 30 graden, het eten is lekker, het uitzicht is betoverend en er valt niks anders te doen dan niksdoen. Wicked.”

Simon maakt de cruise over de Mekong niet voor het eerst. Tien jaar geleden rugzakte hij door Zuidoost-Azië en deed hij de budgetvariant, op een van de houten slowboats die van de Thaise grens naar Luang Prabang varen. “Dat was een marteling; de boot was bomvol, eten en drinken moest je zelf meenemen, er waren alleen houten planken om op te zitten, er werd twee dagen lang doorgevaren met één tussenstop, halverwege in Pakbeng, en daar sliep ik in een spartaans pension met bedwantsen. Ik ben een ervaren backpacker en dus echt wel wat gewend, maar dat zou ik niemand aanraden.”

De witte motorboot van Luang Say Mekong Cruises is geen beauty, maar wel een stuk comfortabeler. Het personeel bezorgt verse sapjes, koude biertjes of koele wijntjes, op het benedendek zijn gezellige zitjes en op het bovendek liggen matrasjes om op te zonnen, rond het middaguur wordt er een smakelijke Laotiaanse lunch geserveerd, ’s middags wordt er aangemeerd bij een dorpje van een bergstam, bij terugkomst aan boord krijg je een vochtig handdoekje om op te frissen en overnacht wordt er in een luxueuze eco-lodge met weids uitzicht op de Mekong. Kost wat meer, maar dan heb je ook wat.

Archteypisch Aziatisch

“Dit is de meest chaotische grensovergang ooit,” moppert een andere reisgenoot eerder die dag. Zo sereen als de boottocht zelf zal blijken, zo hectisch is het vertrek. In grensdorp Houeixay verdringen tientallen mensen zich voor een douaneloketje en ze hebben allemaal een boot te halen. Het inleveren van paspoort, visumaanvraag en verschuldigde leges gaat nog soepel, maar telkens als een douanier een paspoort van visum en stempels heeft voorzien, wordt het voor een klein raampje omhoog gehouden en stormen de wachtenden er massaal opaf.

Dat moet efficiënter kunnen, maar het is typerend voor de Laotiaanse leefstijl; alles op z’n elfendertigst. In de twee dagen die volgen komt daar geen verandering in, sterker nog, het wordt almaar lomer. De boot zet koers over de meanderende Mekong naar Pakbeng, een volle dag varen verderop. Als in een natuurfilm glijdt het landschap voorbij; Thailand aan bakboord en Laos aan stuurboord. De rivieroevers bestaan uit met dikke jungle begroeide bergen, af en toe duikt een gehucht op van een paar bamboehutjes en op witte strandjes vissen vissers en zoeken goudzoekers goud. Met stuurmanskunst laveert de schipper tussen zandbanken en rotspartijen in de meestal spiegelgladde en soms kolkende rivier door.

De Mekong is met bijna vijfduizend kilometer de langste rivier van Azië een van de langste ter wereld, die ontspringt in het hooggebergte van Tibet om via China, Birma, Laos, Thailand en Cambodja naar Vietnam te stromen en in de Mekongdelta uit te monden in de Zuid-Chinese Zee. Door watervallen, stroomversnellingen en stuwdammen zijn maar twee relatief kleine delen van de rivier bevaarbaar; pakweg van Pakse tot de Cambodjaanse grens in het zuiden en hier in het noorden van de Thaise grens tot Luang Prabang, zo’n driehonderd kilometer. Cruisen over de Mekong; het wordt beschouwd als een van de archetypische Aziatische reiservaringen.

Animistische bergstammen

Na de lunch van kipcurry met kleefrijst, gestoomde groenten, loempiaatjes en ander Laotiaans lekkers, slaat iedereen weer aan het loungen. Aanvankelijk willen de passagiers weinig van elkaar weten, maar na nog wat biertjes en wijntjes ontstaat er toenadering. Aan boord is een clubje Nederlanders, een Frans gezin inclusief opa en oma, een Zwitsers echtpaar met twee volwassen dochters, een homo uit Guernsey, een Waalse vrouw die geen Nederlands maar wel Engels spreekt en de voornoemde Canadees Simon met zijn zwangere vriendin Jennifer. Iedereen verkeert in opperste staat van ontspanning als de boot vaart mindert en aanmeert.

Ban Houy Phalam is een dorp van twee dozijn bamboehuizen op palen met daken van palmblad, bevolkt door de Khamu, de oorspronkelijke bewoners van Laos. De mannen verbouwen betelnoten of rijst, de vrouwen weven zijde en de kinderen verkopen kleurige armbandjes aan de gearriveerde toeristen. ‘Schuldarmbandjes’ noemt reisgenote Carla die – voor 10 kip ofwel 25 eurocent draagt ze bij aan de schamele lokale economie en koopt ze het schuldgevoel van het aapjeskijken in het bergstamdorpje af. Ze vergist zich in de koers en betaalt per ongeluk 100 kip – het meisje trekt een glimlach van oor tot oor en rent er snel vandoor.

De Khamu zijn een van de tientallen bergstammen die nog in Laos en de buurlanden leven. “In Noord-Thailand heb ik er vijf gezien,” vertelt Carla. “Ze leven nog heel sober, zijn vaak niet christelijk of boeddhistisch maar hangen het animisme aan, geloven dus in goede en slechte geesten, en ze kleden zich nog traditioneel. Akha-vrouwen dragen prachtige mutsen met zilveren muntjes, belletjes en franjes. Ook de Karen, de zogenaamde Langnekken, met blinkend koperen ringen om hun nek, zijn fascinerend om te zien. Toch blijf ik er moeite mee hebben om met een groep blanke toeristen zo’n primitief dorp binnen te banjeren.” Voor vertrek koopt Carla snel nog een schuldarmbandje.

Teakhouten eco-lodge

Na een volle dag dobberen onder de Laotiaanse zon wordt er halfweg in Pakbeng opnieuw aangemeerd, precies op tijd voor cocktails bij zonsondergang. Hoog boven de Mekong blijkt de Luang Say Lodge een wolk van een eco-lodge in Laotiaanse stijl, met een openluchtrestaurant met weids uitzicht op rivier, bergen en jungle, en hardhouten loopbruggen naar de kamers in palissander paviljoens op palen in een tropische tuin, met puntdaken, bamboeluiken, teakhouten vloeren en hemelbedden. Allerminst spartaans, ook weer niet super-de-luxe, maar wel rustiek en eco-chic. Bij het uitdovende gezang van massa’s cicades is het zacht inslapen.

Om zes uur komt de zon op, maar daar is vandaag niks van te zien. Er hangt er een dikke laag mist boven de Mekong, wat er mystiek uitziet, maar ook rillingen veroorzaakt bij de passagiers die in korte broek weer aan boord stappen – het is fris in de tropen. Het personeel sjouwt af en aan met dekentjes en warme koffie, totdat de zon doorbreekt, de mist verdampt en het weer opwarmt. Simon geniet zichtbaar van de zon en het uitzicht. “Het verveelt geen moment. Naarmate we dieper Laos in varen, lijkt het steeds groener te worden. De rivier is hier ook een stuk smaller, we varen echt dóór de jungle. Prachtig.”

Dan worden Simon en de anderen op het bovendek veiligheidshalve naar beneden gedirigeerd. Er nadert een stroomversnelling en men wil niet dat er iemand overboord kukelt. De gemiddelde cruiseganger heeft inmiddels al twee boeken uitgelezen en drie tijdschriften doorgebladerd, de nodige spelletjes gewonnen danwel verloren en ook alle koetjes en kalfjes zijn besproken. Na de lunch lijken er in stille hoekjes op de boot een paar romances op te bloeien: de Britse Peter flirt met een Nederlandse man en een eveneens Nederlandse jongen papt aan met een knappe, wat oudere Zwitserse vrouw. De avances worden bruut onderbroken door de volgende tussenstop.

Boeddhabeeldenkerkhof

Ban Baw is een gehucht van drie dozijn huizen, bevolkt door drie stammen; Tai Lu en Shan, oorspronkelijk afkomstig uit respectievelijk China en Birma, maar vooral Lao Loum of ‘Laotiaanse laaglanders’, die tweederde van de bevolking van Laos uitmaken. De dorpelingen hebben zich bekeerd tot het boeddhisme en er staat er een minitempeltje met een trio monniken in saffraankleurige habijten. In een prominent opgesteld kolossaal koperen vat de lokale specialiteit gestookt; Lao Lao, whisky van kleefrijst. Die moet geproefd worden, ergo: vrolijk aangeschoten waggelt men over de smalle loopplank terug aan boord.

De eindbestemming komt in zicht als er een laatste tussenstop wordt gemaakt bij een soort kerkhof voor boeddhabeelden. De grotten van Pak Ou zijn de populairste uitstap vanuit Luang Prabang – het is er een komen en gaan van boten en een drukke boel. Het is duidelijk waar al die bezoekers opaf komen: de twee grotten zijn volgestouwd met afgedankte boeddha’s. Als ze in tempels of thuis vervangen worden, worden ze hierheen gebracht. De beeldjes zijn verweerd of gescheurd, af en toe ontbreekt er een arm of hoofd, en de honderden of misschien zelfs duizenden boeddha’s in verschillende staten van verval in de donkere grotten bieden een betoverende aanblik.

Dat laatste geldt in het kwadraat voor Luang Prabang, waar rond zonsondergang wordt aangelegd. Het is een helse klim van de rivier naar boven, maar dan beland je in de hemel. Luang Prabang is het meest ontspannen stadje van het voormalige Indochina. In de beeldschone bladgouden Wat Xieng Thong schuiven puberende boeddhistische monniken aan voor het avondgebed, buiten schuifelen blanke toeristen op souvenirjacht over de avondmarkt, in de eetstraat ernaast wordt in de zwoele avond gesmuld van vers bereide Laotiaanse lekkernijen en overnacht wordt er in stijlvolle boetiekhotels. “Ik had gehoord dat het hier leuk was,” zegt de Belgische Carla, “maar niet dat het zó leuk was. Ik ben op slag verliefd op Laos.” 

De bergstammen van Thailand & Laos
De een vindt het aapjeskijken in een ‘mensentuin’, de ander ziet het als een uniek inkijkje in een exotische cultuur. Hoe dan ook, wie door Noord-Thailand en Laos trekt, komt vroeg of laat terecht in een dorp van een bergstam. Zes opvallende bergstammen op een rij.

Lao Loum-kinderen in Ban Baw, een dorpje aan de Mekong in Laos

Lao Loum
De Lao Loum zijn de grootste stam van Laos, die met ruim 4 miljoen tweederde van de Laotiaase bevolking uitmaakt. Ze spreken de landstaal Lao, zijn boeddhistisch en kleden zich overwegend westers. Oorspronkelijk leefden ze vooral in de Mekongvallei, nu in dorpen en steden door het hele land.

Khamu-dorpje Ban Houy Phalam op de oevers van de Mekong in Laos

Khamu
De Khamu zijn de oorspronkelijke bewoners van Laos, en met een populatie van 400 duizend ’s lands op één na grootste etnische groepering. Ze leven in afgelegen dorpen in de noordelijke provincies Luang Prabang en Xiang Khoung. De Khamu hangen het animisme aan. De sjamanen worden ook door landgenoten beschouwd als begaafde genezers, die vaak deelnemen aan Laotiaanse ceremonies.

Lisu-meisje in de Lisu Lodge in de provincie Chiang Mai, Thailand

Lisu
De Lisu zijn oorspronkelijk afkomstig uit Tibet en leven verspreid over Birma, China, India en het noorden van Thailand. Een deel is bekeerd tot het christendom, maar de meerderheid is animistisch. Voorheen werkten de Lisu in de papaverteelt voor de opiumproductie, tegenwoordig vervaardigen ze handwerk voor toeristen; de vrouwen maken sjaals en kleding, de mannen manden en muziekinstrumenten van rotan en bamboe. De vrouwen kleden zich kleurig, in decoratief geborduurde tunieken met ruimvallende broeken, beenwarmers en zilveren sieraden.

Akha-vrouw in Ban Lor Yo, Chiang Rai, Thailand

Akha
De Akha komen net als de Lisu oorspronkelijk uit Tibet. Ze leven in Birma, Vietnam, Laos en Noord-Thailand, waar hun dorpen herkenbaar zijn aan houten toegangspoorten waarover wordt gewaakt door (houtgesneden) beschermheiligen met grote genitalia. Akha zijn animistisch en gaan voor advies bij belangrijke beslissingen en bescherming tegen boze geesten op consult bij de dorpssjaman. Akha-vrouwen dragen opvallende mutsen die versierd zijn met zilveren bellen en munten.

Karen-vrouw in Mae Taeng, Chiang Mai, Thailand

Karen
De Karen zijn met een bevolking van 400 duizend de grootste bergstam van Thailand. Ze komen oorspronkelijk uit de Gobiwoestijn op de grens van China en Mongolië, maar trokken eeuwen geleden al naar Thailand, Birma en Laos. De Karen zijn deels christelijk, deels boeddhistisch en deels animistisch. De bekendste Karen zijn de Padaung of zogenoemde Langnekken, waarvan de vrouwen koperen halsringen dragen, zodat het lijkt alsof ze lange nekken hebben – in werkelijkheid is hun nek niet langer dan normaal, maar worden hun schouderbladen naar beneden gedrukt.

Hmong-vrouw in Ban Huai Luek, Chiang Mai, Thailand

Hmong
De Hmong zijn oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-China en zijn zowel in Noord-Thailand als Laos relatief talrijk. Polygamie is toegestaan en de Hmong zijn strikte animisten; sjamanen voeren grootse ceremonies uit om met geesten in contact te komen. Net als de Lisu werkten de Hmong voorheen vooral in de opiumproductie, maar dankzij een project van de Thaise koning Bhumibol zijn velen overgestapt op het verbouwen van bloemen, appels, peren en aardbeien. Hmong-vrouwen dragen mooi geborduurde plooirokken en jasjes van zwart satijn met kleurige brede revers en manchetten. Bij festiviteiten worden kilo’s zilveren sieraden omgehangen.
De Thailand-Laos-connectie
Niemand vliegt voor een tweedaagse boottocht naar het Verre Oosten. Hoeft ook niet, want zowel voor vertrek als na aankomst hebben Thailand en Laos nog veel meer te bieden. Een tweeweekse reisroute: vlieg naar Bangkok en verblijf daar twee dagen, reis overland door Noord-Thailand naar de grens met tussenstops in Chiang Mai en Chiang Rai, dan de Mekong-cruise naar Luang Prabang, waar je ook twee dagen verblijft en dan overland via Vang Vieng doorreist naar Vientiane. Per trein terug naar Bangkok.
Mekong Praktisch
Reis & prijs
Van Amsterdam naar Bangkok met EVA Air, vanaf € 689 retour all-in. Verder naar Chiang Mai per trein (ca. 14 uur, € 22 enkele reis 2e klasse) en bus naar Chiang Khong (ca. 6 uur, € 7,50). Van Luang Prabang naar Bangkok met Lao Airlines of Bangkok Airways, ca. € 150 enkele reis, of overland: per bus naar Vientiane (ca. 9 uur, € 12) en trein naar Bangkok (ca. 12 uur, € 20).
Mekong-cruise
Cruisen over de Mekong kan op drie manieren:
• Per houten slowboat in twee dagen voor ca. € 20, maar dan moet je zelf voor accommodatie in Pakbeng zorgen en de boten zijn vaak overvol en niet bijster comfortabel. Alleen voor verwoede budgetreizigers.
• Per speedboot in 6 uur met lunchstop in Pakbeng voor ca. € 35, maar al die tijd zit je in een reddingsvest en met een helm op opgepropt in een klein, onveilig bootje dat een oorverdovend kabaal maakt. Zelfs voor diehards af te raden.
• De comfortabele en aanbevolen variant, per stalen motorboot van Luang Say Mekong Cruises, kost vanaf € 285 inclusief transfers, entreegelden, koffie, thee en water, maaltijden en overnachting in de Luang Say Lodge. De lokale reisagent Diethelm Travel boekt tickets, hotels, transfers, excursies en arrangementen.
Beste reistijd
Het droge seizoen (maart-mei) kan beter worden vermeden, vanwege de drukkende hitte en het waterpeil van de Mekong, dat zo laag kan staan dat afvaarten moeten worden geannuleerd. Het regenseizoen (juni-november), is niet onaangenaam, met geregeld een tropische stortbui, maar ook veel zon en temperaturen rond de 30 graden – en veel muggen en ander vliegend ongedierte. Het aangenaamst is de winter (november-februari), met droge, warme dagen en frisse nachten.
Papieren & prikken
Uitstempelen in de Thaise grensplaats Chiang Khong en per langstaartboot de Mekong over naar de Laotiaanse grensplaats Houeixay. Aldaar krijg je bij aankomst tegen inlevering van een ingevuld formulier, pasfoto, paspoort en 28 euro een visum voor 30 dagen. In Laos komt malaria en denguekoorts voor; muggenmiddel met DEET mee en eventueel malariatabletten. Aanbevolen vaccinaties: hepatitis A, DTP, buiktyfus. Zie www.lcr.nl
Accommodatie
• Bangkok: Shanghai Mansion is het leukste boetiekhotel van de stad, midden in de levendige Chinatown en kleurig ingericht in de romantische stijl van het Shanghai van de jaren 30, met chaises longues, lakmeubilair, lantaarns, designligbaden en hemelbedden en aan de karmozijnrode, purperen of saffraangele muren een keur aan chinoiserie. 2pk va. € 57
• Chiang Mai: Rachamankha is een tempelachtig boetiekhotel met maar 24 kamers en suites in een tropische tuin, met toprestaurant, designzwembad en spa, in het hart van de oude stad. 2pk va. € 175
• Gouden Driehoek: Anantara Golden Triangle is een super-de-luxe designresort met megazwembad, spa, kookschool en olifantenkamp. In Chiang Saen in de Gouden Driehoek, het drielandenpunt van Thailand, Birma en Laos, en op anderhalf uur rijden van Chiang Khong. 2pk va. € 700
• Chiang Khong: Chiang Khong Teak Garden Hotel staat in een tropische tuin vol teakbomen pal aan de Mekong; vraag om een kamer met rivierzicht. Op loopafstand van de pier voor de speedboot naar Laos. 2pk va. € 22
• Pakbeng: De romantische Luang Say Lodge is bij de Mekong-cruise inbegrepen, maar voor wie liever de slowboat neemt, is Monsovanh Guesthouse een prima budgetoptie. 2pk va. € 10, geen website.
• Luang Prabang: Het onbetwiste tophotel is Amantaka, dat zó chic is dat het geen sterren heeft. Met een toprestaurant, dito spa en 24 super-de-luxe suites, waarvan de meeste met privé-zwembad, in het Frans-koloniale voormalige ziekenhuis. 2pk va. € 675. Luang Say Residence is het nieuwe hotel van Luang Say Mekong Cruises, in koloniale stijl met toprestaurant, groot zwembad en louter suites, op tien minuten fietsen van de oude stad. 2pk va. € 180. My Dream Resort is een fonkelnieuw boetiekhotel met rustieke kamers in hardhouten huizen in een tropische tuin met zwembad. Buiten de oude stad, maar gratis shuttlebus. 2pk va. € 37
Reisgids
De Nederlandstalige Rough Guide Laos telt ruim 350 pagina’s en kost € 19,99

Meer informatie

Thais Verkeersbureau, Amsterdam, tel. 0900 040 0222 (35 cpm)
Ambassade van Laos, Brussel, tel. +32 2 740 0950
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist