Leestijd: 9 minuten

De ring rond Madrid

Madrid is een topbestemming voor een stedentrip. Maar de pronkpaleizen en prachtdorpen in de regio worden vaak over het hoofd gezien. Daarom: vijf puike daguitstapjes rond de Spaanse hoofdstad.

Alcalá de Henares, 30 kilometer ten oosten van Madrid, 204.000 inwoners
De Stad van Cervantes

Don Quichot is het meest verkochte boek na de bijbel. Miguel de Cervantes, de man die het begin 17e eeuw schreef en daarmee de dolende ridder en diens dappere dienaar Sancho Panza onsterfelijk maakte, werd geboren in Alcalá de Henares. En dat zullen we weten: het stadsplein is naar hem vernoemd, het wemelt van de standbeelden en de VVV wijst je de weg naar ’s mans doopvont, het hospitaal waar zijn vader werkte als chirurgijn en het karmelietessenklooster van zijn zuster.

De trekker is het Casa Natal de Cervantes, de plek waar hij op 9 oktober 1547 het levenslicht zag – alleen de fundering is origineel, de rest is gereconstrueerd en ingericht met tijdsgetrouw meubilair. In de wijnkelder zijn kostbare uitgaven van het boek te zien, zoals de eerste Nederlandse vertaling uit 1657: Den verstandigen vroomen ridder, Don Quichot van La Mancha. Logisch dat Spanjaarden in vervoering raken zodra zij in het voetspoor treden van hun grootste schrijver, maar voor ons is het wat magertjes. Naar Cervantes’ favoriete bibliotheek, bodega of restaurant is het vergeefs zoeken; de beste man woonde slechts de eerste vier jaar van zijn leven in Alcalá.

Gelukkig is er nog een troef en díe is de reden dat het stadje op de Werelderfgoedlijst staat: de eind-15e-eeuwse Universidad Complutense was ooit een van ’s werelds belangrijkste universiteiten. Tussen de in uitbundige renaissancestijl opgetrokken gebouwen is het onder de sinaasappelbomen op een patio prettig picknicken.

El Pardo, 6 kilometer ten noordwesten van Madrid, 3600 inwoners
Franco’s Vergeten Paleis

Van alle publiekelijk toegankelijke koninklijke paleizen in en rond Madrid wordt het 16e-eeuwse Palacio de El Pardo het minst bezocht – decennialang woonde hier dictator Franco. Het ideale paleis voor een generaal die graag voor koning speelde: groots en meeslepend en voorzien van kilometers zijde en fluweel, kristallen kroonluchters, flonkerend marmer en klatergoud. Het paleis wordt omringd door vijftienduizend hectare jachtgebied en staat bovenop een berg, zodat indringers al van verre konden worden afgeknald – een geruststellende gedachte voor de gehate generaal.

Franco wordt vaak weggezet als een sober mannetje, maar zijn werkkamer vol mahoniehouten meubilair, gouden klokken en tapijten van Goya bewijst het tegendeel. In het al even somptueuze theater nam hij eigenhandig de filmcensuur ter hand en vanuit zijn slaapkamer kon hij zo een minikapelletje in om de Heer om vergeving voor zijn zonden te vragen. Terwijl Franco’s volk overleefde op schamele rantsoenen, smulde El Caudillo zelf met vooraanstaande vrienden van kalfsmedaillons en gevulde heek. Een beladen geschiedenis, waar de meeste Spanjaarden liever niet aan terugdenken.

Hoewel El Pardo eeuwenlang als woonpaleis had gediend, nam koning Juan Carlos na Franco’s dood in 1975 niet hier zijn intrek, maar vlakbij in het Palacio de la Zarzuela. El Pardo wordt nu gebruikt als luxehotel voor bezoekende staatshoofden, van Berlusconi en Sarkozy tot onze eigen kroonprins en koningin. Je tanden poetsen in het huis van de dictator die verantwoordelijk was voor de zwartste bladzijden in de Spaanse geschiedenis – daar moet Beatrix zich toch een beetje ongemakkelijk bij voelen.

El Escorial, 45 kilometer ten noordwesten van Madrid, 18.000 inwoners
Filips’ Kolossale Kloosterkasteel

Het bergdorp San Lorenzo de El Escorial, eenzaam en afgelegen in de Sierra de Guadarrama, zou nooit hebben bestaan als Filips II, koning van Spanje en Heer der Nederlanden, hier niet in de 16e eeuw zijn immense kloosterkasteel zou hebben gebouwd. Filips moet een stuurs mannetje zijn geweest: het Escorial is een granieten blokkendoos van 200 meter in het vierkant, groots en grimmig, met 1200 deuren, 2675 ramen, 4000 kamers, 86 trappenhuizen en 24 kilometer aan gangen. Klooster, basiliek, seminarie, bibliotheek, pantheon en paleis in één – een sterk staaltje megalomanie, met stip genoteerd op de Werelderfgoedlijst.

De omvang van het Escorial laat zich, zoals Filips zelf ook deed, het best beschouwen van een afstand: regelmatig wandelde hij naar zijn favoriete rotspunt voor een wonderschoon uitzicht op zijn gestaag vorderende levenswerk. Wie de tijd heeft, kan ook nu de wandeling naar die Silla de Felipe II ofwel ‘Zetel van Filips II’ maken; in tweeënhalf uur heen en terug, de VVV heeft een routebeschrijving.

Een bochtige bergweg verderop staat nog een megalomaan monument: El Valle de los Caídos, de Vallei der Gevallenen, werd in opdracht van Franco gebouwd door twintigduizend dwangarbeiders – officieel als gedenkteken voor de slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog, in werkelijkheid als glorieus mausoleum voor de dictator zelf. Achterin de ondergrondse kathedraal ligt ’s mans graf met erop een bosje bloemen, bovenop staat een kruis zo groot dat het van tientallen kilometers afstand te zien is.

Aranjuez, 45 kilometer ten zuiden van Madrid, 50.000 inwoners
Het Versailles van Spanje

Nóg een paleis van diezelfde gekke koning Filips II, maar het contrast kan niet groter: zo grimmig als het Escorial is, zo popperig is het Palacio Real de Aranjuez. Flip koos deze plek voor zijn zomerpaleis niet zomaar: middenin de verder zo droge en dorre hoogvlakte onder Madrid, is dit een vruchtbare vallei op de oevers van de Taag, waar sappige asperges en zoete aardbeien welig tieren. Een vrolijke groene punica-oase.

Daarom staat niet louter het paleis op de Werelderfgoedlijst, maar ook het bijbehorende ‘culturele landschap’, waarmee vooral gedoeld wordt op de spectaculaire paleistuinen, die Joaquín Rodrigo inspireerden tot zijn Concierto de Aranjuez. Die voor de deur van het paleis is à la Versailles keurig geometrisch gemanicuurd met bloemenperken, bolheggen, grintpaden en een beeldenfontein, daarachter ligt op een eilandje de Jardín de la Isla, lommerrijk met marmeren beelden en meer fonteinen, en in de uitgestrekte Jardín del Príncipe kun je uren dwalen van het Casa de Marinos met een collectie koninklijke sloepen naar het Casita del Labrador, een bijpaleis in rococo.

Vergeet vooral de lokale delicatessen niet: zoek een terrastafeltje tegenover het paleis, niet bij Godoy want slecht en duur maar ernaast bij La Cocina de Palacio, bestel een bord groene asperges met zeezout en ham en als toetje een portiefresas con nata – en laat je verrassen door de kunstige toren van vuurrode aardbeien met niet-te-zoete slagroom die op tafel komt. Niet te versmaden en zo machtig dat je het diner wel kunt overslaan.

Chinchón, 50 kilometer ten zuidoosten van Madrid, 5300 inwoners
Smullen op een Balkonnetje

De favoriete weekenduitstap van de Madrilenen voert naar het belachelijk pittoreske dorp waaraan Goya zijn hart verloor. Chinchón is wereldberoemd in Spanje om haaranís, een pastis-achtige anijslikeur met een alcoholpercentage tot 74 procent, die al eeuwenlang alleen hier gestookt mag worden. In de rest van het land is anísvoorbehouden aan oudere dames met paarse kleurspoelingen, hier drinkt iedereen het.

Nog beroemder is Chinchón om het Plaza Mayor, volgens velen het mooiste plein van Spanje. Ook dit ovalen plein werd ooit gebouwd als arena voor stierengevechten en eens per jaar, in oktober, vervult het die functie nog. De rest van het jaar wordt er op de houten balkonnetjes lekker lang geluncht met verse vis of mals stierenvlees. Mesón de la Virreina is een van de beste restaurants met uitzicht op het plein en het als een amfitheater opgestapelde dorp – op zonnige zondagen wel even van tevoren je balkonnetje reserveren.

Kuier naar boven langs de kerk – met een heuse Goya – en je hebt nog een puik uitzicht, ditmaal op het plaza en het dorp in de diepte met daarachter een middeleeuwse kasteelruïne. ’s Weekends is het hier een drukke boel en het dorp is zo piepklein dat je alles in een uur of twee hebt gezien. Toch loont het om te blijven plakken: ’s avonds zijn de toeristendrommen verdwenen, heb je de trapstraatjes zomaar voor jezelf en dan is Chinchón pas echt een sprookje. 

Regio Madrid Praktisch
Hoe kom je er?
Van Amsterdam naar Madrid meteasyJet vanaf € 72 retour all-in
Beste reistijd
Hoogzomers is het in de regio Madrid topdruk en snikheet, in de winter is het bar koud en is er veel gesloten. In het voor- en najaar is het prettig, stil en prachtig weer.
Lokaal vervoer
• Alcalá de Henares per trein: cercanías C-1, C-2 of C-7, elke 5 à 10 minuten vanaf stations Chamartín en Atocha
• El Pardo per bus: lijn 601, ongeveer eens per kwartier vanaf Calle de la Princesa bij metrostation Moncloa.
• San Lorenzo de El Escorial per bus: lijn 661 of 664, ongeveer eens per uur vanaf metrostation Moncloa
• Aranjuez per trein: cercanía C-3 vanaf station Atocha, in de spits ongeveer eens per kwartier, anders eens per 1 à 2 uur
• Chinchón per bus: lijn 337 vanaf metrostation Conde de Casal, ongeveer eens per uur
Accommodatie
• Alcalá de Henares: De chique parador huist in een van de mooiste voormalige universiteitsgebouwen met uitstekend restaurant. 2pk va. € 60
• San Lorenzo de El Escorial: Posada Don Jaime is een charmant hotelletje op struikelafstand van het klooster. 2pk va. € 65
• Aranjuez: het prettig moderne NH Príncipe de la Paz staat pal tegenover het paleis – vraag een kamer met uitzicht. 2pk va. € 55
• Chinchón: Casa Rural La Graja is een wolk van een B&B in een eeuwenoud huis, smaakvol ingericht door de allerliefste eigenaar. 2pk va. € 45
Meer informatie
Spaans Verkeersbureau, tel. 070 346 5900
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist