Leestijd: 11 minuten

Het Bilbao Effect

Tien jaar geleden wilde je nog niet dood gevonden worden in die stinkende industriestad op de oevers van de poepbruine Nervión. Ineens was daar het Guggenheim en hup, het is Europa’s hipste citytrip: Bilbao.

Het is inmiddels een beproefd Iberisch recept. Neem een volslagen in de vergetelheid verzonken provinciestad, zet een absurd groot of duur gebouw van een beroemde architect neer of sleep een evenement van wereldbelang binnen, tover een zak geld tevoorschijn voor de bijbehorende city-branding en olé: je stad staat weer stevig op de kaart. De Expo 92 deed het voor Lissabon, in Barcelona waren het de Olympische Spelen, Valencia bouwde een arsenaal aan spierwitte ufo’s en in Zaragoza is met de Expo 2008 het cirkeltje rond.

Het ‘Bilbao-effect’ heet dat, want nergens slaagde de huub-huub-Barbatruc beter dan in Bilbao. El Botxo noemen de inwoners noemen hun stad, ‘het gat’, een bijnaam die vóór de revival heel toepasselijk was. Bilbao was een stinkende industriestad op de oevers van de poepbruine Nervión, een mistroostig landschap van vervallen loodsen en roestende scheepskranen, want ook hier ging eind jaren 80 de scheepsbouw op z’n gat. De inwoners vertrokken bij bosjes naar olijker oorden, toeristen reden dankzij duizend Baskische bommen en granaten met een grote boog om Bilbao heen.

Architect Frank Gehry stapte in het vliegtuig, beklom een berg, keek neer op Bilbao en zag dat het goed was. Hij tikte voor een prikkie een scheepslading titanium op de kop en bouwde een van ’s werelds beroemdste gebouwen: het Guggenheim-museum. Een naam die ze hier heus niet uit hun strot krijgen – het wordt zoiets als Ggoeggengééjm.

Titanium kathedraal

Sindsdien is alles anders. Honderden roestende scheepskranen zijn opgeruimd en de rommelige rivieroevers zijn omgetoverd in flaneerboulevards met designbruggen en -bankjes, terrassen alom en groenvoorziening allerlei. De halve stad werd opnieuw opgebouwd en in de andere helft verdringen de hijskranen zich om elk braakliggend lapje grond. Dezelfde bewoners die eerder afdropen, staan in de rij voor een appartementje met rivierzicht en dezelfde toeristen die eerder nog niet dood gevonden wilden worden in Bilbao, staan te dringen voor de stadspoort. Bilbao is booming.

Tien jaar later is het letterlijk wervelende bouwwerk van Gehry nog steeds dé toptrekker, met ruim tienduizend vierkante meter tentoonstellingsruimte. Ruim de helft daarvan is voor wisselende tentoonstellingen, in de overige van de twintig galerijen hangen Warhol, Magritte, Picasso en Dalí. De honderddertig meter diepe Visgalerij biedt plaats aan zeven van Richard Serra’s gigantische sculpturen van roestend staal. Voor de deur staat een van de leukste kunstwerken: Puppy (spreek uit: Poepie), een uit fleurige petunia’s opgetrokken metershoge knuffelhond van kitschkoning Jeff Koons.

Wegwijs worden in deze titanium kathedraal der moderne kunst gaat met een audiogids, cadeau bij het toegangskaartje. Ook leuk is de audiogids voor buiten, met tekst en uitleg over de architectuur. Zo leren we dat Frank Gehry niet alleen het museum ontwierp, maar ook plannetjes smeedde voor de Abandoibarra, het voormalige industriegebied eromheen, zodat het Guggenheim geen vlag op een modderschuit zou zijn. Alleen jammer dat daar, gezien de zielloze dertien-in-een-dozijn-blokkendozen die momenteel lukraak worden neergekwakt, minder van terechtkomt dan Gehry graag gezien zou hebben. Neemt niet weg dat je, als je ook nog wilt bladeren in de bieb, snuffelen in de museumshop en luieren op het restaurantterras, met het Guggenheim alleen zomaar een dag zoet bent.

Calatrava & Co.

Sinds Gehry’s Guggenheim kreeg Bilbao meer modern moois, van zo’n beetje elke vooraanstaande architect die er ter wereld voorradig is: een futuristisch vliegveld van Santiago Calatrava, een flonkerende metro van Sir Norman Foster, een scheepsvormig festivalpaleis van Federico Soriano en een trits designbruggen, zoals de Puente Zubizuri, ook van Calatrava. Op de rivieroever verrijst een compleet nieuwe woonwijk van Cesar Pelli, beter bekend van de Maleisische Petronas Towers. Alleen onze Rem Koolhaas ontbreekt nog in het rijtje, maar nadat hij eerst in Las Vegas zijn eigen oogverblindende Guggenheim bouwde, is ook hij hier gesignaleerd met een meetlint. Geef ’m eens ongelijk: Bilbao is een prachtig pretpark voor fans van moderne architectuur.

Toch blijft het Guggenheim dé blikvanger en die wil wil maar niet vervelen, vooral omdat de aanblik van het titanium zo veranderlijk is als het weer. Overdag flonkerend spierwit tegen een strakblauwe hemel, ’s avonds pastelroze in het schijnsel van de ondergaande zon en soms zachtlila na een Baskisch regenbuitje. Driemaal daags een rondje rond het Guggenheim is de aanbevolen dosis, en dat doe je hier met plezier.

Bijna zou je vergeten dat Bilbao ook andere musea heeft. Die zijn niet mis: het Museo de Bellas Artes is een van ’s lands meest prestigieuze musea voor klassieke kunst, met vooral Spaans spul van bijvoorbeeld Goya en El Greco. In het aanpalende Museo de Arte Contemporáneo vind je Tàpies, Chillida en Miró. Verder is er een museum vol Baskische geschiedenis en cultuur, het obligate maar daarom niet minder fascinerende Museo Taurino in de monumentale stierenvechtarena, of een splinternieuw maritiem museum aan een wonderschoon opgeknapt rivierhaventje.

Meeslepend modernistisch

Bilbao biedt meer dan musea. Een groot contrast met al die nieuwerwetse architectuur, maar niettemin de grote verrassing is de Casco Viejo. Dankzij de influx van toeristen en de euro’s die zij achterlaten, kon ook de oude stad picobello worden opgelapt.

Van buiten en vooral van binnen het bekijken waar zijn het zwierige Teatro Arriaga (wel even van tevoren reserveren voor een rondleiding), in 1890 gebouwd naar voorbeeld van de Parijse opera, de gotische pelgrimskathedraal en de Mercado de la Ribera, meeslepend modernistisch met kleurige tegeltjes en gietijzeren krullen en tierelantijnen – komt dat zien, vooral ’s morgens vroeg als de verse vis met veel misbaar en reuze theatraal over de toonbank gaat.

In de Siete Calles, de zeven smalste straatjes, wemelt het van de tapasbars. Hoewel die hier niet zo heten; in Baskenland geen tapas maar pintxos, culinaire kunstwerkjes aan een cocktailprikker. Bij Bar Bilbao, met een terras onder de bogen aan het mooie Plaza Nueva, bestel je voor twintig euro een bord vol álle pintxos van het huis – ruim voldoende om twee rammelende magen te vullen. Met stip de mooiste cafés zijn Iruña in Moorse stijl en La Granja in art nouveau – regelrechte teletijdmachines met elk een decor uit vervlogen tijden met kleurige tegeltjes, handgeschilderde fresco’s, kristallen kroonluchters en klatergouden ornamenten.

Panoramisch picknicken

Daar waar de rivier stroomt is het zo plat als een dubbeltje, maar verder hobbelt en bobbelt Bilbao er lustig op los. Voor een stevig stadspanorama hoef je dus nooit ver. Pak op het verstopte pleintje achter de kerk van Sint-Nicolaas voor een habbekrats de lift naar de bovenstad en je blikt neer op de Casco Viejo, waar de spits van de kathedraal parmantig bovenuit piept en de rivier doorheen meandert, tegen een achtergrond van grote groene bergen.

Hiervandaan is het, mijlenver verwijderd van het stadsrumoer, een kwartier kuieren naar de Basilica Nuestra Señora de Begoña, thuisbasis van Bilbao’s beschermheilige en een verplichte stop voor pelgrims op pad naar Santiago de Compostela. Nog leuker is de funicular, een stokoud kabelspoorbaantje dat piepend en krakend naar de top van de Artxanda voert voor een nog hoger en nog weidser uitzicht. Reken op zonnige zondagen niet op rust: dan pakt todo Bilbao het treintje naar boven voor een wandeling in de frisse berglucht en een panoramische picknick.

Bilbao aan Zee

Eigenlijk heeft Bilbao maar één gebrek: geen strand. Geen nood: stap in de metro en luttele minuten later sta je in Getxo, beter bekend als Bilbao aan Zee, waar de lokale bevolking op warme dagen komt afkoelen met een cornetto of raketje. Een voormalig vissersdorp met een klein, maar knap wijkje van tegen de heuvel opgestapelde vissershuisjes, een groot goudgeel zandstrand en een boulevard vol chique vakantievilla’s van welgestelde Basken.

De historische topattractie hier vind je na een fijne uitwaaiwandeling langs de waterkant: de Puente Colgante, een brug zo bijzonder dat ie op Unesco’s Werelderfgoedlijst staat. Een imposant ding, die ‘oudste transporterbrug ter wereld’, een jaar na de Eiffeltoren gebouwd door een hulpje van Eiffel zelve. Het gietijzeren gevaarte overspant de honderdzestig meter brede rivier, eronder bungelt een bakje met plek voor wat auto’s en passagiers, die voor vooroorlogse prijzen naar Portugalete aan de overkant worden gebungeld. Toeristen nemen ook de lift naar boven, waar het tochtje nog eens wordt overgedaan, maar dan te voet op bijna vijftig meter hoogte. Een duizelingwekkende kermisattractie uit de tijd van de Industriële Revolutie. 

Slapen in Stijl
Het hipste hotelbed van Bilbao staat in het Gran Hotel Domine, misschien wel het kekste designhotel van Spanje met een vrolijk en gelikt retro-interieur van Javier Mariscal. 131 Kamers en 14 suites rond een atrium met een 26 meter hoog kunstwerk van Mariscal, elke verdieping zijn eigen thema en kleurschema, een chocoladebruine relaxruimte met Eames-stoelen, een ontbijtrestaurant met fenomenaal panoramaterras, een café in Bauhaus-stijl en een cocktailbar vol tulpkrukjes van Eero Saarinen – designliefhebbers gaan hier uit hun dak. In Barcelona betaal je voor zo’n hotel dik het driedubbele – boeken dus, maar vraag wel om uitzicht op het Guggenheim.
Een paar deuren verderop is het Miróhotel ingericht door modista Antonio Miró. Het was Bilbao’s eerste designhotel en doet inmiddels ietwat gedateerd aan, een restaurant is er niet en sinds een wolkenkrabber voor de deur verrees is ook het uitzicht op het Guggenheim weg, maar de bar is chic, de kamers mooi minimalistisch en hier is wél een minispa – gebruik van de sauna, jacuzzi en gym is gratis voor gasten, een halfuur shiatsu komt op € 48.
Wie rust en ruimte zoekt, gaat naar Getxo of ‘Bilbao aan Zee’. Daar huist Hotel Embarcadero in een ‘villa in neo-Baskische stijl’ – eigenlijk gewoon een aristocratisch chalet dat niet zou misstaan in Sankt-Moritz. Oogt wat streng van buiten, maar binnen is het comfortabel hip. Vijfentwintig kamers en twee suites waarvan de helft met zeezicht, geraffineerd ingericht in jaren-20-stijl, maar dan met modern comfort. Ergo: veel rood en zwart, chic wit bloemetjesbehang, witte dekbedden en zwartwit gestreepte gordijnen, en als het even past een chaise longue in de erker, een zitje in de vensterbank of een eigen balkonnetje. Verder een lobby vol luie loungebanken, een puik restaurant en niet één maar twee zonnige terrassen, waarvan ook nu weer de helft met zeezicht. Kost wat, maar dan heb je ook wat.
* Gran Hotel Domine Bilbao: 2-pk va. € 140 incl. ontbijt, www.granhoteldominebilbao.com
* Hotel Miró: 2pk va. € 120 incl. ontbijt, www.mirohotelbilbao.com
* Hotel Embarcadero: 2pk va. € 200, ontbijt € 11, www.hotelembarcadero.com
Bilbao Praktisch
Hoe kom je er?
Met Air Berlin van Amsterdam naar Bilbao – met tussenlanding op Mallorca, maar wel voor weinig: vanaf € 69 retour all-in;www.airberlin.nl. Klimaatneutraal vliegen kost € 7,24; www.greenseat.nl. Een taxi naar de stad kost zo’n € 20, elk halfuur rijdt bus 3247 van Bizkaibus voor € 1,20 naar het centrum.
Museo Guggenheim
De tentoonstellingen ter viering van het tienjarig jubileum zijn net achter de rug en dus zijn er weer verse tijdelijke thema’s. Zoals tot september Cosas del Surrealismo met werk van Magritte, Miró en Dalí, over de invloed van het surrealisme op design, mode, theater, film en architectuur – en dat alles in misschien wel ’s werelds meest surrealistische museum. Een kaartje kost, afhankelijk van het aantal tentoonstellingen, € 7,50 tot 12,50 en is twee dagen geldig. De audiogidsen, een over de architectuur en een over de kunst, zijn warm aanbevolen en gratis, maar neem wel een identiteitsbewijs dat dient te worden ingeleverd als borg. Het Guggenheim is na tien jaar onverminderd populair; vooral tussen elf en drie staan er soms lange rijen voor de deur. Kom liefst laat; het museum is open tot acht uur ’s avonds. www.guggenheim-bilbao.es.
Korting
De BilbaoCard biedt gratis openbaar vervoer en 10 tot 50 procent korting op de entree van alle musea, plus voordeel op eten en drinken, shoppen en stappen. Eén, twee of drie dagen voor 6, 10 of 12 euro bij lokale VVV-kantoren of via www.europeancitycards.com.
Informatie
Voor vertrek: Spaans Verkeersbureau, tel. 070 346 5900, www.spaansverkeersbureau.nl. Ter plekke: VVV-kantoren op het vliegveld in de vertrekhal, bij het Guggenheim-museum, op Plaza Arriaga en op Plaza Ensanche, www.bilbao.net/bilbaoturismo.
Oorspronkelijk gepubliceerd in: ,

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist