Leestijd: 10 minuten

Van hippie tot hip: Ibiza

‘De harigen’, zo noemden de eilanders de hordes hippies die in de jaren 60 neerstreken op het vrije en blije Ibiza. Een halve eeuw later is alles anders, maar wie goed zoekt, vindt op het Balearische eiland ook nu nog de hippiesfeer van weleer.

Ibiza’s mooiste strandje vind je niet zomaar. Aan het einde van een bochtige bergweg in het hoge noorden van het eiland, ver weg van de hoofdstad en het vliegveld, ligt een goed verscholen halfrond baaitje. Een kiezelstrand, wat ligbedjes en parasols, en twee strandtenten, waarvan een standaard Spaans met plastic stoeltjes, papieren placemats en tapas op de kaart. De andere heet Deseo, het Spaanse woord voor zin, verlangen, genot, begeerte of lust, en lijkt een regelrecht overblijfsel uit Ibiza’s roemruchte hippietijdperk.

Naast een bouwvallig boothuis met een veranda die bij afwezigheid van de bootsman wordt benut als panoramische picknickplek, is Deseo een simpele witgekalkte blokkendoos zonder deuren of ramen. Op een betonnen vloertje staan onder een afdakje van palmbladeren wat witte houten stoeltjes en tafeltjes, in het zand zijn bij wijze van decoratie wat bamboestokken gestoken en in de zeebries klingelt een schelpengordijn. Het personeel sjouwt blootsvoets af en aan met mojito’s en caipirinha’s, de cliëntèle bestaat uit hartelijke hippies met rastahaar en kralenkettingen, uit de speakers klinken Bebel Gilberto en Manu Chao en op het menu staat vooral veel verse vis.

Op zondagen rond zonsondergang zou het te doen zijn op dit strandje; dan komen de hedendaagse hippies die Ibiza bevolken van heinde en verre hierheen, worden er kampvuren op het strand opgestookt en wordt er tot diep in de zwoele nacht gegeten, gedronken, getrommeld en gedanst. Het is zondag én zonsondergang, maar het seizoen zit er net op als ik er ben en de trommelaars zijn nergens te bekennen. Geen nood; dit is nog steeds het meest ontspannen strand van het eiland. Ik bestel een ijskoud biertje, zak onderuit en zie hoe achter een pittoresk rotseilandje de zon zachtroze in de Middellandse Zee zakt. Nog maar net geland op Ibiza en al helemaal onthaast.

Honderdduizend hippies

Benirràs was al in de jaren 60 een populaire hangplek voor hippies, toen de pelutsofwel ‘harigen’ zoals ze hier heten, bij bosjes naar Ibiza kwamen. In tegenstelling tot het vasteland van Spanje, waar het repressieve regime van dictator Franco heerste, was Ibiza een vrijgevochten flower-powerparadijs met wilde vollemaansfeesten, stille stranden waar naakt zonnebaden geen punt was, en vrij verkrijgbare wiet en lsd. De Rolling Stones, Pink Floyd en Santana traden er op, Salvador Dali kwam vakantievieren en Orson Welles draaide er een film. In de hoogtijdagen, pakweg van 1965 tot 1975, trok Ibiza jaarlijks honderdduizend harigen en het hippietijdperk duurde hier tot diep in de jaren 80, langer dan waar ook ter wereld.

Het leven was goedkoop en rustiek; het toerisme stond in de kinderschoenen, wegen waren schaars en hobbelig, het eiland was alleen bereikbaar per veerboot en een koud biertje kostte een handvol peseta’s. Ibiza werd het favoriete ommetje van de hippies die langs de Hippie Trail overland naar India en Nepal reisden. Velen van hen zouden dat einddoel niet halen, ze wilden nooit meer weg van Ibiza en vestigden zich in het afgelegen noorden in vervallen finca’s in boerendorpjes als Sant Joan en Sant Carles. Daar gold bar Las Dalias als het hippiehoofdkwartier; de plek voor een café con leche en een krantje, maar ook voor spontane jamsessies, rastaparty’s en zweeffeesten waarvoor de drugs met karrenvrachten tegelijk werden aangevoerd.

Hippiemarkt

Tegenwoordig zijn het toeristen die met busladingen tegelijk bij Las Dalias worden afgeleverd. De zaterdagse hippiemarkt wordt, zo beloven de foldertjes die in de badplaatsen worden uitgedeeld, bemand door ‘originele hippies’ die ‘kleurige juwelen, bongo’s en handgemaakte snuisterijen’ verkopen. Parkeren kost er drie euro, een koffie idem dito, de tapas zijn vet en smakeloos en de markt zelf bestaat uit honderden kraampjes die veelal dezelfde meuk verkopen die helemaal niet handgemaakt is, maar gewoon uit China komt. Toegegeven, er staan nog wel wat hippies achter de kraampjes, met minder maar nog net zulk lang haar als destijds, bij wie je heel handig ook met Visa of MasterCard kan betalen.

Naast het kerkje van Sant Carles is Bar Anita nog zo’n aloude hippie-hangout. Daar is sinds de jaren 60 weinig veranderd. De muren zijn een meter dik en witgekalkt, achterin staan de tapas op de toog, op het prikbord hangen annonces voor yogaretraites, tai chi-cursussen, homeopathielessen en holistische massages, de patio heeft een afdak van wijnranken en op de keienvloer staan de tafeltjes en stoeltjes te wankelen – eten en drinken doe je beter behoedzaam. Hier komen niet louter toeristen, maar ook locals, al was het maar om hun postvakjes te legen – ook dat is hier al een halve eeuw hetzelfde.

Afdalen naar Atlantis

Bij Bar Anita ontmoet niet alleen de lokale bevolking elkaar, maar wisselen ook reizigers bij een koud biertje gouden tips uit. Voor de hippiesfeer van weleer, zo wordt ons verzekerd, moeten we naar de overkant van het eiland. Daar zijn twee attracties met sinds mensenheugenis een magnetische aantrekkingskracht op harige types: Es Vedrà, een een onbewoond rotseiland omgeven door mythes, mirakels, magnetisme en magie, en Atlantis, waarvan elke toerist heeft gehoord, maar geen enkele eilander je zal vertellen waar het is.

Met een summiere routebeschrijving dalen we af naar Atlantis. Het pad is nauwelijks herkenbaar en voert over puntige rotsen, via losliggend gruis, langs prikkelbosjes en door mul zand in de brandende zon steil naar beneden. Drie kwartier klauteren later zijn we er, kletsnat van het zweet en met hier en daar een schram of schaafwond. In deze voormalige steengroeve, die inderdaad wel wat wegheeft van een verzonken stad, werden ooit de stenen gedolven voor de citadel van Ibiza-Stad, waardoor bizarre vormen ontstonden en twee natuurlijke zwembadjes onder vervaarlijke overhellende zwerfkeien. Het kost inspanning om hier te komen en nog meer om weer boven te geraken. Wie dat waagt, wordt beloond met een serene plek voor een panoramische picknick.

Homerus’ mythische eiland

Iets verderop hobbelen we over een onverharde weg naar Sa Pedrera, een kalkstenen rotsplateau op duizelingwekkende hoogte tegenover Es Vedrà. Dit zou het Sireneneiland zijn uit Homerus’ Odyssee, waar scheepskompassen op hol slaan, een priester ooit Maria aan zich zag verschijnen, vreemde lichtcirkels worden waargenomen en het zou er wemelen van de ufo’s. Wij zien ze niet. Wel kan het uitzicht op de bijna vierhonderd meter hoge rots zo op een ansichtkaart. Aan het einde van de dag arriveren hier clubjes toeristen om met een koele fles cava te genieten van de zonsondergang.

Wat er klopt van de wilde verhalen over Atlantis en Es Vedrà en wat is ingegeven door het drugsgebruik van de hippies die hier hun vollemaansfeesten vierden, blijft ongewis. Zeker is dat het er een stuk ontspannener toegaat dan bij het wereldberoemde Café del Mar in Sant Antoni. Ooit bij zonsondergang het favoriete terras van überhippies als Frank Zappa en Grace Jones, nu een massatoeristische bedoening met nurkse bediening en torenhoge prijzen. Ook Pacha, de club die eveneens bestaat bij de gratie van de hippie-invasie van toen, is onherkenbaar veranderd. Eens per jaar is er nog een flowerpowerfeest, alleen kost een nachtje stappen er nu zomaar honderd euro.

Het nieuwe Ibiza

Op naar ‘het nieuwe Ibiza’. De veerboot vaart ons in een halfuur naar het kleinere en stillere zustereiland Formentera. Hier is het leven nog overzichtelijk: geen megaclubs met een dansvloer voor tienduizend man, maar één discotheekje voor hooguit een paar honderd. En precies één hip strand, Platja Migjorn, met een handvol strandbars. Wie Ibiza te hectisch vindt geworden, zoekt zijn toevlucht tot Formentera en boekt een kamer bij Gecko, het enige designhotel van het eiland, met een tuin vol teakhouten ligbedden en parasols, een uitstekend restaurant en een massagetent aan het strand – een droomplek voor grootgegroeide hippies.

Een strandwandelingetje brengt je bij Blue Bar, het ‘Café del Mar van Formentera’, maar dan een stuk relaxter en op een prachtplek bovenop een duintop, met elke avond bij je cocktail en de loungedeuntjes van de dj een wonderschone zonsondergang. Of zak bij de buren onderuit op de zuurstokroze dagbedden van Flipper & Chiller, een hippe chill-out met groene muren en een wit dakterras met azuurblauw zeezicht. Uit de keuken komen salades en verse vis en de wijnlijst is ellenlang met alleen al een dozijn cava’s. Formentera is zo’n beetje het Ibiza van toen, met de moderne gemakken van nu. Niks mis mee.

Loungen in Ibiza-Stad

Terug op grote broer Ibiza is het weer even wennen aan de drukte, maar toegegeven: de hoofdstad is een plaatje en heeft nog veel authentieke charme. Voor massatoerisme was in de stille slingersteegjes en smalle trapstraatjes binnen de middeleeuwse muren geen plek en dus werden betonnen bunkerhotels, goedkope pizzeria’s en aftandse appartementengebouwen opgetrokken in het nabije Figueretes en Platja d’en Bossa, maar bleef Ibiza-Stad zelf ervan verschoond.

Carrer Major zou de ‘hoofdstraat’ moeten zijn, maar het is al net zo’n kronkelstraatje met kinderkopjes, luttele winkeltjes die altijd dicht lijken en een tapasbarretje. Tijdens de siësta kun je hier een kanon afschieten. ’s Avonds is het minder stil in Dalt Vila; dan wordt er romantische getafeld tussen de middeleeuwse huizen op het sfeervolle Plaça de Vila. Wij kiezen voor het terras van La Torreta en smullen in het zachtgele licht van de straatlantaarns van gegrilde zeebaars met paddestoelenrisotto en gepocheerde kabeljauw met tomatenmarmelade en wasabi-aïoli.

Voor goede restaurants en hotels in historische huizen naar de bovenstad, voor hippe tentjes en uitgaanspleintjes naar de benedenstad. ’s Morgens ontbijten we in het havenwijkje La Marina bij Croissant-Show met uitzicht op de monumentale stadspoort, we halen een biologisch yoghurtijsje bij het hippe Llaollao, drinken aan de voet van de vesting een cocktail bij loungebar iSpirito, dineren in de binnentuin van restaurante La Brasa en drinken een drankje op Plaça des Parc. Je moet even weten waar je wel en niet moet wezen, maar de hippies van toen komen ook nu op Ibiza prima aan hun trekken. Peace

Ibiza Praktisch
Hoe kom je er?
Transavia vliegt van mei tot oktober van Amsterdam en Eindhoven naar Ibiza, retour va. € 119
Beste reistijd
Het toeristenseizoen duurt van begin juni tot eind september. In juli en augustus is het snikheet en topdruk, juni en september zijn de fijnste maanden.
Aanbevolen hotels
Ocean Drive, designhotel met zicht op Ibiza-Stad, 2pk va. € 250
Atzaró, hideaway met spa in het stille noorden, 2pk va. € 310
The Giri Residence, boetiekhotel met vijf suites, 2pk va. € 250
Hacienda Na Xamena, voor moderne hippies, 2pk va. € 350
Gecko Beach Club, Formentera’s designhotel, 2pk va. € 135
Hippie-hangplekken
• Croissant Show, Ibiza-Stad
• Bar Anita, Sant Carles
• Deseo, Cala Benirràs
• Chez Gerdi, Formentera
• Blue Bar, Formentera
Reisgids
De enige recente Nederlandstalige reisgids is de matige Merian Live! Ibiza en Formentera ontdekken en beleven! (€ 9,95), in het Engels is er de uitstekende Rough Guide Directions Ibiza & Formentera (€ 10,95).
Informatie
Spaans Verkeersbureau, tel. 070 346 5900
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist