Sander Groen | Reisjournalist
Voorpagina > Reisreportages > Azië & Midden-Oosten > Turkije > Trans-Azië Expres
AD Reiswereld | 14 november 2009
Een enkeltje Teheran

Routekaart

Filmpje

Foto's

Praktische Informatie

Heen & terug
Heen van Amsterdam naar Istanbul met prijsvechters Pegasus Airlines of Sun Express, beide vanaf € 121 enkele reis all-in. Terug van Teheran naar Amsterdam rechtstreeks met Iran Air of KLM, vanaf € 455.

Visum
Turkije: visum bij aankomst op het vliegveld, kosten € 10. Iran: vraag je visum minstens een maand van tevoren aan bij de Ambassade van Iran in Den Haag, tel. 070 354 8483. De kosten zijn € 60, en behalve een paspoort met minstens twee blanco pagina’s en zes maanden geldigheid, een retourticket, formulieren en foto’s heb je ook een uitnodiging van een partij ter plaatse nodig; lokale reisbureaus zoals Iran Silk Road (zie onder) kunnen daar tegen een vergoeding voor zorgen.

Treinreis
De Trans-Azië Expres rijdt het hele jaar eens per week, met vertrek vanuit Istanbul op woensdag om 22.55 uur en aankomst in Teheran (theoretisch) op zaterdag om 18.45 uur. Een enkeltje Istanbul-Teheran kost ca. € 40, voor een stoel c.q. ligbed in een vierpersoons couchette. Koop vier kaartjes en je hebt alleen of samen een eigen hotelkamer op rolletjes. Online boeken kan niet, rechtstreeks reserveren bij de Turkse spoorwegen is vragen om bureaucratie. Beter is het om te boeken bij een reisbureau in Istanbul, zoals Tur-Ista, of in Nederland bij de Treinreiswinkel. In beide gevallen betaal je meer (€ 60 resp. € 85), maar de tickets worden bezorgd op je hotelkamer in Istanbul.

Eten & drinken
Zowel op de Turkse als de Iraanse trein is het eten prima en betaalbaar tot spotgoedkoop; een bord vol kipkebab kost 8 Turkse lira’s (€ 3,75) c.q. 10.000 Iraanse rials (€ 0,80). Alcohol op de Turkse trein is prijzig; een biertje kost TL 6,50 (€ 3,10), een wijntje TL 10 (€ 4,75). Op de veerboot zijn alleen tosti’s en fris verkrijgbaar; wie voor de Iraanse grens nog een laatste drankje wil, moet dat zelf meenemen.

Geld
In de Turkse trein kan alleen worden betaald met Turkse lira’s, in de Iraanse trein alleen met Iraanse rials. Op het treinstation van Tabriz kunnen euro’s (geen lira’s) worden gewisseld in rials. Lira’s wisselen in rials kan alleen clandestien op de veerboot – pas op voor wisseltrucs. Let op: wegens internationale sancties is het in Iran NIET mogelijk om met je bankpas of creditcard te pinnen of betalen – neem voldoende contant geld in euro’s mee voor de rest van je verblijf in Iran.

Opvang in Teheran
Voor de noodzakelijke assistentie bij je visumaanvraag en het boeken van een hotel of transfer in Teheran kun je terecht bij Iran Silk Road, gerund door Nederlander Bas en Iraniër Houman.

Eens per week vertrekt vanuit Istanbul de trein naar Teheran. Per vliegtuig duurt de reis drie uur, de Trans-Azië Expres doet er drie dagen en drie nachten over. Een treinreis om nooit te vergeten, dat Perzische partijtje tussen de rails.

Woensdag 19.30 uur: Haydarpasa, Istanbul
Aan de Bosporus staat een van ’s werelds meest grandioze treinstations, dat zich moeiteloos kan meten met Amsterdam Centraal of New York Grand Central. Het Haydarpasa-station in Istanbul ademt de grandeur van de Oriënt Expres, hoewel die hier nooit stopte. Eindpunt van de luxetrein uit de belle époque was Sirkeçi – een knullig Märklin-stationnetje vergeleken bij dit neoclassicistische spoorwegkasteel.

Sinds de opening van het station, 101 jaar geleden, is er weinig veranderd. Arriveren doe je hier over water, per intercontinentale ferry die verdacht veel wegheeft van de stoomboot van Sinterklaas. In Europa aan boord en van boord in Azië, waar je zo een eeuw terug in de tijd wordt geslingerd. De stoomtrein naar Bagdad of Damascus rijdt niet meer, maar eens per week staat er nog wel een exotische verbinding naar het Midden-Oosten op het matrixbord: de TransAsya Ekspresi treint in 69 uur ofwel drie dagen en drie nachten naar Teheran.

22.00 uur: Haydarpasa, spoor 3
Op het perron hebben zich Iraanse families verzameld temidden van enorme hoeveelheden bagage in koffers, weekendtassen en vuilniszakken. Een handvol westerlingen ijsbeert ertussendoor met rugzakken of koffers op wieltjes, in opgetogen afwachting van wat een grootste en meeslepende treinreis moet worden. Een uur voor de geplande vertrektijd rolt de Trans-Azië Expres het Haydarpasa-station binnen.

De Turkse trein blijkt verrassend modern en de vierpersoons couchettes zijn voorzien van verwarming en klaptafeltjes tot leeslampjes en een stopcontact. Het enige wat ontbreekt is een douche – dat wordt behelpen met koud water en washandje. Om vijf voor elf, precies als iedereen gesetteld is én volgens dienstregeling, begint de trein te rijden. Buiten twinkelen de lichtjes van Istanbul voorbij, binnen komt de conducteur kaartjes knippen en de treinsteward beddengoed brengen. De coupés worden omgebouwd tot hotelkamers op rolletjes en na middernacht is het stil – bij het gewieg en kedeng-kedeng van de trein is het zacht slapen.

Donderdag 06.45 uur: Ankara
De trein die met luid piepende remmen en hortend en stotend tot stilstand komt, fungeert als wekker. In Ankara, de hoofdstad van Turkije, houdt de Trans-Azië Expres een uur halt. Maar pas tegen tienen komt de trein echt tot leven. De eerste passagiers komen naar de restaurantwagon voor het ontbijt. Buiten trekt het Turkse platteland voorbij in breedbeeld met hier en daar een dorp met een moskee van maximaal één minaret.

Een half etmaal onderweg en nu pas maken de passagiers kennis met elkaar. Nederland wordt behalve door uw verslaggever vertegenwoordigd door de jonge striptekenaar Floor en door Adillah, net gepromoveerd op genetische aardappelmodificatie en nu op wereldreis. Britten aan boord zijn de middelbare boeddhiste Fran, bankier Steve, ex-brandweerman Martin en de broers Tom & Jon. Uit Australië komen straatmuzikant Nigel en surfer Stuart. Daniel is Duits en zijn vriendin Sanisah Maleisisch, de jonge Française Jeanne is vooral stil, terwijl Masoud, een charmante Amerikaan van Iraanse komaf, in vloeiend Engels en Perzisch praat voor twee.

13.00 uur: tussen Yerköy en Kayseri
Bij de lunch van sjisj kebab, geserveerd met een glimlach van oor tot oor door Riza, met stip de vrolijkste van het half dozijn Turkse treinpersoneel, komen de eerste pullen Efes-pils op tafel. De islamitische republiek Iran is alcoholvrij en de passagiers nemen het ervan nu het nog kan, Iraniërs incluis. Alleen laten zij zich nog niet zien. Dat zit, zo legt de Amerikaans-Iraanse Masoud uit, al in de volksaard.

Iraniërs maken het graag gezellig met elkaar; ze trekken eropuit in de bergen om met vrienden te picknicken of halen de hele familie in huis voor een feestmaal met drank en zang en dans. Stiekem natuurlijk, want van het islamitische regime dienen mannen en vrouwen gescheiden te blijven en plezier is in Iran in naam van Allah verboden. In de restaurantwagon komt de stemming erin en ook vanachter de schuifdeurtjes van de coupés klinkt een en al vrolijkheid. Wel jammer dat de oosterse en westerse feestjes gescheiden blijven – maar daar weet Masoud raad mee. Hij smoest wat met het treinpersoneel en grijnst dan triomfantelijk: “Tonight we’ll have a party on wheels!”

17.00 uur: tussen Kayseri en Sivas
De zon gaat onder boven de eindeloze katoenvelden, Riza sjouwt af en aan met pullen bier en borden vol kebab en Masoud haalt de Iraniërs naar het restaurant. Eén probleempje maar: de westerse toeristen spreken geen Perzisch en de Iraniërs nauwelijks Engels en dus is Masoud non-stop aan het tolken. Onbegonnen werk, want elke Iraniër heeft een verhaal.

Zoals Farideh van twintig: zij zocht haar verloofde op in Ankara, die daarvandaan naar Amerika probeert te komen om te studeren. Of de jonge Davood, die in Kayseri zijn beste vriend opzocht, gevlucht omdat hij het Baha’i-geloof aanhangt, een vredelievend geloof dat in Perzië werd gesticht maar in Iran verboden op straffe van de dood. De lange slungel Firouz zocht in Istanbul een maand lang naar werk als schoenpoetser, maar keert onverrichter zake terug naar huis. Masoud zelf werd in Iran opgeleid tot bouwkundig ingenieur, maar werkt in Colorado als snowboardinstructeur. Voor het eerst in dertig jaar keert hij terug naar zijn geboorteland: zijn 91-jarige vader ligt op sterven.

20.30 uur: ongemerkt voorbij Sivas
De tussenstop in Sivas, geboortestad van staatssecretaris Nebahat Albayrak, gaat ongemerkt voorbij. In het restaurantrijtuig is de beloofde party on wheels in alle hevigheid losgebarsten. Straatmuzikant Nigel haalt zijn gitaar tevoorschijn en speelt Cat Stevens’ Wild World tot Oasis’ Wonderwall, terwijl het publiek uit volle borst meezingt en ritmisch meeklapt. Dan is Iran aan de beurt: de ene na de andere Perzische klassieker volgt, in gezang dat in westerse oren steeds hetzelfde klinkt: loei-le-loei-loei, loei-le-loei-lóéóéóéi.

Er wordt nog net niet op de tafels gedanst, maar gedanst wordt er. Halve liters bier, hele flessen Turkse wijn en piccolo’s raki zijn niet aan te slepen en iedereen kletst met iedereen, in beperkt Engels gemixt met Perzisch en met handen en voeten. Terwijl de trein met honderd kilometer door de Turkse nacht dendert, blijft het lang onrustig in het restaurant op rolletjes.

Vrijdag 06.30 uur: Beyhan
Bij het ontwaken staat de trein stil in Beyhan. Niemand weet waarom; dit is een gehucht van een paar huizen, een theetuin en een perron zonder station. Volgens de conducteur gaat de trein zo weer rijden, de machinist zegt dat het nog een uurtje duurt en Riza in het restaurant beweert dat het zeker een halve dag gaat duren.

Tijd om de benen te strekken en thee te drinken – aan de linkerkant van de trein, want alleen daar zijn de deuren open. Aan de andere kant is een militaire basis. Het treinpersoneel tilt een legergroene kist aan boord en twee militairen met mitrailleurs stappen in. Hiervandaan voert de reis dwars door Turks Koerdistan; de militairen moeten de passagiers beschermen tegen Koerdische aanvallen.

12.00 uur: door opstandig Koerdistan
Morgen rond deze tijd bereikt de trein Iran en dus komen de Lonely Planets tevoorschijn. Daniel en Sanisah stippelen hun reisplan uit: Isfahan, Yazd, Bam, Shiraz en natuurlijk Persepolis. Adillah houdt haar dagboek bij en Nigel leest een roman. Fran komt haar lange zwarte jas en hoofddoek showen. Het is nog een dag boemelen, maar iedereen is al in de ban van Iran.

Sinds Beyhan is het landschap woest met bergtoppen tot 1200 meter. De trein slingert door een vallei langs een snelstromende rivier, her en der klettert een waterval naar beneden. Het kan hier spoken, getuige de ingestorte bruggen. Even is de trein in rep en roer als er in de rivierbedding een neergestorte passagierstrein ligt. Zelfde modelletje, merkt Steve droog op, en nauwelijks roest, dus een vers wrak. Floor gaat even verzitten.

17.00 uur: per veer over het Vanmeer
De Trans-Azië Expres bestaat uit twee treinen: een Turkse van Istanbul tot Tatvan en een Iraanse van Van naar Teheran. Daartussen ligt het grootste meer van het land. Het Vanmeer is een plaatje, omringd door vulkanen en vruchtbare grond vol fruitplantages, met gestapelde dorpjes op de meeroevers en één beroemde bewoner: Van Gölü Canavarı, een vijftien meter lang meermonster.

Het Vanmeer wordt overgestoken per veerboot. Alleen de bagagewagon gaat mee over het meer; de Turkse trein blijft achter in Tatvan en in Van aan de overkant staat de Iraanse trein klaar. Volgens de dienstregeling gebeurt dat in de middag, zodat de passagiers worden getrakteerd op een wonderschone zonsondergang boven het Vanmeer. Maar helaas, de vertraging is opgelopen tot acht uur; zodra het meer in zicht is, zakt de zon onder. De overtocht gebeurt in het stikdonker.

03.00 uur: slapeloze nacht
In het holst van de nacht verloopt het overstappen van de veerboot op de Iraanse trein chaotisch. De overtocht over het meer was lang en zonder uitzicht saai, en iedereen wil snel naar bed. De vriendelijke Iraniërs dringen schaamteloos voor, terwijl de westerlingen niet weten waar ze moeten wezen omdat de nummers van wagons en coupés alleen in het Perzisch vermeld zijn en het Iraanse treinpersoneel geen woord over de grens spreekt. Nog steeds in Turkije, maar alvast een voorproefje van Teheran.

Tegen vieren keert de rust terug. Een korte nacht: net als de remslaap aanbreekt, arriveert de trein bij de Iraanse grens. Met veel misbaar trommelt de treinsteward iedereen z’n bed uit: paspoort mee en naar buiten. In een tl-verlicht huisje nemen twee Turkse en nurkse douaniers de tijd om alle paspoorten uitvoerig te bestuderen. De bureaucratische bedoening duurt twee uur; langer dan de genoten nachtrust. Exit Turkije, op naar Iran.

Zaterdag 10.15 uur lokale tijd: welkom in Iran
Weer wordt er op de deur gebonsd. Ditmaal melden de Iraanse douaniers zich, die beleefder zijn dan hun Turkse collega’s. Zij hebben hun zaakjes klantvriendelijker voor elkaar: bij elk coupeetje nemen ze de paspoorten in, om die te controleren terwijl de passagiers ontbijten. Keurig worden de passen terugbezorgd, gestempeld en wel, met een hartelijk ‘Welcome to Iran’.

Buiten trekt het spectaculairste landschap van de hele reis voorbij. Kale, goudgele bergen rollen over elkaar heen, bruggen en tunnels volgen elkaar in rap tempo op, af en toe een dorpje van honingkleurige huizen met Perzische graffiti en een moskeetje met zilveren koepel. Het is stil in de trein – ook omdat de korte nacht zijn tol eist. Er wordt naar buiten gestaard, wat gelezen, maar vooral gezwegen.

14.25 uur: tussenstop in Tabriz
De eerste stop op Iraanse bodem is Tabriz, met anderhalf uur de tijd om geld te wisselen. Tweehonderd euro levert hier tweeënhalf miljoen Iraanse rials op; plotsklaps is iedereen miljonair. Tijd genoeg ook voor een Kodak-fotomoment met het karakteristieke routebordje van de trein, voorzien van sierlijk Perzisch schrift, met eronder de Engelse vertaling van rechts naar links: ‘Tehran <- Istanbul’.

Een kippeneindje lijkt het op de kaart van Tabriz naar Teheran, in werkelijkheid is het nog twaalf uur treinen. In het restaurant wordt een late lunch geserveerd: een bord vol kipkebab met saffraanrijst, een beker yoghurt met honing en een flesje cola, up of sinas dat verdacht veel lijkt op Coca-Cola, 7-Up en Sisi. En dat voor maar tienduizend rial, nog geen euro. Nou nog een biertje erbij, maar nee, die tijd is voorbij.

18.45 uur: de laatste loodjes
Kwart voor zeven ’s avonds, dat is een fatsoenlijke tijd om te arriveren in Teheran. Volgens het Iraanse echtpaar dat even komt informeren of alles nog naar wens is, bestaat die aankomsttijd alleen in het spoorboekje. Ze maakten de reis drie keer eerder en steevast kwam de trein midden in de nacht aan. Om drie uur ’s nachts rollen we het centraal station van Teheran binnen. Opluchting en teleurstelling tegelijk: de reis is voorbij.

In de stationshal worden Perzische klapzoenen uitgedeeld. Maar dan weg, want uitgeput en snel naar bed. 74 Uur duurde de reis, maar binnen tien minuten zijn alle passagiers verdwenen in de Iraanse nacht. De Trans-Azië Expres neem je niet om uit te rusten, wel is het een treinreis om nooit te vergeten.



Tekst en foto's: Sander Groen



Vragen? Opmerkingen? Aanvullingen? Reageer!

naam
e-mail
reactie


Reacties

Nog geen reacties.