Een enkeltje Teheran

Eens per week treint de Trans-Azië Expres in drie dagen dwars door Anatolië naar Iran

Eens per week vertrekt vanuit Istanbul de trein naar Teheran. Per vliegtuig duurt de reis drie uur, de Trans-Azië Expres doet er drie dagen en drie nachten over. Een treinreis om nooit te vergeten, dat Perzische partijtje tussen de rails.

Woensdag 18.00 uur: Haydarpaşa, Istanbul

Aan de Bosporus staat een van ’s werelds meest grandioze treinstations, dat zich moeiteloos kan meten met het Gare de Lyon in Parijs, Amsterdam Centraal of Grand Central in New York. Het Haydarpaşa-station in Istanbul ademt de grandeur van de Oriënt Expres, hoewel die hier nooit stopte. Eindpunt van de luxetrein uit de belle époque was Sirkeçi – een knullig Märklin-stationnetje vergeleken bij dit grootse spoorwegpaleis.

Het Ottomaanse Rijk liep begin 20ste eeuw op haar laatste benen, maar de sultan had nog grootse plannen, vooral op logistiek gebied. Er werd verwoed gebouwd aan spoorwegen van Constantinopel naar Bagdad, Damascus en Medina, en dergelijke prestigieuze verbindingen verdienden een fatsoenlijk treinstation. Wilhelm II van het bevriende Duitse Keizerrijk stuurde zijn beste bouwmeesters en in de Bosporus verrees op elfhonderd palen een neoclassicistisch kasteel compleet met bogen, balkons, koepels en torens plus een peperduur interieur van glas-in-lood, fresco’s, art-decolampen en krullen en tierelantijnen allerlei. De sultan was in zijn nopjes met het cadeautje van de keizer.

Sinds de opening van het treinstation, 101 jaar geleden, is er weinig veranderd. Arriveren doe je hier over water, per intercontinentale ferry die verdacht veel wegheeft van de stoomboot van Sinterklaas. In Europa aan boord en van boord in Azië, waar je zo een eeuw terug in de tijd wordt geslingerd. De stoomtrein naar Bagdad of Medina rijdt niet meer, maar eens per week staat er nog wel een exotische verbinding naar het Midden-Oosten op het matrixbord: de TransAsya Ekspresi, die in drie dagen en drie nachten van Istanbul treint naar Teheran.

Aan de Bosporus staat een van ’s werelds meest grandioze treinstations

Voor vertrek wordt er thee gedronken op het terras van het Haydarpaşa-station

Voor vertrek wordt er thee gedronken op het terras van het Haydarpaşa-station

19.30 uur: stationsrestauratie

Zoals dat gaat met meerdaagse treinreizen ben je ruim op tijd op het treinstation. Om de gereserveerde tickets op te halen bij het ouderwetse houten kaartjesloket, wat hier gepaard gaat met typisch Turkse bureaucratie, om thee te drinken op het terras voor het imposante gebouw, met uitzicht op het Sültanahmetpaleis, de Aya Sofia en Blauwe Moskee terwijl de zon zachtroze in de Bosporus zakt, om eten en drinken voor drie dagen in te slaan bij de kleine kiosk met het assortiment van een stevige supermarkt, en om geheel in stijl te dineren met drie gangen of meer in de gar lokantasi, de stationsrestauratie.

Ook daar bleef de afgelopen eeuw alles bij het oude – alleen hangt nu niet de sultan meer aan de muur, maar volksheld Atatürk, de ‘vader aller Turken’ die niet lang na de opening van het Haydarpaşa-station de sultan wegstuurde en de Turkse republiek stichtte. Onder zijn toeziend oog is het publiek een mengelmoes van westerse en oosterse toeristen die wachten op hun trein, en louter mannelijke locals die een potje triktrak spelen bij een goedkope maaltijd, een fles raki, nog een fles raki, en veel sigaretten.

Aan uitbesteding doen ze hier niet, dit is nog een authentieke stationsrestauratie: peper- en zoutstelletjes, borden, schalen en koffiekopjes zijn alle goudgerand voorzien van het rode logo van de TCDD, de Turkse staatsspoorwegen. Op het mönü staan mezzes in soorten en maten, van pilaki en piyaz (bonensalades) tot cacık en fava (yoghurt met komkommer en munt, respectievelijk met gemalen pinda’s). Als hoofdgerecht zijn er dolmas (gevulde groente) en köfte (gehaktballetjes) in verschillende varianten en wel tien soorten kebab, van vis of vlees, rauw of gegrild en à la Adana of Ankara. Als dessert is er baklava met Turkse koffie, gevolgd door het geijkte koffiedikkijken – een gepaste manier om de tijd te doden totdat je trein vertrekt.

In de stationsrestauratie wordt getafeld onder toeziend oog van Atatürk

In de stationsrestauratie wordt getafeld onder toeziend oog van Atatürk

22.00 uur: Haydarpaşa, spoor 3

Het vertrek van de trein naar Teheran is aanstaande. Op het perron hebben zich enkele Iraanse families verzameld temidden van enorme hoeveelheden bagage in koffers, weekendtassen en vuilniszakken. Een handvol westerlingen ijsbeert ertussendoor met rugzakken of koffers op wieltjes, in opgetogen afwachting van wat een grootste en meeslepende treinreis moet worden. Een uur voor de geplande vertrektijd rolt de Trans-Azië Expres het Haydarpaşa-station binnen.

Wat volgt is een vrolijke janboel van toeristen en Iraniërs die met hun ticket in de hand op zoek gaan naar de juiste coupé in het juiste rijtuig. Iraniërs staan bekend als hartverwarmend vriendelijk en gastvrij, en gedurende de reis zal dat ook blijken te kloppen, maar het fenomeen ‘op je beurt wachten’ kennen ze niet – het getrek en geduw blijft gemoedelijk en past kennelijk bij de volksaard. Met een uur te gaan totdat de conducteur op zijn fluit blaast en een treinreis van drieduizend kilometer voor de boeg, zien de westerlingen geen aanleiding om haast te maken. En dus is het Iraniërs eerst.

De Turkse trein blijkt verrassend modern en de vierpersoons couchettes zijn voorzien van verwarming en klaptafeltjes tot leeslampjes en een stopcontact. Het enige wat ontbreekt is een douche – dat wordt behelpen met koud water en washandje. Om vijf voor elf, precies als iedereen gesetteld is én volgens dienstregeling, begint de trein te rijden. Buiten twinkelen de lichtjes van Istanbul voorbij, binnen komt de conducteur kaartjes knippen en de treinsteward beddengoed brengen. De coupés worden omgebouwd tot hotelkamers op rolletjes en na middernacht is het stil – bij het gewieg en kedeng-kedeng van de trein is het zacht slapen.

De Turkse trein blijkt verrassend modern, inclusief een goed geoutilleerd restauratierijtuig

De Turkse trein blijkt verrassend modern, inclusief een goed geoutilleerd restauratierijtuig

Donderdag 06.45 uur: Ankara

De trein die met luid piepende remmen en hortend en stotend tot stilstand komt, fungeert als wekker. Langzaam wordt de trein wakker en komen de passagiers in pyjama of duster hun coupés uit om te kijken waar ze zijn. In Ankara, de hoofdstad van Turkije, houdt de Trans-Azië Expres een uur halt. De zon komt op, maar op het perron gebeurt weinig, ook binnen blijft het stil en de meeste passagiers maken rechtsomkeert, de coupé in en terug naar bed om uit te slapen.

Tegen tienen, halfweg tussen Ankara en Yerköy, komt de trein tot leven. Zowel voor het toilet als het washokje staat een rij en na het ochtendritueel druppelen de eerste passagiers binnen in de restaurantwagon, met vierpersoonstafeltjes gedekt met geruite kleedjes en elk een vaasje bloemen. Er staat één ontbijt op het menu, maar dat is prima: brood, boter en jam, room- en vertrouwde Goudse kaas, een hardgekookt ei en koffie of thee naar keuze. Buiten trekt het platteland van Turkije voorbij met groene cipressen tegen een decor van grijze bergen, en hier en daar een dorp met een moskee van maximaal één minaret.

Een half etmaal onderweg en nu pas maken de passagiers kennis met elkaar. Het blijkt een bont gezelschap: Nederland wordt behalve door uw verslaggever vertegenwoordigd door de jonge striptekenaar Floor en door Adillah, net gepromoveerd op genetische aardappelmodificatie en nu op wereldreis. Britten aan boord zijn de middelbare boeddhiste Fran, bankier Steve, ex-brandweerman Martin en de broers Tom & Jon. Uit Australië komen straatmuzikant Nigel en pro-surfer Stuart. Daniel is Duits en zijn vriendin Sanisah Maleisisch, de jonge Française Jeanne is vooral stil, terwijl Masoud, een charmante Amerikaan van Iraanse komaf, in vloeiend Engels en Perzisch praat voor twee.

Tegen tienen ontwaakt de trein en stroomt het restauratierijtuig vol

Tegen tienen ontwaakt de trein en stroomt het restauratierijtuig vol

Bij de lunch komen de eerste pullen Efes-pils op tafel

Gedurende de reis dwars door Anatolië verandert het landschap voortdurend

13.00 uur: tussen Yerköy en Kayseri

Het landschap is veranderd in leeg, geel en glooiend, maar trekt nog steeds voorbij in breedbeeld. Bij de lunch van sjisj kebab, geserveerd met een glimlach van oor tot oor door Riza, met stip de vrolijkste van het half dozijn Turkse treinpersoneel, komen de eerste pullen Efes-pils op tafel. De islamitische republiek Iran is alcoholvrij en de passagiers nemen het ervan nu het nog kan, Iraniërs incluis. Alleen laten zij zich nog niet zien. Dat zit, zo legt de Amerikaans-Iraanse Masoud uit, ook al in de volksaard.

Iraniërs maken het graag gezellig met elkaar; ze trekken eropuit in de bergen om met vrienden te picknicken of halen de hele familie in huis voor een feestmaal met drank en zang en dans. Stiekem natuurlijk, want van het islamitische regime dienen mannen en vrouwen strikt gescheiden te blijven en plezier is in Iran in naam van Allah verboden. In de restaurantwagon komt de stemming er goed in en ook vanachter de schuifdeurtjes van de coupés klinkt een en al vrolijkheid. Wel jammer dat de oosterse en westerse feestjes gescheiden blijven – maar daar weet Masoud raad mee.

De westerse toeristen aan boord zijn vooral op zoek naar avontuur, maar voor hen speelt ook geld een rol: ze zijn welvarend genoeg om op vakantie naar Turkije te kunnen, maar ook weer niet rijk genoeg om per vliegtuig te reizen of uitgebreid te verpozen in het rollende restaurant waar ‘consumptie verplicht’ geldt. En dus blijven ze in hun hokjes. Masoud overlegt tactisch met het treinpersoneel of die regel overboord kan. Als hij terugloopt naar zijn tafeltje, grijnst hij triomfantelijk: “Tonight we’ll have a party on wheels!

Tijdens de tussenstops op de stations kunnen de passagiers even hun benen strekken

Op de katoenvelden rond Kayseri is de oogst in volle gang

In het restauratierijtuig maken de westerse en Iraanse passagiers kennis met elkaar

17.00 uur: tussen Kayseri en Sivas

De zon gaat onder boven de eindeloze katoenvelden, Riza sjouwt af en aan met pullen bier en borden vol kebab en het restaurantrijtuig loopt langzaam vol. Masouds opzetje is geslaagd: oost en west ontmoeten elkaar. Eén probleempje maar: de westerse toeristen spreken geen Perzisch en de Iraniërs nauwelijks Engels. Masoud is non-stop aan het tolken. Onbegonnen werk, want de Iraniërs zijn reuze nieuwsgierig naar de westerlingen, wie ze zijn, wat ze doen en waarom ze naar hun land reizen, en andersom heeft ook elke Iraniër een verhaal.

Zoals Farideh van twintig, die in Istanbul haar verloofde opzocht. Hij probeert daarvandaan naar Amerika te komen om te studeren, zij mist hem nu al – ze laat een foto zien op haar mobieltje en geeft hem een zon, waarbij de helft van haar lippenstift aan het schermpje blijft plakken. Faridehs moeder is een doorrookte diva die, als het allemaal anders was gelopen met Iran, niet zou misstaan in een Perzische whiskeycommercial. Of de knappe twintiger Davood, die in Kayseri zijn beste vriend opzocht, gevlucht omdat hij een Baha’i is, volgeling van een vredelievend geloof dat in Perzië werd gesticht, maar in het huidige Iran verboden op straffe van de dood. De lange slungel Firouz, met een kakelbont zijden overhemd, zocht in Istanbul een maand lang naar werk als schoenpoetser, maar keert onverrichter zake terug naar huis.

Ook achter de op het oog levenslustige Masoud schuilt een indringend verhaal: hij werd in Iran opgeleid tot bouwkundig ingenieur, maar werkt in Colorado als snowboardinstructeur. Voor het eerst in dertig jaar keert hij terug naar zijn geboorteland. Al die tijd durfde hij niet, omdat hij om redenen die schimmig blijven bang was om bij terugkomst opgepakt te worden. Maar het staat er slecht voor met zijn 91-jarige vader en dus moet hij wel. Nog een etmaal te gaan tot de Iraanse grens, maar nu al is de tragische keerzijde van het vrome regime voelbaar.

Terwijl de trein door de nacht dendert, blijft het in het restaurant nog lang onrustig

20.30 uur: ongemerkt voorbij Sivas

Tijdens een treinreis van drie dagen, waarbij er in het onmetelijke Anatolië uren voorbij kunnen gaan zonder dat je buiten een levende ziel ziet, is een tussenstop zomaar een belevenis. Maar als de trein halthoudt in Sivas, de geboortestad van staatssecretaris Nebahat Albayrak, gaat dat ongemerkt voorbij. Want in het restaurantrijtuig is de beloofde party on wheels in alle hevigheid losgebarsten.

Straatmuzikant Nigel heeft zijn gitaar tevoorschijn gehaald en speelt klassiekers van Cat Stevens’ Wild World tot Oasis’ Wonderwall – de westerlingen en jongere Iraniërs zingen uit volle borst mee, vals of niet. Nigel denkt er met een onbezoldigd liedje of drie vanaf te kunnen komen, maar keer op keer wordt hij teruggeroepen en zijn optreden duurt uiteindelijk een uur. Dan is Iran aan de beurt: Masoud speelt een liedje op Nigels gitaar en de ene na de andere Perzische klassieker volgt, begeleid door ritmisch handengeklap en gezang dat in westerse oren steeds hetzelfde klinkt: loei-le-loei-loei, loei-le-loei-lóéóéóéi.

Er wordt nog net niet op de tafels gedanst, maar gedanst wordt er. De halve liters bier, flessen Turkse wijn en piccolo’s raki zijn niet aan te slepen en intussen is er een vrolijke stoelendans gaande. Iedereen kletst met iedereen, in beperkt Engels met te pas en te onpas ook Perzisch ertussendoor en met handen en voeten. Terwijl we met ruim honderd kilometer door de Turkse nacht denderen, blijft het nog lang onrustig in het restaurant op rolletjes.

Na het ontwaken staat de trein stil in het gehucht Beyhan

Het oponthoud in dit gehucht duurt uren, al weet niemand waarom

Beyhan telt een paar huizen, een winkeltje, een theetuin en een perron zonder station

Vrijdag 06.30 uur: Beyhan

Ook Malatya en Elazığ gleden ongemerkt voorbij en dat is toch zonde, want volgens de plattegrond van Turkije moet het hier prachtig zijn: met uitgestrekte natuurparken en wandelgebieden, monumenten en archeologische vindplaatsen en met meer meren dan waar ook in Turkije. Vlakbij is het op de Werelderfgoedlijst genoteerde Nemrut Dağı, met de mysterieuze piramide van de koning van Kommagene en metershoge beelden van Griekse en Perzische goden die de cover van zo’n beetje elke Turkse reisgids sieren.

Bij het ontwaken, met een lichte kater, staan we stil in Beyhan. Niemand weet precies waarom; dit is een gehucht van een paar huizen, een buurtwinkeltje, een theetuin en een perron zonder station. Als er na het tandenpoetsen, wassen en scheren, ofwel na een uur, nog geen beweging in zit, informeren Floor, Steve en Daniel bij het personeel wat er aan de hand is. Alledrie krijgen ze een ander antwoord: volgens de conducteur gaan we zo weer rijden, de machinist zegt dat het nog een uurtje duurt en Riza in het restaurant beweert dat we hier zeker een halve dag staan.

Over één ding zijn ze het wél eens: de trein uit mag best, om de benen te strekken en thee te drinken, maar alleen aan de kant van het gehucht. Aan de andere kant mag niemand komen en er mogen vooral geen foto’s worden gemaakt. Een blik uit het raam leert dat daar een militaire basis is. Niet veel later tilt het personeel, ineens gekleed in kogelvrije vesten, een legergroene kist aan boord en stappen er twee militairen met mitrailleurs in. Nu wordt het spannend: hiervandaan voert de reis naar het Vanmeer dwars door Turks Koerdistan. In de kist zit munitie en de militairen moeten personeel en passagiers beschermen tegen Koerdische aanvallen.

De trein verlaten mag alleen aan de kant van het dorpje

In Koerdistan is het landschap woest en wild

Riza is de vrolijkste van het half dozijn treinpersoneel

12.00 uur: door opstandig Koerdistan

Terug in het restaurant zijn sommigen nerveus door de gewapende militairen. Niks om je zorgen over te maken, volgens de Iraanse passagiers die de reis eerder hebben gemaakt. Het rommelt hier al jaren, maar de Koerdische vrijheidsstrijders hebben het niet op buitenlanders gemunt.

Toch is het stil. Morgen rond deze tijd rijdt de trein in Iran en dus komen de Lonely Planets tevoorschijn. Daniel en Sanisah stippelen hun reisplan uit voor het weinig bezochte land: Isfahan, Yazd, Bam, Shiraz en natuurlijk Persepolis. Floor tekent in zijn schetsboekje, Adillah houdt haar dagboek bij en Nigel leest een roman. Masoud, Steve en Martin sluiten weddenschappen af over de urenlange vertraging: wel of niet op tijd voor de zonsondergang boven het Vanmeer? Fran komt haar lange zwarte jas en hoofddoek showen. Het is nog een dag boemelen, maar iedereen is in de ban van Iran.

Sinds Beyhan is het landschap woest en wild met bergtoppen tot 1200 meter, waar ’s winters wordt geskied. De trein slingert door een vallei langs een snelstromende rivier, hier en daar klettert een waterval naar beneden. Het kan hier kennelijk spoken; ingestorte bruggen komen voorbij en even is de trein in rep en roer als er in de rivierbedding, een paar meter onder het spoor, een neergestorte passagierstrein ligt. Zelfde modelletje als deze trein, merkt Steve droog op, en nauwelijks roest, dus een vers wrak. Het goede nieuws: in de verste verte zijn er geen Koerdische rebellen te bekennen en de militairen leggen rustig een kaartje met het treinpersoneel.

Naarmate de reis vordert, wordt het treinpersoneel steeds losser

Een tussenstop wordt benut om proviand in te slaan bij de stationskiosk

Een lokale bewoner zwaait de trein vriendelijk uit

17.00 uur: Vanmeer in zicht

De Trans-Azië Expres bestaat uit twee treinen: een Turkse van Istanbul tot Tatvan en een Iraanse van Van naar Teheran. Tussen Tatvan en Van ligt, in het verre oosten van Turkije, het grootste meer van het land. Het Vanmeer is in trek bij Turkse toeristen en is een plaatje, omringd door vulkanen en vruchtbare grond vol fruitplantages, met gestapelde dorpjes op de meeroevers en één beroemde bewoner: Van Gölü Canavarı, een vijftien meter lang meermonster dat al door duizend mensen is gezien.

Het Vanmeer wordt overgestoken per veerboot. Alleen de bagagewagon gaat mee over het meer; de Turkse trein blijft achter in Tatvan en in Van aan de overkant staat de Iraanse trein klaar. Volgens de dienstregeling gebeurt dat in de middag, zodat de passagiers worden getrakteerd op een wonderschone zonsondergang boven het Vanmeer. Maar helaas, de vertraging is opgelopen tot acht uur; zodra het meer in zicht is, zakt de zon onder.

Bij aankomst in Tatvan is er verwarring alom. Bepakt en bezakt staat iedereen op het perron, maar het treinpersoneel stuurt iedereen terug de trein in. Dit blijkt niet het juiste station te zijn. Na nog eens tweeënhalf uur wachten omdat de veerboot er nog niet zou zijn, rijdt de trein de laatste paar honderd meter van het station naar de steiger. De overtocht gebeurt in het stikdonker, aan boord worden ritueel de laatste flessen en blikken wijn, bier en raki geledigd, want straks in de Iraanse trein kan dat niet meer.

De overtocht over het Vanmeer vindt plaats in het holst van de nacht

03.00 uur: slapeloze nacht

In het holst van de nacht verloopt het overstappen van de veerboot op de Iraanse trein chaotisch. De overtocht over het meer was lang en vanwege het gebrek aan uitzicht saai, en iedereen wil snel mogelijk z’n coupé vinden en naar bed. De vriendelijke Iraniërs dringen schaamteloos voor, tot ergernis van de westerlingen, die niet weten waar ze moeten wezen omdat de nummers van wagons en coupés alleen in het Perzisch vermeld zijn en het Iraanse treinpersoneel geen woord over de grens spreekt. Nog steeds in Turkije, maar alvast een voorproefje van Teheran.

Tegen vieren vertrekt de trein en keert de rust terug. Het wordt een korte nacht; net als tussen de vrolijk bebloemde lakens de remslaap aanbreekt, komt de trein stotend tot stilstand in Kapiköy, aan Turkse zijde van de grens met Iran. Met veel misbaar trommelt de treinsteward in het Perzisch iedereen z’n bed uit: aankleden, paspoort mee en naar buiten, vertaalt Masoud.

De volledige treinbezetting past net in het kille, tl-verlichte huisje op het perron, met twee loketjes, een voor mannen en een voor vrouwen, waar een mannelijke en een vrouwelijke douanier, beiden even chagrijnig, alle paspoorten uitvoerig bestuderen en dan stempelen. De bureaucratische bedoening duurt ruim twee uur; langer dan de genoten nachtrust. Exit Turkije, op naar Iran.

De Iraanse trein is een stuk minder modern dan de Turkse…

…En dat geldt ook voor het uitzicht

Zaterdag 10.15 uur lokale tijd: welkom in Iran

Weer wordt er op de deur gebonsd. Ditmaal melden de Iraanse douaniers zich, die beleefder zijn dan hun Turkse collega’s. En ze hebben hun zaakjes een stuk klantvriendelijker voor elkaar: bij elk coupeetje nemen ze de paspoorten in, om die in het rollende restaurant te controleren op de aanwezigheid van het moeilijk verkrijgbare Iraanse visum, terwijl de passagiers intussen ontbijten. De paspoorten worden keurig terugbezorgd, gestempeld en wel, met een glimlach en een hartelijk ‘Welcome to Iran’.

Terug naar bed is geen optie, want buiten trekt met stip het spectaculairste landschap van de hele reis voorbij. Kale, goudgele bergen rollen over elkaar heen, bruggen en tunnels volgen elkaar in rap tempo op, af en toe een honingkleurig dorpje van lemen huizen met Perzische leuzen op de muren en een moskeetje met zilveren koepel. Een mooiere kennismaking met Iran is ondenkbaar. Het is stil. Vanwege het adembenemende uitzicht, maar ook omdat de korte nacht zijn tol eist. Er wordt naar buiten gestaard, wat gelezen, maar vooral gezwegen. ‘Zijn we er al?’ mompelt Adillah, gevolgd door een geeuw.

De Iraanse machinist is vastbesloten om de Turkse vertraging in te lopen en dendert met 140 kilometer tussen de bergen door; voor het eerst doet de Trans-Azië Expres zijn naam eer aan. En dan ineens een noodstop – we hebben iets geraakt. Als een lopend vuurtje gaat door de trein wat dat ‘iets’ is: een oude man uit een nabij gehucht is op de rails gaan zitten om zich van het leven te beroven. Schijnt hier geregeld voor te komen. In Nederland ontregelt zo’n zelfmoord het treinverkeer een dag lang, zo niet hier: de politie komt erbij om lichaamsdelen te verzamelen en een rapport op te maken en een halfuur later kunnen we in sneltreinvaart verder. Tragisch.

Na een noodstop is Tabriz de eerste echte halte op Iraanse bodem

Zoals overal in Iran hangen ook op station Tabriz portretten van de ayatollah’s

14.25 uur: tussenstop in Tabriz

De eerste echte stop op Iraanse bodem is Tabriz, een miljoenenstad op 1400 meter in het uiterste noordoosten van het immense land. Een mooie stad, naar het schijnt, met een mooi betegelde Vrijdagmoskee, maar het uitzicht op de buitenwijken vanuit de trein is troosteloos. Hier wordt anderhalf uur haltgehouden; tijd om de benen te strekken en geld te wisselen. Betalen op pinnen met bankpas of creditcard gaat niet in Iran, dus hebben alle toeristen contanten bij zich voor hun hele verblijf in Iran. Tweehonderd euro levert hier tweeënhalf miljoen Iraanse rials op; ineens is iedereen miljonair.

Tijd genoeg ook voor een Kodak-fotomoment. met het karakteristieke routebordje van de trein. Het routebordje aan de Turkse trein was maar saai, vergeleken bij het Iraanse: voorzien van sierlijk Perzisch schrift, met eronder de Engelse vertaling van rechts naar links: ‘Tehran <- Istanbul’. Daar wil iedereen mee op de foto. Maar als Tom in de stationshal een foto maakt van de manshoge portretten van ajatollahs Khomeini en Khamenei, wordt hij meegenomen voor verhoor door de geheime politie. Pas als die overtuigd is dat het een onschuldig toeristenkiekje betreft, mag Tom gaan. De toon is gezet: Iran is geen doorsnee toeristische bestemming.

Een kippeneindje lijkt de afstand tussen Tabriz en Teheran op de kaart van Iran, maar in werkelijkheid is het nog twaalf uur treinen. In het restaurant wordt een late lunch geserveerd. Zo karig als het ontbijt was, met kartonachtig plat brood, korrelige smeerkaas en een kop gekookt water met een sachet 3-in-1-oploskoffie, zo uitbundig is dit Perzische feestmaal. Een bord vol gegrilde kipkebab met saffraanrijst, een beker yoghurt met honing en een flesje cola, up of sinas dat verdacht veel lijkt op Coca-Cola, 7-Up en Sisi. En dat voor maar tienduizend rial, nog geen euro. Nou nog een biertje erbij, maar nee, die tijd is voorbij.

Het routebordje in sierlijk Perzisch en Engels

In Tabriz zijn alle passagiers plotsklaps miljonair

18.30 uur: de laatste loodjes

De derde zonsondergang van deze treinreis, maar de eerste in Iran. De restaurantwagon is leeg, iedereen trekt zich terug in zijn of haar kabientje. De Iraanse trein is ouder en ouderwetser dan de Turkse, maar charmant met gordijntjes voor de ramen en Perzische tapijten op de vloer, en de coupés zijn comfortabel met lekker luie stoelen. Alleen jammer dat met het ondergaan van de zon ook het fenomenale uitzicht verdwijnt. De vermoeidheid van de overgeslagen nacht slaat toe, de verveling idem dito en de rest van de reis wordt uitgezeten bij een licht te verteren boek of film.

Kwart voor zeven ’s avonds, dat is een fatsoenlijke tijd om te arriveren in Teheran. Volgens het innemende Iraanse echtpaar dat even komt informeren of alles nog naar wens is, bestaat die aankomsttijd alleen in het spoorboekje. Ze maakten de reis drie keer eerder en steevast kwam de trein midden in de nacht aan. Zo ook nu: om drie uur ’s nachts rollen we, temidden van troosteloze buitenwijken, het centraal station van Teheran binnen. Plots maakt de serene rust plaats voor een drukte van jewelste, en er is opluchting en teleurstelling tegelijk: de reis is voorbij.

In de stationshal vliegt iedereen elkaar in de armen, Perzische klapzoenen worden uitgedeeld en e-mailadressen uitgewisseld, maar dan weg, want uitgeput en snel naar bed. 74 Uur duurde de reis, maar binnen tien minuten is de trein weggerangeerd en zijn alle passagiers verdwenen in de Iraanse nacht. Toch was iedereen, zowel uit oost als west, het erover eens: de Trans-Azië Expres neem je niet om uit te rusten, maar het is wel de treinreis van je leven.

Praktische Informatie
UPDATE februari 2017
Deze reisreportage dateert uit 2009. De onderstaande informatie was op dat moment correct. Vanaf 2013 vertrok de trein vanwege renovatie van station Haydarpasa vanuit Ankara. Vanwege de veiligheidssituatie in het Koerdische deel van Turkije rijdt de trein sinds augustus 2015 niet. Of en wanneer de Trans-Azië Expres weer gaat rijden, is onbekend.
Heen & terug
Heen van Amsterdam naar Istanbul met prijsvechters Pegasus Airlines of Sun Express, beide vanaf € 121 enkele reis all-in. Terug van Teheran naar Amsterdam rechtstreeks met Iran Air of KLM, vanaf € 455.
Visum
Turkije: visum bij aankomst op het vliegveld, kosten € 10. Iran: vraag je visum minstens een maand van tevoren aan bij de Ambassade van Iran in Den Haag, tel. 070 354 8483. De kosten zijn € 60, en behalve een paspoort met minstens twee blanco pagina’s en zes maanden geldigheid, een retourticket, formulieren en foto’s heb je ook een uitnodiging van een partij ter plaatse nodig; lokale reisbureaus zoals Iran Silk Road (zie onder) kunnen daar tegen een vergoeding voor zorgen.

Treinreis
De Trans-Azië Expres rijdt het hele jaar eens per week, met vertrek vanuit Istanbul op woensdag om 22.55 uur en aankomst in Teheran (theoretisch) op zaterdag om 18.45 uur. Een enkeltje Istanbul-Teheran kost ca. € 40, voor een stoel c.q. ligbed in een vierpersoons couchette. Koop vier kaartjes en je hebt alleen of samen een eigen hotelkamer op rolletjes. Online boeken kan niet, rechtstreeks reserveren bij de Turkse spoorwegen is vragen om bureaucratie. Beter is het om te boeken bij een reisbureau in Istanbul, zoals Tur-Ista, of in Nederland bij de Treinreiswinkel. In beide gevallen betaal je meer (€ 60 resp. € 85), maar de tickets worden bezorgd op je hotelkamer in Istanbul.

Vierpersoonscouchette in de Iraanse trein

Eten & drinken
Zowel op de Turkse als de Iraanse trein is het eten prima en betaalbaar tot spotgoedkoop; een bord vol kipkebab kost 8 Turkse lira’s (€ 3,75) c.q. 10.000 Iraanse rials (€ 0,80). Alcohol op de Turkse trein is prijzig; een biertje kost TL 6,50 (€ 3,10), een wijntje TL 10 (€ 4,75). Op de veerboot zijn alleen tosti’s en fris verkrijgbaar; wie voor de Iraanse grens nog een laatste drankje wil, moet dat zelf meenemen.

Ontbijt in de Iraanse trein

Een bord vol kipkebab met rijst: 80 eurocent

Geld
In de Turkse trein kan alleen worden betaald met Turkse lira’s, in de Iraanse trein alleen met Iraanse rials. Op het treinstation van Tabriz kunnen euro’s (geen lira’s) worden gewisseld in rials. Lira’s wisselen in rials kan alleen clandestien op de veerboot – pas op voor wisseltrucs. Let op: wegens internationale sancties is het in Iran NIET mogelijk om met je bankpas of creditcard te pinnen of betalen – neem voldoende contant geld in euro’s mee voor de rest van je verblijf in Iran.
Opvang in Teheran
Voor de noodzakelijke assistentie bij je visumaanvraag en het boeken van een hotel of transfer in Teheran kun je terecht bij Iran Silk Road, gerund door Nederlander Bas en Iraniër Houman.

Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist