Leestijd: 8 minuten

Ruigoord op z’n Koreaans

De ogen van de hele wereld zijn gericht op de zwaarst bewapende landsgrens ter wereld. Toch ligt daar ook het favoriete dagtripje vanuit Seoul: een kunstenaarsdorp met hippe cafés, galeries en musea. Kunsthappen met uitzicht op boze buur Noord-Korea.

“Die Noord-Koreanen zijn luie honden,” zegt de Amerikaanse VN-soldaat Joe schouderophalend. “Ze komen alleen naar buiten als ze toeristen hebben.” Dagen voordat de boze buur zijn tanden laat zien door een langeafstandsraket te lanceren, sta ik op de zwaarst bewapende landsgrens ter wereld, die tussen Noord- en Zuid-Korea, met het van nieuwsfoto’s bekende uitzicht op drie babyblauwe barakken en stoere soldaten met spiegelzonnebrillen, die met gebalde vuisten in de houding staan. De gekste toeristische attractie ter wereld.

Een kilometersbreed niemandsland scheidt de twee landen, maar hier in de Joint Security Area is het slechts een betonnen stoeprand. Dit is de enige plek waar Noord- en Zuid-Korea elkaar raken en waar soldaten beider naties elkaar in de ogen kijken. De spanning is te snijden. Eén militair tuurt vanaf het bordes aan de overkant door zijn verrekijker, verder zijn er geen Noord-Koreanen te bekennen. Ook aan hun kant is dit een toeristische attractie, maar dagtrippers uit Seoul komen ’s morgens en die uit Pyongyang ’s middags. Stel je voor dat ze elkaar een hand zouden geven.

Alle bij een toeristenfuik behorende faciliteiten zijn aanwezig: de souvenirwinkel verkoopt ansichtkaarten, geschiedenisboeken en Noord-Koreaanse bankbiljetten, er is een fastfoodrestaurant en een koffiekraampje. In dit oorlogsgebied is zelfs een pretpark – compleet met botsautootjes, draaimolens en een piratenschip. Het is uitgestorven, maar kleurige lampjes flikkeren, vrolijke muziek schalt uit de speakers en achter een loketje zit een Koreaanse mevrouw klaar om kaartjes te verkopen. Het bizarste pretpark op aarde.

Dolk van Dzjengis Khan

“Oh, je komt van de grens? Deprimerende plek, hè?” Onderweg terug naar Seoul ben ik uitgestapt in Heyri, een kunstenaarskolonie op een granaatworp afstand van de grens – van militaire hoogspanning naar hoogdravende cultuur is in Korea een klein sprongetje. Als ik arriveer op mijn logeeradres ben ik moe van alle indrukken van de flashback naar de Koude Oorlog. Geen tijd om bij te komen, weet Ansoo Lee, collega-reisjournalist en mijn gastheer voor die nacht: “Morgen is het maandag en dan is alles dicht. Ik heb zelf een deadline, mijn vrouw en dochter geven je een rondleiding.”

De Rolex die Edmund Hillary droeg op de top van de Mount Everest en het klokje dat bij Ronald Reagan in de Oval Office op het bureau stond – zomaar twee stuks uit de enorme collectie van het Museum van Tijd & Lemmet. Beneden nog veel meer uurwerken, boven het zwaard van Alexander de Grote, de dolk van Dzjengis Khan en meer steekwapens. Curieuze combinatie, maar dat zijn de uit de hand gelopen hobby’s van museumbaas Dongjin Lee, die de duizenden klokken en lemmeten in een halve eeuw bij elkaar verzamelde.

Het wordt donker en de dagjesmensen vertrekken als we binnenstappen bij Dada. Zijn galerie dubbelt als café en is een huiselijke mengelmoes van vintage-stoelen en tafeltjes, vingerplanten, een espressomachine, met verf besmeurde werktafels en uitgeknepen verftubes. Engels spreekt hij niet en daarom laat hij zien welk ambacht hij beoefent. Hij pakt een vel papier en een sjabloon, legt er een met gaas bespannen raam overheen, giet er inkt op, trekt een rakel heen en weer en klaar is de zeefdruk. Krijg ik mee als cadeautje, gesigneerd en wel.

Ingebed in de natuur

Heyri is een soort Ruigoord op z’n Koreaans, maar dan eerder hip dan hippie. Hier werd geen kant-en-klaar dorp gekraakt, het werd vanaf de grond opgebouwd: het eerste gebouw verrees rond de eeuwwisseling, inmiddels staan er ruim honderd, waaronder fraaie staaltjes van moderne architectuur. Het Landmark House heeft wel wat weg van de ‘skischoen’ in Amsterdam, maar dan van ruw beton en hout, en de Chocolate Design Gallery huist in een gebouw van roestend staal, als een kubistische sculptuur van Richard Serra.

“We hebben vijf jaar gezocht naar een goede plek,” vertelt Ansoo Lee ’s avonds aan de keukentafel. “Het idee voor Heyri ontstond toen het kunstenaarscollectief waarvan ik lid was een broedplaats wilde; een plek buiten de stad om kunst te maken, weg van de waan van alledag. Hier was niets dan natuur. Het is net ver genoeg van Seoul en aan de andere kant van de grens zijn in Noord-Korea geen fabrieken, dus de lucht is schoon. Gebouwen mogen hier niet hoger zijn dan drie verdiepingen, moeten ingebed zijn in de natuur en de helft van de ruimte moet openbaar zijn en gewijd aan kunst.”

Lee’s eigen huis kan zo in een designtijdschrift. Ontworpen door Minsuk Cho, destijds opkomend talent maar inmiddels wereldberoemd architect, is het een modernistische witte blokkendoos van buiten met traditionele elementen van binnen, zoals ondol, de vernuftige vloerverwarming die Koreaanse huizen al eeuwen warm en droog houdt. Lee heeft er zijn studio, ontvangt kunstenaars en verhuurt drie gastenkamers. Een tv ontbreekt, maar bezoekers kunnen vrijelijk putten uit de duizenden kunstboeken in de huisbibliotheek.

Blauwe blote man

“Heyri is een populaire plek om te daten,” vertelt Julia, de in Seoul studerende dochter van Ansoo, ’s morgens bij de koffie. “Jongeren komen graag hierheen omdat er veel musea, galeries, cafés en restaurants zijn. Het is een leuk, romantisch dagje uit, vooral in het weekend.” Gistermiddag bij aankomst wemelde het inderdaad van de koppeltjes, vandaag is het beduidend stiller. Bij het Museum voor Koreaanse Keramiek sta ik voor een dichte deur, bij het Museum voor Hedendaagse Koreaanse Geschiedenis idem dito.

Zelfs als alles dicht is, valt er nog veel te zien. De moderne architectuur varieert van ingetogen tot spectaculair – zoals een betonnen gebouw waar een boom uitgroeit. Er is veel buitenkunst: Cloud heet een installatie van hangende glazen ijspegels die met licht en geluid reageren op mensen die er onderdoor lopen, maar ook temperatuur, wind en mist. Ergens zit een reusachtige teddybeer van draadstaal, verderop staat een groot glimmend beeld van een blauwe buigende blote man. Via slingerpaadjes door het groen, wandelbruggen over het water en kleine kunstparkjes is het prettig slenteren.

De White Block Gallery is wel open en doet zijn naam eer aan: een wit blok van staal en glas, gevuld met moderne kunst die niet zou misstaan in het Stedelijk. Op de grond liggen witte driehoeken die samen een ster vormen, in de hoek staat een kunstwerk van een pop voor een doek, één zaal is gevuld met niets dan een groot abstract schilderij, de muur in de zaal ernaast is behangen met kleine prentjes en verderop hangt een trits prachtige foto’s. Het café biedt stapels kunstboeken en uitzicht op een idyllische vijver.

Klassieke Klangfilm-speakers

Heyri is klein, maar door de natuurlijke ligging groot genoeg om te verdwalen. De plattegrond is charmant geïllustreerd, maar alleen in het Koreaans en dat helpt niet. Dus ga ik zelf op ontdekking uit. Meer curieuze privécollecties van teddyberen, Elvis-memorabilia, speelgoed, postzegels en filmposters blijven vandaag dicht, net zoals veel cafés en restaurants. Als ik bij een ontoegankelijk ogend betonnen gebouw aan de roestige deur trek, gaat die zowaar open. Erachter gaat de mooiste plek van het dorp schuil.

Ook Camerata is ontworpen door een wereldberoemde architect, Byoungsoo Cho, maar hier is vooral het interieur indrukwekkend: een hoge ruimte met muren van ruw beton, een houten plafond en een sublieme akoestiek; achterin schalt klassieke muziek uit een muur van vintage speakers van topmerken als Western Electric en Klangfilm. Op tafel pen en papier voor verzoekjes aan de dj, die put uit een collectie van vijftienduizend platen. Bij binnenkomst betaal ik tienduizend won entree, maar dan kan ik zo lang blijven zitten als ik wil en zijn drankjes en snacks gratis.

Nog zo’n plek waar je zomaar een middag kan verpozen, is het Bookhouse in een pand van glas en golvend hardhout. De boekenwinkel zigzagt naar boven met dertigduizend titels in alle genres, het café serveert biologische broodjes en taartjes bij de lekkerste koffie van Korea. De blikvanger is hier de reusachtige achterwand met duizenden boeken waarin naar hartelust kan worden gebladerd. Ik kwam voor een snelle lunch, maar blijf uren plakken. De bus terug naar Seoul rijdt straks ook nog – nu eerst nog een kop groene thee met een kunstboek. 

Heyri Praktisch
Hoe kom je er?
KLM en Korean Air vliegen rechtstreeks van Amsterdam naar Seoul, retour all-in va. resp. € 1095 en € 845. Iets goedkoper is de nieuwe vlucht van British Airways met overstap in Londen, va. € 805.
Lokaal vervoer
Neem in Seoul metrolijn 2 naar station Hapjeong, uitgang 2, en daar bus 2200, die in 45 minuten naar Heyri rijdt. Het dorp is goed te voet te verkennen.
Musea en galeries
Er zijn ruim dertig musea en galeries, met openingstijden van pakweg tien tot zes en entreeprijzen van 1000 tot 5000 won. Aanraders: White Block Gallery, Gallery MOA, Han Hyang Lim Ceramic Museum, Touch Art Gallery en Cine Palace.
Eten en drinken
Zo ongeveer elke galerie, museum of winkel heeft een bijbehorend café of restaurant. Aanraders: Bookhouse Café, Chocolate Design Gallery, Homeo, Adamas253 en Music Space Camerata.
Overnachten
Heyri is prima te doen als dagtrip vanuit Seoul, maar leuker wordt het door te overnachten bij kunstenaar thuis. Motif#1 is het modernistische guesthouse van fotograaf Ansoo Lee, met drie prachtig minimalistisch ingerichte kamers. 2pk va. € 100.
Meer informatie
Korea Tourism Organization
Seoul City Tourism
Heyri
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist