Leestijd: 12 minuten

Trage haast in de Pullman Express

Van chic Zermatt naar glamoureus St. Moritz, dat kan per moderne panoramatrein in een paar tellen, maar ook dubbeldaags in een nostalgische trein uit de jaren 20, inclusief barrijtuig met jazzpianist. Reisjournalist Sander Groen stapt in de Pullman Express voor een Zwitserse treinreis in stijl.

“Een van de interessantste Zwitserse zomertreinen is de ‘Golden Mountain Pullman Express’, die rijdt tussen Montreux en Interlaken. Deze train de luxe is de meest luxueuze Pullman-trein van Europa, alsook ’s werelds eerste berg-Pullman-trein. Hij rijdt over de metersporige Montreux-Oberland-Bernois-spoorlijn, een moeilijk bergspoor met vele steile hellingen. Via vier lange zigzagbochten verlaat het spoor Montreux, en in de eerste dertien kilometer klimt de trein 750 meter. Het hoogtepunt ligt op 1272 meter boven zeeniveau en de lijn loopt door een van de meest pittoreske alpenlandschappen.”

“Twee achtwielige elektrische locomotieven trekken de ‘Golden Mountain Pullman Express’ en de trein van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits is normaliter samengesteld uit twee of drie Pullman-wagons, een restaurantrijtuig en een bagagewagen. De salonwagens zijn voorzien van hoogpolig tapijt, pluchen zetels, met mahonie- en teakhout ingelegde lambrisering en erkervormige ramen die doorlopen tot het dak, opdat passagiers onbelemmerd uitzicht hebben op het voorbijtrekkende natuurschoon. De hele trein is werkelijk een wonderschoon paleis op wielen.”

Zo kondigde een reistijdschrift destijds Europa’s nieuwste privétrein aan. Op 15 juni 1931 vertrok de eerste trein, maar de Grote Depressie sloeg genadeloos toe en nog geen drie maanden later, op 10 september, werd de stekker eruit getrokken. De vier Pullman-wagons, die speciaal voor deze trein gebouwd waren, werden voor een kwart van de kostprijs verkocht aan de Rhätische Bahn, die ze groen schilderde en tijdens de oorlog inzette voor militair transport. De Golden Mountain Pullman Express werd de grootste flop uit de geschiedenis van de Zwitserse spoorwegen.

Zondag 07.50 uur: Zermatt

Herzlich willkommen im Eisenbahnromantik,” zegt treinchef Luca Zanolari 81 jaar later, als ik over de rode loper in de trein stap. De Golden Mountain Pullman Express rijdt weer van Interlaken naar Montreux, alleen heet hij daar nu Golden Pass Classic en heeft spoormaatschappij MOB er andermaal splinternieuwe wagons voor laten bouwen, in nostalgische stijl. De enige echte originele wagons uit 1931 zijn nog altijd in het bezit van de Rhätische Bahn, zijn picobello gerestaureerd en staan in Zermatt, aan de voet van de Matterhorn, klaar voor vertrek naar jetset-bergdorp St. Moritz.

Einsteigen bitte!” Treinchef Luca blaast op zijn fluit, steekt zijn spiegelei omhoog en om tien voor acht komt de Sonderzug met een schok in beweging. Treinsteward Renato serveert koffie en croissantjes, Pullman Club-voorzitter Alby stelt zich voor aan de passagiers en reisleider Gian deelt het dagprogramma uit. In het raam van het Zwitserse echtpaar naast me glijdt de met eeuwige sneeuw bedekte Matterhorn voorbij. “De Glacier Express hebben we ook gedaan,” vertelt Marianne uit Bazel, “maar dat ging ons te snel. Dit landschap is te mooi om doorheen te razen.”

Met een gemiddelde snelheid van 36 kilometer per uur heet de Glacier Express ook wel de ‘langzaamste sneltrein ter wereld’. De Pullman Express volgt precies dezelfde route, alleen dan niet in acht uur, maar in twee dagen, inclusief tussenstops en een hotelovernachting. De wagons zijn gehuld in het kobaltblauw en crème van Wagons-Lits. Het interieur van de Franse ontwerper René Prou, die ook de Oriënt Express inrichtte, is in oude luister hersteld, compleet met zwierig houtsnijwerk, luie fauteuils en art-deco-tapijt. Aan de buitenkant van de wagons vermeldt een wapenschild het toepasselijke adagium van de Pullman Express: Festina lente – haast u langzaam.

11.00 uur: Eggishorn (2.878 m)

Al snel na vertrek blijken de antieke erkerramen lang niet groot genoeg om het breedbeeldpanorama te bevatten. Het tandradwiel van de trein grijpt in de tandradstaaf in het spoor en de passagiers worden achterover gedrukt in hun stoelen, terwijl ze hun nekken verrekken om de voorbijrollende ansichtkaart te bewonderen. Sappige alpenweides glijden voorbij, gevuld met gezapig grazende Milka-koeien met klingelende koeienbellen. Alpendorpjes met zongebruinde houten chalets en kloeke kerkjes met uivormige torenspitsen lijken van Lego tegen het reusachtige decor van zilveren vierduizenders met witte toppen en een strakblauwe hemel.

Met piepende remmen komt de Pullman Express tot stilstand in Fiesch en met Zwitserse efficiëntie worden we per kabelbaan naar een 3000 meter hoge alpentop gebungeld. “Jullie hebben geluk,” concludeert reisleider Gian tevreden. “Gisteren lag de gletsjer nog verscholen onder een dik pak sneeuw en was er niets te zien, maar nu glinstert hij in de zon.” De Aletschgletsjer staat genoteerd op de Werelderfgoedlijst en is met een lengte van 23 kilometer de grootste gletsjer van de Alpen. Een onmetelijke vlakte van 27 miljard ton bubbelend oerijs ligt aan onze voeten. Marianne komt superlatieven tekort om het uitzicht te beschrijven: “Fabelhaft, wunderbar, überwältigend. Bezaubernd!

Na een lunch met lokale delicatessen, wijn en Schnapps, stappen de passagiers lichtelijk aangeschoten weer in de nostalgische trein. “Nächster Halt: Tchou-Tchou Bahn!” roept treinchef Luca opgetogen. Die tsjoeketsjoektrein is het enige punt waar de Pullman Express afwijkt van de route van de Glacier Express. Die laatste dankt zijn naam aan het uitzicht op de Rhônegletsjer. Sinds 1981 komt de Glacier Express daar echter niet meer; door de Furka-Basistunnel gaat het een stuk sneller. Maar ook minder mooi en daarom maken wij een omweg van jewelste, over de Furkapas per stoomtrein.

15.00 uur: Furkapas (2.163 m)

De stoker gooit kolen op het vuur, de machinist trekt aan de stoomfluit en het getsjoeketsjoek versnelt langzaam maar zeker. Ook nu komt er weer tandrad aan te pas, want direct begint de trein aan een fikse klim naar het uitzicht op de Rhônegletsjer dat de passagiers van de Glacier Express niet meer meemaken. Via ijzeren viaducten en stenen boogbruggen worden ravijnen overgestoken, in een keertunnel binnen in de berg tolt de trein om zijn eigen as en zigzaggend gaat het gestaag steil omhoog: van Oberwald op 1377 meter via Gletsch en Belvedere naar station Furka op 2163 meter.

Op dat hoogtepunt wordt haltgehouden om water te tanken en de oververhitte stoomlocomotief te laten afkoelen. Een stationsgebouw is er niet in dit barre en boze landschap boven de boomgrens, een kiosk zowaar wel. Warme koffie, koele kruidenbittertjes en verse broodjes vinden gretig aftrek. Nog snel een fotomoment met de machinist en stoker, beiden met handen als zwarte kolenschoppen, en daar gaan we weer. De conducteur laat zijn spiegelei zien en met luid gestoomfluit, een grote witte stoomwolk, een zwarte rookpluim en nóg een flinke stoot van de stoomfluit vertrekt de trein.

We zijn hoog in de bergen, het is laat in het seizoen, her en der ligt al wat sneeuw en het is fris. Niettemin is het dringen geblazen op de balkonnetjes en hangen de overige passagiers uit de ramen om te zien hoe de trein op weg naar Realp door de Reussvallei via nog meer bruggen, tunnels en viaducten weer net zo hard naar beneden duikelt. Een kippeneindje is het eigenlijk, die achttien kilometer, maar we doen er tweeënhalf uur over. Snel of comfortabel is het hortende en stotende tandradtreintje niet, maar wel leuk – en het uitzicht is gegarandeerd beter dan in de tunnel hieronder.

Maandag 10.28 uur: Disentis

Een monnik met humor, waar vind je die nog? Monniken zijn doorgaans mysterieuze, soms wat zonderlinge types, die op weg van dagelijks brood naar gebed in hun lange habijten geruisloos voortschrijden door de gangen van hun stilteklooster. Zo niet pater Theo. De bibliothecaris en parttime toeristengids van de barokke benediktijnerabdij in Disentis zit vol grappen en grollen. Het altaar, de engelenbeeldjes, het stucwerk en de preekstoel, alles is opgesmukt met kilo’s klatergoud. Over smaak valt niet te twisten, maar die fleurige fresco’s aan het plafond? “Dat is geen kunst,” zegt de kloosterling kordaat, “dat is gekluns.”

In de abdijkerk vertelt pater Theo over de bloedige moord op een lokale heilige die in de 7de eeuw de fondsen verschafte voor de stichting van het klooster, gevolgd door meer moord en doodslag, branden, beeldstormen, plunderingen, hoogtij, bankroet, leegloop en mirakels, en de barmhartige dubbelfunctie van de abdij als jongensschool en bejaardenhuis. Een vermakelijk verhaal, maar de passagiers dommelen langzaam in, nog moe van de indrukken van de dag ervoor en het copieuze avondmaal in Andermatt.

Het kloosterbezoek is voor veel passagiers een figuurlijk hoogtepunt van de reis, maar het letterlijke hoogtepunt, op 2048 meter, beleefden we eerder die ochtend: meteen na vertrek ging het steil omhoog, zigzaggend via bruggen, scherpe bochten en keertunnels, met niet één, niet twee, niet drie en ook niet vier, maar wel vijf keer uitzicht op het stadje Andermatt en het Gotthardmassief. Bovenop de Oberalppas stond naast de bron van de Rijn een stukje Hollands Glorie: een replica van de knalrode vuurtoren die in Hoek van Holland aan de monding van de Rijn staat.

13.00 uur: lunch in de Rijnkloof

Meine güte,” verzucht treinfanaat Helmut verrukt, “wat een schoonheid.” Zijn hart maakt een sprongetje, want bij terugkomst op het station van Disentis blijkt de rode locomotief van de Matterhorn-Gotthard-Bahn vervangen door een bruine Krokodil, een legendarische Zwitserse gelede locomotief uit de jaren 20. De Krokodil is een krachtpatser en dat is ook nodig, want er zijn twee restauratiewagons aangekoppeld – nostalgisch ingericht met kersenhout, brokaten leunstoelen, met damast gedekte tafeltjes en messing schemerlampjes. “Guten appetit!” roept treinchef Luca, het restaurant begint te rollen en de Zwitserse wijn vloeit rijkelijk.

In een keukentje van drie vierkante meter legt treinkok Tia de laatste hand aan het volledig ter plekke bereide viergangenmenu: salade met gebakken bospaddestoelen en verse kruiden, met Graubündens pekelvlees gevulde kalfskoteletjes met rozemarijnjus, polenta en stoofgroenten, een geglaceerde sinaasappelsoufflé met Grand Marnier toe en café complet tot slot. De goedlachse serveerster Margit schenkt de bijbehorende schnapps met schwung van grote hoogte in de borrelglaasjes. De stemming stijgt in sneltreinvaart.

De gastronomische hoogstandjes rivaliseren met het spectaculaire landschap waar de trein doorheen boemelt. De Rheinschlucht, of Ruinaulta in het Retoromaans, de lokale taal, wordt ook de ‘Grand Canyon van Zwitserland’ genoemd. De azuurblauwe Voor-Rijn meandert onstuimig met witte schuimkoppen door deze kilometerslange en honderden meters diepe kloof, met aan weerszijden loodrecht oprijzende lichtgrijze kalkkliffen. Tijd om uit te buiken is er niet, want midden in de Rijnkloof wordt een tussenstop gemaakt om het noeste natuurschoon van dichtbij te bewonderen.

18.00 uur: Werelderfgoedspoorlijn

Chur is wel een omweggetje waard. Terug in Duitstalig Zwitserland is dit de oudste stad van het land. Door een gids van de plaatselijke VVV worden we rondgeleid door het middeleeuwse centrum, maar de beste man strooit iets te kwistig met namen en jaartallen, zodat hij de aandacht van de Pullman-passagiers al snel verspeelt. Het is prachtig nazomerweer en de een na de ander maakt zich stiekem uit de voeten, ten faveure van Kaffee ud Kuchen op een terrasje in de schaduw van de Martinskirche, onder de grootste kerkklok van Zwitserland.

Het lekkerst is voor het laatst. Slechts drie spoorlijnen op aarde prijken op de Werelderfgoedlijst van Unesco – en de Albulabahn is er een van. De passagiers hebben zich voor dit allermooiste stuk van de treinreis verzameld in de rollende pianobar. Ze hebben tijdens deze reis al veel moois gezien, maar dit overtreft alles: via boogbruggen, kronkelende bochten, keertunnels en ‘spiraaltunnels’, die dwars door de granieten bergen 360 graden in de rondte tollen, wordt opnieuw een duizelingwekkend hoogteverschil overwonnen – vanuit de lucht lijkt de spoorlijn op een bord spaghetti.

Het schiet geen klap op en toch ook wel: een halfuur lang komen we hemelsbreed geen meter vooruit, maar wel duizend meter omhoog. Met de neuzen tegen de ramen wordt het alpiene achtbaanritje gadegeslagen, terwijl barman Renato cocktails shaket en jazzpianist Elmar een toepasselijk moppie pingelt: Louis Armstrongs What a Wonderful World. Dan rijden we de Albulatunnel in en als de trein even later met piepende remmen tot stilstand komt in het station van St. Moritz, heb ik mijn mojito nog niet op. Komt het einde van die tweedaagse trage treinreis per Pullman Express toch nog te snel. 

Pullman Express Praktisch
Hoe kom je er?
• Met KLM of Swiss van Amsterdam naar Zürich vanaf € 199 resp. € 208 retour all-in.
• Of per nachttrein: de CityNightLine rijdt dagelijks rechtstreeks van Amsterdam naar Zürich in twaalf uur, couchette vanaf € 49 enkele reis.
• Verder per trein naar St. Moritz of Zermatt, reistijd 3-3½ uur, enkele reis € 29/€ 48.
Swiss Pass
Wie in treinparadijs Zwitserland meer treinreizen gaat maken, kan flink besparen met een Swiss Pass. Naar keuze 4, 8, 15, 22 of 30 dagen ongelimiteerd reizen op nagenoeg het hele Zwitserse spoornet, ook op de lijnen van particuliere maatschappijen, vanaf € 187.
Pullman Express
De Pullman Express rijdt alleen in de zomer, drie keer op vrijdag en zaterdag van St. Moritz naar Zermatt en op zondag en maandag van Zermatt naar St. Moritz. Een enkele reis kost € 1.032 inclusief maaltijden, excursies en hotelovernachting in Andermatt.
Accommodatie
• Zermatt: Hotel Alex is een klassiek ingerichte viersterrenherberg in een groot houten chalet. Op struikelafstand van het treinstation, met een uitmuntend restaurant, dus boek gerust halfpension. 2pk va. 220.
• Andermatt: Hier is de overnachting in een driesterrenhotel bij de prijs van het treinkaartje inbegrepen, in het matige Hotel Monopol of het betere Hotel 3 Könige und Post.
• St. Moritz: Hotel Schweizerhof heeft een complete metamorfose ondergaan en heeft ruime, modern ingerichte kamers. Vraag om een balkon met meerzicht. 2pk va. € 132.
Meer informatie
Zwitserland Toerisme, tel. 020 620 9229
Rhätische Bahn, tel. +41 81 288 4340
Zermatt Tourismus
Wallis Tourismus
Graubünden Tourismus
St. Moritz Tourismus
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist