Leestijd: 10 minuten

40 Uur op de Ruta 40

Ruta 40 is Argentiniës langste autoweg; vijfduizend kilometer van het hete noorden langs de Andes naar het koude zuiden – een roadtrip van een maand. Een stukje is ook mooi; rijd mee in het spoor van Koningin Maxima, dwars door het decor van een empanadawestern.

Daar sta je dan, neus aan neus met een oude Mercedes-truck met kenteken AUF 020. Auf is precies wat de vrachtwagenchauffeur wil, op dus, en zeker niet neer. De Ruta 40 is goeddeels onverhard en op sommige plekken zo smal dat er geen twee auto’s naast elkaar passen, laat staan een vrachtwagen en een minibus. Ze komen elkaar midden in een blinde bocht in volle vaart tegemoet en kunnen nog maar net op tijd remmen. De truckchauffeur vertrekt geen spier en blijft stug stilstaan.

Chauffeur Toni blijft aanvankelijk ook stilstaan, begint dan zachtjes te mopperen in onverstaanbaar Spaans, steekt zijn hoofd uit het open raampje, spuugt zijn cocabladeren uit en gebaart met veel misbaar dat hij net uit een driedubbele haarspeldbocht komt, terwijl de truckchauffeur toch echt een kaarsrecht stuk weg achter zich heeft. Voor hem is een passende passeerplek makkelijker te bereiken, maar de truck weet van geen wijken. Hier geldt het recht van de sterkste. Aardige jongens, die Argentijnen, maar soms ook knap koppig.

Toni zet de bus in zijn achteruit en manoeuvreert omhoog over de bochtige bergweg, totdat hij bij een inham in de berm komt, waar hij het busje net in kan wurmen. Moet hij wel even een boomcactus opzij duwen, maar het past. Spiegels worden ingeklapt en als de bijrijder van de tegenpartij het sein geeft dat ze nét niet ravijn in kukelen, geeft de truck een dot gas met de bijbehorende vette zwarte rookwolk uit de uitlaatpijp en kachelt hij de minibus voorbij. Toni gaat even verzitten, vervolgt zijn weg en krijgt een collegiaal schouderklopje van gids Cristian.

Gedroomde roadtrip

“Alsjeblieft, stop dit maar in je wang.” Cristian geeft elk van zijn gasten een handvol cocabladeren. “Nee, je wordt er niet high van, maar het is de beste remedie tegen hoogteziekte.” De Ruta Nacional 40 is geen gewone weg. Het is de langste autoweg van Argentinië, ruim vijfduizend kilometer lang parallel aan het Andesgebergte, van La Quiaca op de grens met Bolivia helemaal naar El Calafate in het diepgevroren zuiden. Soms is er een stuk geasfalteerd, maar de helft is onverhard. Landspresident Christina Kirchner beloofde onlangs nog dat de weg volledig geplaveid zou worden, maar zo ver is het nog lang niet. Ergo: elk vehikel wekt een stofwolk van jewelste op én Ruta 40 is een tophit bij toeristen, want het is de gedroomde roadtrip.

Over die vijfduizend kilometer doe je minstens een maand, met legio tussenstops: de gigantische gletsjer van Perito Moreno, skiparadijs Bariloche in de ‘Argentijnse Alpen’, waar onze koning en koningin een vakantievilla bezitten, de wijngaarden van Mendoza en langs stille bergmeren in de Andes richting het eindpunt, de koloniale pronkstad Salta. Een rit die voert over de totale lengte van het land waar Nederland 67 keer in past, door twintig nationale parken en over bergpassen tot vijfduizend meter hoogte. Leuk hoor, die Route 66 in de VS, maar wil je écht avontuurlijk en gevarieerd, doe dan de Ruta 40. Niet iedereen kan zomaar een maand vakantie opnemen, maar geen nood: een stukje is ook al mooi.

Lonesome gaucho

Cinco, cuatro, tres, dos, uno… nu!” Cristian had het beloofd en hij krijgt gelijk: de omgeving verandert zo drastisch dat het lijkt alsof de aarde wordt verruild voor Mars. Het Parque Nacional Los Cardones is een eindeloze vlakte van borstelig struikgewas van het type dat voldoende heeft aan een paar regendruppels per jaar en honderden, nee duizenden, misschien zelfs miljoenen boomcactussen. Ineens is alles anders. Bij kilometerpaal 4406 biedt een natuurlijke poort toegang tot de Quebrada de las Flechas, een kartelige kloof vol kleurige rotsformaties die in miljoenen jaren door de elementen zijn geërodeerd tot reusachtige pijlpunten. Even met levensgevaar langs een ravijn naar een rotspunt klauteren en je hebt een uitzicht om nooit te vergeten.

Levende wezens zijn schaars in deze dunbevolkte streek van dit onmetelijke land; links een lonesome gaucho op een raspaard, rechts een grazend rund dat het zal schoppen tot sappige steak, her en der een hagedis en soms een gehucht van een paar lemen huisjes met een mooie naam als Angastaco of Animana, dat is het wel. Verder is het leeg, maar saai wordt het nooit, dankzij het decor: bergen in groen, geel, rood, oranje en roze aan weerszijden en recht vooruit de besneeuwde bergtoppen van de Andes die scherp afsteken tegen de strakblauwe hemel. En cactussen, heel veel cactussen, sommige wel zes meter hoog. Voeg Bud Spencer toe en je hebt een western – alleen zou hij geen Italiaans maar Spaans spreken en in plaats van spaghetti empanada’s eten.

Cachi naar Cafayate

Twee fatsoenlijke dorpen zijn er langs dit deel van de Ruta 40: het begin- en het eindpunt. Op het plein van Cachi, een indianendorp op ruim tweeduizend meter hoogte, vinden de lokale hangouderen een passerende auto al een hele belevenis. Eén kruidenier is er hier, één cafeetje, een koloniaal kerkje en dito klooster en zowaar een museumpje, maar dat is gesloten, want het is siësta. Voor de lekkere trek is er een eetkraampje, of eigenlijk een heus familiebedrijf: ma kneedt het deeg, dochterlief verzorgt de vulling, twee tienerzoons bakken ze goudgeel in een oliepannetje op een houtvuurtje en pa rekent af. En dat voor drie pesos per empanada.

Cafayate is van hetzelfde laken een pak, maar dan groter, hoewel dat hier een betrekkelijk begrip is, en toeristischer. En dus zijn er ook terrasjes, een ezel die rondritjes over het dorpsplein verzorgt, een indianenmarkt voor al uw handgeweven dekens, poncho’s en wintermutsen in alle vrolijke kleuren van de regenboog, en een wijnwinkel, want Cafayate wordt omringd door uitgestrekte wijngaarden. Het dorpsplein is een prima plek om uit te blazen bij een koel wit wijntje, terwijl de zon zachtroze achter de bergen zakt.

Hotel Maxima

Cachi-Cafayate is slechts een fractie van de Ruta 40, pakweg drie procent van die vijfduizend kilometer, maar de route erheen is minstens zo mooi. Via de Ruta 9, beter bekend als de Pan-American Highway, stuurt Toni naar Purmamarca, nog zo’n kloek indianendorp met een pleintje met kerkje, kroegje en eetkraampje. Zevenhonderd zielen telt dit dorp en toch staat het genoteerd op de Werelderfgoedlijst, vanwege de schilderachtige ligging aan de voet van de Cerro de los Siete Colores. Precies deze route legden Willem-Alexander en Maxima met Beatrix en de koninklijke kids ook af, aansluitend aan het officiële staatsbezoek aan Argentinië in 2006. Net als ik logeerden zij in charmehotel El Manantial del Silencio – de ingelijste portretjes van de oude en nieuwe koningin getuigen ervan.

’s Avonds arriveren heeft zo zijn voordelen; trek de volgende ochtend het gordijn open en je weet niet wat je ziet. Het zachte ochtendzonnetje verlicht de ‘Zevenkleurige Berg’ – de miljoenen jaren oude rotslagen variëren in kleur van geel, oranje, bruin en rood tot groen, roze en paars. Het natuurschoon bewonderen gaat nergens makkelijker; vanuit het dorp slingert de Paseo de los Colorados, een drie kilometer lange wandelpad, van het ene naar het andere uitkijkpunt door een landschap dat je normaal alleen in een natuurfilm op Discovery Channel ziet.

Ontspannen Salta

Pas op voor overstekende lama’s, waarschuwt een verkeersbord langs de weg terug naar Salta, de hoofdstad van het noordwesten in de vlakke en vruchtbare Lemavallei. Met een half miljoen inwoners is dit voor deze contreien een heuse metropool, maar het koloniale stadshart doet prettig dorps aan. Salta is de favoriete weekendtrip van gegoede Porteños, zoals de inwoners van Buenos Aires heten; het is juli en 1600 kilometer verderop is het in de hoofdstad koud en bewolkt, maar hier in Salta schijnt de zon bij een graad of 25. Zit je dan, hartje winter, in je T-shirtje op het terras.

Bezienswaardigheden zat; van de kathedraal met Escher-esque mozaïekvloer via de San Francisco-kerk in rococo in de hoogste versnelling tot de kabelbaan naar de San Bernardo voor een fenomenaal stadspanorama of het Museo de Alta Montaña met ’s werelds best bewaarde incamummies. “Salta bezoeken zonder dat museum binnen te gaan,” probeert Cristian nog, “is alsof je naar Parijs gaat zonder de Eiffeltoren te zien.” Het is aan dovemansoren gericht, want het leukste om te doen in ontspannen Salta is lekker niksdoen.

Dat gaat prima op het centrale plein. Plaza 9 de Julio heet dat hier, naar de Argentijnse Onafhankelijkheidsdag, maar het kan ook zomaar verward worden met een Guatemaltees Parque Central of Mexicaans Zocalo, compleet met Spaans-koloniale paleizen in wit en geel, flink wat standbeelden en fonteinen, zitbankjes in de schaduw van tientallen meters hoge palmbomen, onder de bogen wat winkeltjes en vooral terrassen, heel veel terrassen voor een ijskoud, naar de stad vernoemd lokaal biertje onder het Argentijnse zonnetje. Zo, nu eerst een Salta. 

Argentinië Praktisch
Hoe kom je er?
KLM vliegt viermaal per week rechtstreeks van Amsterdam naar Buenos Aires, retour vanaf € 1040 all-in. Reken voor een binnenlandse vlucht van Buenos Aires naar Salta op ca. € 300 enkele reis.
De route
Wij reden een driedaagse ronde rond Salta. Dag 1: via Ruta 9 naar Purmamarca (180 km). Dag 2: terug naar Salta, via Ruta 33 naar Cachi en Ruta 40 naar Cafayate (500 km). Dag 3: via Ruta 68 retour naar Salta (190 km). De wegen zijn redelijk bewegwijzerd en deels onverhard, maar bij goed weer te doen met een normale huurauto – reken voor een compact model op ca. € 300 per week.
Beste reistijd
Salta en omgeving kan het hele jaar. In de winter (onze zomer) is het overdag zonnig en warm, maar ’s avonds koelt het flink af. In de zomer (onze winter) is het droog en heet.
Accommodatie
• Salta: Hotel Salta is een suikerkasteel in art deco op een hoek van het centrale plein. Binnen is de glorie vergaan, het restaurant is sleets en de kamers zijn ouderwets, maar de service is vriendelijk en de locatie kan niet beter. 2pk va. € 80.
• Purmamarca: El Manantial del Silencio heeft maar twintig kamers, geen sterren en is niet super-de-luxe, maar wel liefdevol ingericht in een neokoloniaal pand. De enige suite is een favoriet logeeradres van prinses Maxima – en zij kan het weten. 2pk va. € 100.
• Molinos: In een fraai gehucht langs de Ruta 40 en de oude Incaroute staat Hacienda de Molinos, de tot 18 kamers tellend boetiekhotel verbouwde 18e-eeuwse herenboerderij van de laatste Spaanse gouverneur van Salta – ook een fijne lunchstop. 2pk va. € 100.
• Cafayate: Hotel Asturias is een simpel maar plezierig driesterrenhotel in een voormalige hacienda vlakbij het dorpsplein. 2pk va. € 80.
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist