Leestijd: 20 minuten

Van Walhalla naar Woolloomooloo

Van Melbourne naar Sydney, in de vijfde versnelling doe je daar twaalf uur over. Maar het kan ook in een week of twee. Een relaxte roadtrip over de Princes Highway langs goudkoortsstadjes, eucalyptusbossen vol koala’s en azuurblauwe baaien met kangoeroes op het strand.

Het is als Amsterdam versus Rotterdam, maar dan ondersteboven: Melbourne en Sydney liggen sinds mensenheugenis met elkaar overhoop. Vraag de eerste de beste Sydneysider waarom zijn stad de mooiste van het land is en je krijgt zomaar een dozijn steekhoudende argumenten – vraag het een Melburnian en je krijgt er evenveel. Sydney is groots en meeslepend met weids zeezicht en een natuurlijke haven vol wolkenkrabbers en baaitjes, Melbourne is klein maar fijn met smalle steegjes vol toprestaurants en hippe boetieks in Victoriaanse winkelgalerijen.

De rivaliteit voert terug naar de tijd dat Australië werd omgevormd van kroonkolonie tot federale staat. Zowel Sydney als Melbourne maakten aanspraak op de status van hoofdstad, beide met evenveel recht van spreken. Men kwam er niet uit en bedacht een polderoplossing avant la lettre: halverwege werd midden in debush een compleet nieuwe hoofdstad uit de grond gestampt. Canberra is de residentie van president en parlement, maar ook de saaiste stad van het land – zo’n beetje het enige waar de inwoners van Melbourne en Sydney het wél over eens zijn. Rare jongens, die Australiërs.

De hoofdstad ten spijt, Melbourne en Sydney zijn met stip de populairste steden van Australië. Als bezoeker hoef je niet te kiezen; beide steden zijn moeiteloos in één en hetzelfde tripje met elkaar te combineren. Talloze bezoekers doen dat dan ook, alleen leggen de meesten de afstand ertussen in één ruk af, te land, ter zee of in de lucht maar in ieder geval zonder te stoppen. Zonde. Wie een week of twee de tijd neemt en een auto huurt, ziet onderweg de houten goudkoortsdorpjes en beeldschone badplaatsen waar je anders aan voorbij sjeest, plus meer koala’s en kangoeroes dan in je stoutste dromen. Zo kom je nog eens ergens, daar down under.

Verstopte geheimen

Moet ik toch nog kiezen tussen Melbourne en Sydney, want waar vertrek ik? Dit continent bungelt ondersteboven en wie van zuid naar noord rijdt, krijgt het steeds warmer – scheelt zomaar een graad of wat, het verschil tussen een vestje aan op het terras aan de waterkant in Melbourne of in Sydney in verregaande staat van ontkleding zonnebakken op het zandstrand. Die keuze is makkelijk. Dan de route: ik kan via de Hume Highway, linea recta over duizend kilometer door het binnenland van A naar B, maar ik kies voor de Princes Highway. Die kronkelt langs de kust en is langer, maar ook panoramischer.

Huurauto opgepikt en klaar voor vertrek, maar eerst acclimatiseren. Dat gaat goed in Melbourne, alleen moet je wel weten waar je moet wezen. Op de plattegrond lijkt de stad overzichtelijk, met een kaarsrecht stratenpatroon aan weerszijden van de meanderende Yarra River. Natuurlijk, Flinders Street is een prima winkelstraat en op Federation Square vind je een paar goede restaurants en zonnige terrassen, maar de leukste plekken van Melbourne zitten verstopt in de smalle steegjes. Die vind je niet zomaar.

Daarom boek ik een Hidden Secrets Tour en dwaal ik met een vrolijke gids en een klein groepje kruip-door-sluip-door via ondergrondse passages door steegjes vol graffiti en terrassen. Tussen morning tea en lunch door leer ik het fijnste café (Journal) kennen, de mooiste winkelgalerij (Block Arcade), het lekkerste restaurant (Movida) en de leukste winkel (Sticky Institute) – prima manier om wegwijs te worden. Precies één dag heb ik hier ingepland en dat is te kort; Melbourne bruist van de creativiteit, in de straten en stegen hangt een aanstekelijke sfeer van bedrijvigheid en hedonisme. Melbourne is een stad voor levensgenieters.

Wonderlijke teletijdmachine

Onwennig stuur ik de huurauto over de linkerweghelft door een eindeloos eucalyptusbos en via honderd haarspelden naar Walhalla. Walhalla, ofwel de hemel of het paradijs aldus Van Dale, wie wil er nou niet naar Walhalla? Het bestaat, ligt verscholen in het Groot Scheidingsgebergte, valt onder het graafschap Baw Baw en telt twaalf inwoners en één hond. Ik parkeer bij het houten treinstation van Thomson; het toepasselijke transportmiddel naar Walhalla is de stoomtrein die puffend en krakend met open houten wagonnetjes door een krappe kreekvallei tsjoeketsjoekt.

Ooit telde Walhalla geen dozijn maar drieduizend inwoners. Halverwege de 19e eeuw woedde in Victoria de goudkoorts in volle hevigheid; de bevolking van Australië verdriedubbelde en in de wildernis werden stadjes uit de grond gestampt. Vanaf het moment dat ene Ned Stringer de eerste goudklomp vond, werd hier ruim vijftig ton goud gedolven met een huidige waarde van een half miljard euro. Bovengronds verrees het welvarende Walhalla met houten huizen, hotels, winkels, kerken, feestzalen en kroegen plus een bank met uitpuilende goudkluis.

Anderhalve eeuw later is Walhalla een wonderlijke teletijdmachine. Toen het goud op was werd het halve dorp afgebroken, maar sinds het weer bewoond wordt is er veel gerestaureerd en gereconstrueerd. Tegenover de muziekkoepel staat het Star Hotel, destijds the place to be, later afgebrand en in 1999 herbouwd. Wie geteleporteerd wil worden naar de goudkoorts zit er goed, maar dient ook onder te duiken; in de mijntunnel blijkt dat de goudzoekers voor hun bovengrondse luxeleven ondergrondse ontberingen moesten doorstaan. Het was heus niet alles goud wat er blonk in Walhalla.

Kieskeurige koala’s

“Neem in Paynesville de pont,” zegt manager Michael van het Star Hotel bij het ontbijt, “zet vier stappen en je ziet ze. Raymond Island is Koala Central.” Het eiland in de Gippsland Lakes staat in geen enkele reisgids, maar is misschien wel de beste plek van Victoria om de pluizige buidelbeertjes van dichtbij te bekijken. Langs glooiende, grazige weilanden vol zwarte koeien die ooit op een bord zullen eindigen als peperdure steak en door kleine dorpjes met houten huisjes, motels en saloons waar de Australische versie van John Wayne elk moment voorbij kan galopperen, stuur ik terug naar de kust.

Ik stap van de veerboot het eiland op, kijk naar boven en voilà: in de eerste de beste eucalyptusboom balanceert een koala in de vork van twee takken. Het beestje is slaperig maar wakker en dat is best bijzonder, want een koala slaapt twintig uur per dag. De rest van de tijd besteden ze aan eten; dagelijks wordt een halve kilo eucalyptusbladeren naar binnen gewerkt. Kieskeurig is een koala wel; van de driehonderd soorten eucalyptus lust hij er een stuk of zeven. Dat de bladeren het giftige blauwzuur bevatten deert hem niet, dankzij een vernuftig spijsverteringssysteem, maar het is wel de reden dat ook onze koala knetterstoned uit zijn kraalogen kijkt.

De koalakolonie werd een halve eeuw geleden van Phillip Island bij Melbourne naar hier gebracht. Koala’s zijn weerbarstige wezens en willen zelden elders aarden, maar deze groep gedijt zo goed dat veel eucalyptusbomen inmiddels zijn kaalgegeten en de koala’s ook weer op andere plekken kunnen worden uitgezet. Een luie lunch van oesters en verse vis en een prettig boottochtje op de Gippsland Lakes later check ik in en geniet ik op een balkon met meerzicht van een zachtroze zonsondergang. Zo, nu eerst een VB.

Romantiek onder de vuurtoren

Kronkelend langs de kust en na een hobbelige rit over een onverharde weg door de natuur, word ik beloond met een spectaculair uitzicht op Disaster Bay. Ondanks de desastreuze naam blijkt het een fraaie baai met een prachtig strand. De naam herinnert aan de talloze zeilschepen die hier in vroeger tijden op de klippen liepen en met man en muis vergingen. Op het uiterste puntje van de afgelegen Green Cape kwam er daarom een vuurtoren. Verrekijker mee, want de picknickbank op de rotsrand is van mei tot december misschien wel de beste plek van Australië om migrerende bultruggen te spotten en behalve dolfijnen spartelen hier ook zeehonden in zee.

Een modern meccanotorentje heeft de functie van lichtbaken overgenomen, maar de honderd jaar oude vuurtoren staat nog altijd fier en spierwit te wezen op z’n rotspunt met weids zeezicht. Ik beklim de toren en krijg tekst en uitleg van een ranger van de National Parks & Wildlife Service over de barre omstandigheden waaronder in vroeger tijden de vuurtorenwachters leefden op hun verlaten rotspunt, maar mij lijkt het zo slecht nog niet. De twee bijbehorende cottages, waarin vroeger de assistent-vuurtorenwachters woonden, blijken te huur. Ik gooi subiet mijn reisplanning om,  want dit is misschien wel de meest romantische accommodatie aan de Australische oostkust.

In het omringende nationale park zijn mooie wandelingen te maken en terug in mijn cottage ben ik mijlenver verwijderd van de bewoonde wereld en alleen met de natuur, de zilte zeewind en het geraas van de oceaan, met het bountystrand op loopafstand. Eten en drinken dienen gasten zelf mee te nemen, want een restaurant is er niet en ook al geen roomservice, wel zijn de cottages uitgerust met een keuken en op de veranda staat een barbecue. Prima plek om een paar dagen te blijven plakken met een goed glas wijn en een stapel boeken.

Tilba Tilba

Inmiddels ben ik de grens gepasseerd en de deelstaat New South Wales heeft haar eigen walhalla, alleen heet dat hier Eden. Natuurlijk is er ook een botanische tuin, al was het maar omdat je dan kunt zeggen dat je er bent geweest: in de Garden of Eden. Door de ongeplande vuurtorenovernachting heb ik geen tijd om hier te stoppen. Eden blijkt een puike badplaats, maar de hemel, ach. Op naar Tilba. In Tilba gebeurt niks. Het pittoreske gehucht ligt net naast de Princes Highway en toch is het stil. Voor Rose van Tearoom Rose & Sparrow is een toerist die een cappuccino bestelt en dan ook nog foto’s maakt een belevenis. Ze laat de espressomachine ongemoeid, dat komt later wel, en knoopt een praatje aan.

Rose wil weten wat ik van haar dorp vind en waar ik naartoe onderweg ben. “Paperbark Camp? Ja, dat ken ik wel, it’s fabulous, kijk maar.” Ze drukt me een folder in handen – de laatste. En dus schrijft ze een briefje: “Dear Ben, please mail some broches (sic) on your place to the Rose & Sparrow in Tilba, ta.” Zo gaat dat hier. Iedereen kent elkaar, vreemdelingen worden vriendelijk onthaald, een herberg van twee verdiepingen heet The Two-Storey B&B en boodschappen voor de buren worden niet gepost of gemaild maar meegegeven aan toevallige passanten. Spaart weer een postzegel uit en daarom mag ik mijn cappuccino niet betalen.

Ook Central Tilba en Tilba Tilba, een prachtig gelegen tweelingdorp met een bevolking van 499 mensen en een kat en tezamen gewoon Tilba genoemd, hadden hun hoogtij tijdens de goudkoorts. Daarna keerden de bewoners terug naar hun oorspronkelijke ambachten als kantklossen en kaasmaken – de ABC Cheese Factory is de lokale toeristentrekker. Verder is er een hoofdstraat met historische houten huizen, een Engelse tuin met prieeltjes en bankjes en de statige naam Foxglove Spires, een bakker, kerk en kruidenier en een handvol galeries en taartjescafés, maar dat is het wel. In Tilba gebeurt niks. Lekker ongecompliceerd en wel zo gemoedelijk.

Stuiterende buideldieren

Wel eens een kangoeroe geaaid? Dan weet u het: hun vacht is zacht. Waarschijnlijk weet u het niet, want kangoeroes laten zich niet zomaar knuffelen. Kom te dichtbij en ze gaan in de bokshouding staan, klaar om klappen uit te delen. Krijg je ze echt boos, pas dan maar op, want met hun gespierde en geklauwde achterpoten kunnen ze gemeen schoppen – een volwassen mannetjeskangoeroe mept met gemak een mens knock-out. De grijze reuzenkangoeroes op Pebbly Beach zijn echter zo mak als lammetjes. Ook hiervoor moet je zowat een uur hobbeldebobbel over een onverharde weg, maar dan heb je ook wat. Dit zie je nergens anders: kangoeroes op het strand in het zand en soms zelfs in zee. Althans, dat belooft de overlevering.

Kangoeroes houden niet van zwemmen. Toch dook er rond de millenniumwisseling ineens een ansichtkaart op met een foto van een kangoeroe in de branding van de Stille Oceaan. Dat kon niet waar zijn, want niet alleen houden ze niet van zwemmen, ze kúnnen het ook niet. De kangoeroe in kwestie moest wel door een dingo of de fotograaf de zee in zijn gejaagd. Hoe dan ook, de foto werd geschoten, de ansichtkaart vond gretig aftrek en op het strand in kwestie liep het storm.

Ik sta op dat strand, Pebbly Beach, maar geen kangoeroe te bekennen. Geen nood; het zandstrand is prachtig en uitgestorven – plaid uitspreiden en picknicken maar. Dan zie ik iets bewegen in de bosjes achter het strand. Eropaf. Het blijkt een roedel kangoeroes die in een grasveldje bij een paar vakantiehuisjes tevreden graast. Het twee meter grote mannetje houdt me in de gaten, maar vrouwtjes en jonkies grazen onverstoorbaar door terwijl ik dichterbij kom en de stuiterende buideldieren uiteindelijk kan aanraken en aaien. Inderdaad: hun vacht is zacht.

Slapen op palen

Bijna in Sydney, al duizend kilometer achter de kiezen, maar eerst nog een nachtje in een luxehotel. Alleen komt dit luxehotel met merkwaardige instructies. “Houd de muggennetten te allen tijde gesloten. Heeft u iets eetbaars in uw bagage? Breng het naar het restaurant en wij bergen het weg. Rits uw toilettas dicht als u die in de buitenbadkamer laat staan – onze lokale voskoesoes zijn dol op dure lippenstift en cosmetica.” Nee, dit is geen doorsnee luxehotel, Paperbark Camp is een vijfsterrententenkamp. In de bush.

De luxetenten staan op palen en zijn uitgerust met harhouten parketvloer, kingsizebed met donzen dekbed en fluffy kussens, een luie loungebank op de veranda en een badkamer met buitendouche en ligbad op pootjes met uitzicht op het omringende regenwoud. In het restaurant op stelten tussen de boomtoppen staan regenboogforel, confit de canard en kangoeroe van de grill op de kaart en elke avond zit het vol; Sydneysiders hebben er de rit van drie uur graag voor over. Overdag wordt hier gemountainbiked door de bush, gewandeld naar stille strandjes, gedoken naar zeekatten en zeedraakjes, tussen rondfladderende pelikanen en ijsvogels gekajakt over de kreek of ontspannen op de massagetafel, na zonsondergang zie je bij een goed glas wijn op de veranda kangoeroes rond je tent hoppen en wombats door het struikgewas scharrelen.

Praktisch probleempje: mijn telefoon, die dubbelt als wekker, is leeg. Ik moet bijtijds op, want ’s ochtends staat in het naburige Jervis Bay een puike dolfijnencruise op het program. Geen stopcontact te bekennen, want mijn tent wordt verlicht met zonne-energie. Ook dat lost de natuur op: rond zonsopkomst word ik wakker gekwetterd door een lokaal legertje witte kaketoes. Eco-luxe in optima forma.

Sushi in Sydney

Het lekkerst is voor het laatst: via Woolloomooloo rijd ik Sydney binnen, de meeslepende metropool die zich moeiteloos kan meten met New York, Tokio of Rio. Hier geen halve maatregelen zoals in Melbourne; voor eindbestemming Sydney heb ik een hele week uitgetrokken. Keus te over: smullen van sushi en sashimi in The Rocks, shoppen in het Queen Victoria Building, een rondleiding onder de zeilen van het iconische Opera House of naar hartelust eilandhoppen in ’s werelds grootste natuurlijke haven. Het is herfst, maar geen wolkje aan de lucht.

Eerst uitblazen op het beroemde Bondi Beach: lang lunchen met oesters van eigen zeebodem met een ijskoude Bondi Blonde bij het exclusieve restaurant-met-zwembad Icebergs, dan nestel ik de tenen in het brandend zand voor een middagje zonnebakken. Voor het eerst in twee weken zie ik weer een druk strand, in dit geval vol shaggy surferboys en gebronsde beachbabes. Even wennen, maar Sydney telt ruim honderd stranden, dus er is desgewenst altijd wel een privéstrandje voor twee te vinden.

Watsons Bay bijvoorbeeld, een van de zesenzestig baaien in de Sydney Harbour. Een baai als uit een prentenboek met dobberende plezierbootjes, exotische pijnbomen en een dorpje met vissershuisjes en zeemanskerkjes. Ik koop een portie fish & chips en peuzel die op in het gras tussen de regenboogparkietjes, met de skyline van Sydney in de verte. Heerlijk stil is het hier – zelfs in deze miljoenenstad hoef je maar op een veerboot te stappen om je mijlenver verwijderd te voelen van het stadsgewoel. 

Princes Highway Praktisch
Hoe kom je er?
Met Malaysia Airlines van Amsterdam naar Melbourne of Sydney met overstap (of stop-over) in Kuala Lumpur vanaf € 1145 retour all-in. Boek er een Visit Australia Pass bij en je binnenlandse vluchten in Australië zijn extra voordelig.
Beste reistijd
De oostkust van Australië kan het hele jaar. De zomer (december-maart) is heet en vochtig, de winter (juli-september) droog en mild. Hoe noordelijker je komt, hoe warmer het is. Lente (oktober/november) en herfst (april/mei) zijn het lekkerst.
Huurauto
Avis, Budget, Europcar, Hertz en Thrifty hebben alle een balie op Melbourne Airport. Reken voor een compacte automaat met airco op ca. AU$ 300 per week inclusief kilometers en verzekering. Ophalen in Melbourne en inleveren in Sydney kan meestal voor een paar tientjes meer.
De route
• Rit 1: Melbourne-Walhalla, 180 km, 3 uur
Volg de Princes Highway naar Moe en via de C466 naar Walhalla. Halverwege ligt Yarragon, een slaperig dorp met houten huizen, waar Coco’s Cafe een prima koffiestop is.
• Rit 2: Walhalla-Metung, 160 km, 3 uur
Via de C481 richting Traralgon terug naar de Princes Highway richting Orbost. Neem vlak voor Bairnsdale de afslag Paynesville. Na de tussenstop terug naar de Princes Highway en bij Swan Reach de afslag Metung nemen.
• Rit 3: Metung-Mallacoota, 225 km, 3 uur
Niet beschreven, wel aanbevolen is een tussenstop in Mallacoota, een ontspannen kustdorp in het nationale park Croajingolong op de grens van Victoria en New South Wales. Mooi logeeradres: Gypsy Point Lakeside.
• Rit 4: Mallacoota-Green Cape, 95 km, 2 uur
Vervolg de Princes Highway richting Eden en sla na Wonboyn de eerste weg rechts in. Volg Edrom Road tot de T-splitsing, sla rechtsaf en volg Green Cape Road tot het einde. Het laatste deel van de weg is onverhard, maar ook zonder 4WD begaanbaar.
• Rit 5: Green Cape-Bermagui, 160 km, 3 uur
Vervolg de Princes Highway naar Pambula en neem daar de kustweg (Tourist Drive 11) naar Tathra en volg Tourist Drive 9 naar Bermagui. Neem de tijd; pal langs de Sapphire Coast is dit het mooiste stuk van de route.
• Rit 6: Bermagui-Pebbly Beach, 125 km, 2 uur
Volg Tourist Drive 8 naar Cobargo en vervolg de Princes Highway tot de afslag Tilba. Na het tweelingdorp terug naar de Princes Highway en naar Batemans Bay. Neem de afslag Murramarang National Park en volg de borden Pebbly Beach. De onverharde weg is zonder 4WD begaanbaar.
• Rit 7: Pebbly Beach-Paperbark Camp, 100 km, 2 uur
Terug naar de Princes Highway en die vervolgen naar Ulladulla en Jervis Bay. Paperbark Camp ligt 5 km van Huskisson aan de Woollamia Road; zie de website voor een precieze routebeschrijving.
• Rit 8: Paperbark Camp-Sydney, 185 km, 3 uur
Het laatste stuk is prachtig. Neem de tijd en stop op de historische wijngaard Coollangatta Estate om te lunchen, in Shoalhaven Heads voor uitzicht op het Seven Mile Beach en in Stanwell Park voor een blik op de spectaculaire Sea Cliff Bridge.
Accommodatie
• Melbourne wemelt van de stijlvolle boetiekhotels en Hotel Lindrum, in de voormalige biljartzaal van de legendarische sterbiljarter Walter Lindrum, is een van de beste. In hartje stad. 2pk va. AU$ 230.
• Walhalla is een populaire dagtrip vanuit Melbourne; overdag is het druk met dagjesmensen, maar boek een kamer in het Star Hotel en ’s avonds heb je het goudkoortsdorp zomaar voor jezelf. 2pk va. AU$ 219.
• Metung: bij The Moorings heb je een eigen appartement met keuken en balkon met uitzicht op de jachthaven en Lake King aan de ene of zeezicht aan de andere kant. Appt. va. AU$ 150.
• Green Cape: de twee historische vuurtorenhuisjes bieden elk plek aan zes personen en zijn uitgerust met keuken en barbecue. Eten en drinken zelf meenemen. Cottage va. AU$ 200 p.n.
• Central Tilba: het kanariegele houten postkantoor uit 1894 is nu een juweel van een B&B met de toepasselijke naam The Two Story Bed & Breakfast. Drie kamers met panoramisch balkonnetje. 2pk AU$ 140.
• Bermagui: in dit nabij Tilba gelegen vissersdorp staat nog zo’n romantische B&B; Bimbimbi House, verscholen in het groen, temidden van glooiende weiden vol grazende koeien; 2pk va. AU$ 130.
• Pebbly Beach: overnachten tussen de buidelbeesten en kookaburra’s kan in een van de eenvoudige vakantiehuisjes pal aan het strand. Eten en drinken zelf meenemen. Huisje va. AU$ 90.
Paperbark Camp telt acht tenten met zitje op de veranda en badkamer met buitendouche en vier deluxe-tenten met loungeset op de grote veranda plus buitendouche én bad; resp. AU$ 350/490.
Sydney Harbour YHA is fonkelnieuw en het enige hostel in The Rocks, pal naast peperdure luxehotels als Shangri-La en Four Seasons, met een dakterras met uitzicht op het Opera House. 2pk va. AU$ 159.
Tours & excursies
• Melbourne: een aanrader, zo’n Hidden Secrets Tour – een halve dag dwalen door steegjes en winkelgalerijen langs geinige cafés en creatieve boetieks die je zelf niet zomaar zou vinden. AU$ 115 p.p. incl. lunch.
• Green Cape: de mooiste wandeling door het Ben Boyd National Park is de Light to Light Walk, van de vuurtoren op Green Cape langs dertig kilometer ruige rode rotskust met stille baaien, bountystrandjes en bushcampings naar de vuurtoren op Red Point.
• Jervis Bay: geen-dolfijnen-geld-terug-garantie bij Dolphin Watch Cruises. In het seizoen zie je ook bultruggen en wie weet terloops nog een zeearend, zeehond of pinguin. Dolfijnencruise van 2 uur AU$ 30.
Reisdocumenten
Houders van een Europees paspoort moeten voor een verblijf van minder dan 90 dagen vóór vertrek een zogeheten eVisitor-visum aanvragen. Dat is gratis en kan online geregeld worden.
Geldzaken
Lokale valuta is de Australische dollar (AU$). AU$ 1 = € 0,68 (april 2010). Pinautomaten zijn er volop, ook in kleine dorpen, en creditcards worden breed geaccepteerd. Prijspeil: kop koffie € 2, biertje € 4, glas wijn € 5, sandwich € 4, publunch € 10, diner € 30, volle tank € 40.
Reisgidsen en boeken
Lonely Planet East Coast Australia (€ 20,99) en The Rough Guide to East Coast Australia (€ 20,99) zijn beide uitstekend en belichten bijna alle plekken uit deze reportage. Een kloek boek dat lekker wegleest tijdens de lange vlucht of op het strand is Down Under (€ 13,95), waarin Bill Bryson op ironische toon zijn omzwervingen door Australië beschrijft.
Meer informatie
• Voor vertrek: Australië heeft geen verkeersbureau in Nederland, wel in Duitsland, tel. +49 69 2740 0622.
• Melbourne: Visitor Information Centre, Federation Square
• Sydney: Visitor Information Centre, The Rocks
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist