Leestijd: 6 minuten

Dineren in het Dunkel

Gekke bekken trekken zonder tafelgenoten te irriteren, dat kan in het Berlijnse restaurant unsicht-Bar. Eten in het pikkedonker.

Kijken en bekeken worden, daar draait het om in Le Garage. De mythologie rond Joop Braakhekkes roodpluchen ‘spiegelcarrousel’ vermeldt dat de gerant zijn gasten bij binnenkomst meteen classificeert. Wie niet tot de incrowd behoort, wordt ver weg van de soapsterren en nouveau riches tussen de dagjesmensen gedumpt. Het kan maar duidelijk zijn wie kíjkt en wie bekeken wórdt. Heel anders gaat het in het nieuwe Berlijnse restaurant unsicht-Bar. Daar zien ze je niet eens staan. Letterlijk, want het bedienend personeel is stekeblind. Eenmaal aangeschoven zijn de tafelgasten dat ook.

“Heb je een aansteker bij je? Horloge? Mobiele telefoon?” Het ontvangstritueel is streng. Alles wat ook maar een zweem van licht geeft, moet bij de receptie worden ingeleverd. Dan is het uitzoeken geblazen: al in de lounge worden de menukaarten uitgedeeld. “Maakt u een keuze, dan komt de kelner u zo ophalen.” De gerechten zijn cryptisch omschreven: ‘Französisches Gold trifft auf wanderlustigen Gesellen, der im Arm einen Herbststrauß liegt.’ Enig houvast is er wel: men kan kiezen tussen gevogelte, vlees, lam en vegetarisch. In de Wallpaperiaans gestylede lounge met gedimde verlichting wordt bijna gefluisterd. De sfeer is een tikkeltje gespannen.

De unsicht-Bar in Berlijn is het tweede Duitse Dunkelrestaurant. Het eerste, dat vorig jaar in Keulen opende, was meteen iedere avond volgeboekt en kreeg daarom snel navolging. Maar het hoofdstedelijke filiaal, dat in november opende, had toch een primeur: een Dunkelbühne, met optredens in het donker. Met zo’n dertig personeelsleden is unsicht-Bar Berlijns grootste werkgelegenheidsproject voor blinden en slechtzienden. Maar de geur van geitenwollen sokken bleef achterwege: het is allemaal très hip en ongetwijfeld mede daardoor een hit. Ruim van tevoren reserveren, dus.

Schmecken! Riechen! Fühlen! Hören! Alle zintuigen draaien overuren, behalve de ogen. In het restaurant met de woordspelige naam unsicht-Bar wordt gedineerd in het donker. Als je niet ziet wat je eet, wordt vanzelf een sterker beroep gedaan op je andere zintuigen. Om het weggevallen gezichtsvermogen te compenseren, proef, ruik, voel en luister je geconcentreerder en zo wordt eten een heel nieuwe ervaring. Maar wel een die niet meevalt: hoe gebruik je bestek als je niet weet wat je eet, hoe voorkom je dat een glas rode wijn over het tafellaken gaat? En kom je na het diner niet helemaal besmeurd met etensresten naar buiten?

Schuin achter de balie in de lounge gaapt een groot zwart gat: de doorgang naar het restaurantgedeelte. “Ik ben Raoul, jullie kelner. Als we zo naar binnen gaan, zie je helemaal niets meer. Jullie leggen allebei een hand op mijn schouder en laten niet meer los totdat ik het zeg.” Als we door het gat heen zijn, slingeren we van links naar rechts. Om het echt aardedonker te krijgen, is tussen de lounge en het restaurant een lichtabsorberend labyrint gebouwd. De bijwerking is dat Raoul ons gedesoriënteerd aan tafel aflevert.

Dit is de donkerste plek waar ik in mijn hele leven ben geweest. Niet het allerkleinste zweempje licht dringt hier door, je ziet letterlijk geen hand voor ogen. Ik voel me wat ongemakkelijk en dat geldt ook voor mijn disgenoot. Daarom vertellen we elkaar maar alles wat we betasten: “Kijk, de tafel is niet vierkant, maar rechthoekig.” Ons surrealistische gesprek is gereduceerd tot oppervlakkigheden, want je weet nooit of de bediening aan tafel ons gesprek staat af te luisteren. Want dat kun je niet zien, hè?

Mijn oren zijn gespitst, mijn handen willen overal aan zitten en mijn oogbollen voelen alsof ze ieder moment uit hun kassen kunnen ploppen. Er valt niets te zien, dat weet ik best, maar mijn ogen proberen het toch. “Je pupillen staan zo wijd open,” legt Raoul uit, “dat het vuurkegeltje van een sigaret voldoende is om de hele ruimte te verlichten. Als je wilt roken, breng ik je naar de lounge.” We zijn benieuwd naar wat we voorgeschoteld krijgen van de kok, die niet blind is. Hem een handje geven zou daarom niet slim zijn; het felle tl-licht in de keuken zou letterlijk pijnlijk zijn.

De duisternis begint na een klein kwartier te wennen. Mijn hoofd beweegt, merk ik, op dezelfde manier als ik bij blinden heb gezien. Ik probeer te kijken met mijn oren: door ingespannen naar stemmen en geluiden te luisteren probeer ik in te schatten wat voor vorm de ruimte heeft, waar de tafeltjes staan, hoeveel mensen er zijn en waar de deur naar de keuken is. Als Raoul dat even later desgevraagd beschrijft, blijkt het nagenoeg overeen te komen met onze voorstelling. Zelfs de afstand van mijn stoel tot de muren had ik goed geschat. Alsof ik die muren kan hóren. Ik voel me net een vleermuis.

“Ik zet nu je glas wijn neer,” meldt Raoul, “daar komt het. Het staat naast je bord. Op één uur. En hier komt je voorgerecht. Nu staat het er.” Verdere aanwijzingen blijven uit. Ik raak lichtelijk in paniek, want wat is het en hoe moet ik het eten? “Versuch es mal“, antwoordt Raoul op vriendelijke toon. En weg is hij. “Het is een salade,” laat mijn disgenoot weten. Dat heeft hij net gevoeld. Met enige tegenzin betast ik mijn eten dan ook maar. Want voelen aan je eten, dat hoort niet. Kijken en snuffelen, oké, maar voelen? Ach, niemand die het ziet.

Hoe het smaakt? Aardig, hoewel de zoutstrooier bij alle gangen consequent uitschoot. Een kleine drie uur later zien we nog steeds geen flikker, dat is veel intrigerender. Het geeft een indruk van hoe het is om blind te zijn, maar het is vooral leuk om je tafelgenoot in verwarring te brengen door stiekem zijn glas wijn leeg te drinken. Ellebogen op tafel, een vies gezicht trekken als iets niet smaakt of rollen met je ogen bij een domme opmerking van je disgenoot: alles waarvan Amy Groskamp-ten Have nu nog zou gruwen, blijft onopgemerkt. Je zou er bijna een tevreden boertje bij laten. Dat kan nou juist weer niet.

Dan horen we naast ons een schuchter “Entschuldiging?” Aan een tafeltje naast ons willen een jongen en een meisje weten waar wij vandaan komen en hoe we eruit zien. Er ontspint zich een gesprek over koetjes en kalfjes, waarbij onze tijdelijke blindheid direct parten speelt. Lichaamstaal is onzichtbaar en daardoor hebben we geen benul of het gesprek wel moet worden voortgezet. Het ongemakkelijke gevoel is weer terug, maar op hoop van zegen praten we door.

Een toepasselijkere plek hadden ze zelf niet kunnen bedenken: Sebastian en Sabine hebben vanavond een blind date. Hun vrienden hebben het zo bekokstoofd dat ze elkaar helemaal nog niet hebben gezien; ze zijn zelfs elk apart naar hun tafeltje begeleid. Of het klikt? Best, hoor. Maar met een definitief oordeel wachten ze nog even. Tot ze elkaar zien. Want het oog wil ook wat. 

Berlijn unsicht-Bar, Gormannstraße 14, tel. 0049 30 3434 2500 
Keulen
unsicht-Bar, Im Stavenhof 5-7, tel. 0049 221 2005 910
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages gratis in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: Het kopiëren van dit artikel is niet toegestaan, sorry!