Leestijd: 19 minuten

Capoeira op een Koopje

Bijna voor nop vlieg je naar Brazilië. En dan? Zon, zee, strand, gebronsde ronde borsten in flinterige bikini’s, caipirinha’s met een rietje en we dansen de samba. Of is er meer? Reisjournalist Sander Groen vloog op een koopje naar Natal en ploos het uit.

Natal, is dat niet die zonzekere maar spuuglelijke badplaats waar chartervliegtuigen landen vol proletarische types die twee weken lang niet van de zwembadrand af te sláán zijn? Jazeker. Maar de 800.000 koppen tellende hoofdstad van de deelstaat Rio Grande do Norte herbergt óók een kluitje goed bewaarde geheimen waar geen toerist komt. De oude binnenstad is Havana in het klein, de Portugezen bouwden een fier fort om de Hollanders buiten te houden, de duinen hebben meer weg van de Sahara dan de Noordzeekust en het achterland is een natuurparadijs van grillige berglandschappen en grotten met indiaanse muurschilderingen.

Het leukste stukje Natal is Ponta Negra, ook wel ‘Copacabana van het noordoosten’ genoemd. Da’s overdreven, maar het voormalige vissersdorp is toeristisch, chaotisch, charmant tegelijk. En pittoresk: rechts de 120 meter hoge duin Morro do Careca die op iedere ansichtkaart prijkt, achter me een knus dorp met restaurants en barretjes, onder mijn gat suikerwit zand en voor mijn neus een beschutte baai met palmbomen en de kameleontische Atlantische Oceaan – afhankelijk van zon, getij en wind is ie azuurblauw, roestbruin of smaragdgroen.

Kokosnoot met een rietje

Ponta Negra is het domein van de pousada. Iedere Braziliaan legt je graag het verschil uit: een hotel is een betonnen flat waar je geen naam maar een nummer hebt, een pousada is klein, knus, persoonlijk en betaalbaar. Kies je de goeie, dan wil je nooit meer weg. De mijne staat in het stille stukje van Ponta Negra en is niet goedkoop, maar wel stijlvol. Op het hardhouten hemelbed wacht een mandje vol lokaal lekkers: rietsuikersnoepjes, gekarameliseerde cashewnoten, kokostoffees en guavekoekjes. Brazilianen zijn dol op zoetigheid en ik nu ook.

Snel de airco uit en de deuren open, want buiten is het ruim na zonsondergang nog een gerieflijke 27 graden en lonkt een balkon met zeezicht. De roomservice brengt mijn welkomstdrankje: een grote groene kokosnoot. Net uit de palmboom gehengeld, kapje eraf en een rietje erin: briljante eenvoud. Rond het zwembad worden de lekkerste visjes van de stad geserveerd, maar een jetlag en het kalmerende geruis van de Atlantische Oceaan willen dat ik in mijn hangmat als een blok in slaap bungel.

Voet aan wal in Natal

Aan Natals skyline van wolkenkrabbers is niet af te lezen dat de geschiedenis ruim vier eeuwen teruggaat. Aan ónze snode voorvaderen hebben de Brazilianen het ontstaan van de stad te danken. In de 17e eeuw speelden de Nederlanden enthousiast Stratego voor het echie en had de West-Indische Compagnie een oogje op dit puntje van Zuid-Amerika, dat het dichtst bij Afrika en Europa ligt. De Portugezen trokken daarom een fier fort op en aan de voet ervan verrees een kleine nederzetting, op respectievelijk 6 januari 1598 en 25 december 1599. De namen lagen voor de hand: Forte dos Reis Magos, fort van de drie koningen, en Natal, Portugees voor Kerstmis. Rome is niet op één dag gebouwd, Natal kennelijk wel.

Drie decennia lang wisten de Portugezen de Hollanders van zich af te slaan. Maar in 1633 heette Brazilië Nieuw-Holland en zette de WIC ook in Natal voet aan wal. Het fort werd omgedoopt in Kasteel Keulen en Natal heette ineens Nieuw-Amsterdam. Dat duurde slechts 21 jaar, maar zonder de Hollandse geldingsdrang had Natal nu niet bestaan. Ik stoot bruusk mijn hoofd tijdens een bezoek aan het spierwitte fort. Logisch: de petieterige Portugezen maakten de deuropeningen expres zo laag, zodat de boomlange Hollanders makkelijker uitgeschakeld konden worden.

Naar andere restanten van het turbulente koloniale verleden moet je in Natal zoeken met een vergrootglas. In de Cidade Alta (oude stad) is waarschijnlijk al vierhonderd jaar geen toerist meer geweest. Er staat een parmantig blauw-wit barok kerkje en een kleine kathedraal, maar Salvador of Olinda is het niet. Her en der is een oud gebouw opgelapt, zoals ook een zwierig theatertje uit 1898 en het 18e-eeuwse pastelgele paleis van Natals grootste zoon.

Die Luís da Câmara Cascudo (1898-1986) was me er een: socioloog, historicus, hoogleraar, oprichter van de plaatselijke universiteit, ontwerper van de staatsvlag, journalist, dichter en schrijver van een bibliotheek vol boeken over de volkscultuur. Zijn Encyclopedie van de Braziliaanse Folklore dient op school nu nog als lesmateriaal. Zijn woonhuis is ingericht als liefdevol eerbetoon met zijn volledig oeuvre, vergeelde foto’s, plattegronden van zijn wereldreizen en vitrines vol parafernalia als bankbiljetten, postzegels, telefoonkaarten en loterijtickets, allemaal met zijn portret erop.

De bonte Braziliaanse schilderijtjes aan de muren van het Palácio Potengi, om de hoek, maken weinig indruk. Het interieur des te meer: dit is de vroegere zetel van het staatsbestuur en hun raadszaal is in ere hersteld, compleet met krakende houten parketvloeren in chique motiefjes, een ellenlange mahoniehouten vergadertafel en de portretten van alle bobo’s aan de muur. De gepolijste grandeur doet haast communistisch aan.

Klein Havana

De oude stad van Natal is Havana in het klein: de koloniale grandeur brokkelt onder mijn ogen af. In de Rua Câmara Cascudo leggen buurtbewoners in de zwoele namiddag bij een Braziliaans biertje een kaartje op de stoep van nummer 184. Dat huis heeft een bewogen geschiedenis, vertelt een van hen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde er een welgestelde familie van nazi-sympathisanten. Binnen hing Hitler ingelijst en hadden ze een hakenkruis op de muur geschilderd – dat er volgens Carlos nog steeds is. In 1945 werd het dichtgetimmerd, na zestig jaar leegstand staat het historische huis op instorten.

Het straatje werd vernoemd naar Câmara Cascudo omdat hij hier kantoor hield op nummer 352, maar dat pand is allang gesloopt. Om te voorkomen dat er meer cultureel erfgoed tegen de vlakte moet, heeft de burgemeester een project bedacht om de hele oude stad in oude luister te herstellen. In de aanpalende wijk Ribeira, de oude haven, is een goed begin gemaakt: de stokoude straat Rua Chile is omgetoverd tot een uitgaansgebied vol hippe bars, restaurants en nachtclubs.

Spanning en sensatie

Beroemder is Natal om broeierige bountystranden én de duinen, die tot grote hoogten zijn opgestuwd door de alísios, de verkoelende passaatwind die helemaal vanuit Afrika over de Atlantische Oceaan hiernaartoe komt blazen. Het Parque das Dunas in Natal is beschermd en afgegrendeld met kilometers prikkeldraad. Wie de ingang weet te vinden, wordt afgescheept met wat sneue wandelpaden door een minuscuul deel van de bobbelige zandbak. Voor het echte duinspektakel boek ik een buggy, zo’n open autootje met Porsche-motor in de achterbak: de leukste en beste manier om de kust te verkennen.

Op een balsa, een houten vlot waar precies één buggy op past, steken we de Potengi over en dan gaat het beurtelings op de kliffen, over het strand en door slaperige vissersgehuchten, met tussenstops voor kiekjes van de schilderachtigste baaitjes. De buggy heeft een topsnelheid van 120, maar boven de dertig komen we niet. Maar goed ook, want het tripje is één langgerekt genotsmoment. Terwijl ik bovenop een metershoge rode klif bij een meeslepend panorama pauzeer met een groene kokosnoot, leest Kal, mijn buggychauffeur, rustig een boekje met gedichten van Câmara Cascudo – daar is ie weer.

Bij het eerste echte dorp boven Natal maakt het duo rustig en relaxed plaats voor spanning en sensatie. We crossen de duinen van Genipabu in, die wel wat weg hebben van de Sahara. Niet eens gek dat een slimme ondernemer een kudde dromedarissen uit Afrika haalde om toeristen rond te hobbelen. Mijn buggy is sneller: door diepe dalen en over hoge toppen door het brandend zand, naar een beeldschone lagune met azuurblauw water, omlijst door spierwitte duinen, keurig gerangschikte kokospalmen en de Atlantische Oceaan. Mijn camera drukt alweer een ansichtkaart af.

Amerigo was hier

Verderop begeef ik me op historische grond: Cabo de São Roque is het uiterst noordoostelijke puntje van Zuid-Amerika, de kaap die het allerdichtst bij Europa en Afrika ligt. Waarschijnlijk stapte Pedro Álvares Cabral in 1500 niet in Porto Seguro, maar híer aan wal. Hij was de eerste noch de laatste die ‘het nieuwe land’ enterde via deze kaap, want Vicente Yáñez Pinzón, rechterhand van Columbus, was maanden eerder de échte ontdekker van Brazilië. Ook Amerigo Vespucci was hier, vernoemde de kaap naar de heilige die toevallig die dag aan de beurt was, en het continent naar zichzelf.

Van het trio ontdekkingsreizigers is geen spoor terug te vinden. Met wat standbeelden was Cabo de São Roque een bezienswaardigheid geweest, nu is het een onbeduidende landuitstulping met een meccano-vuurtoren, een kokosnotenverkoper en twee in elkaar verstrengelde dividivibomen die als ‘The Love Tree‘ wél een toeristische attractie zijn. Ik had meer verwacht van de plek die zo betekenisvol is voor Brazilië.

De meeste toeristen rijden linea recta door naar Maracajaú, en gelijk hebben ze. Speedbootjes varen er naar een van de mooiste snorkelplekken van Brazilië. Bij laag water ontstaan hier natuurlijke zwembaden, waarin het ontspannen poedelen is. Twee uur lang zweef ik met ingehouden adem boven de kristalheldere aquaria vol grillig koraal en kleurige tropische vissen. Totdat Kal met veel misbaar vanaf het drijvende platform duidelijk maakt dat het de hoogste tijd is.

Hollandse vernielzucht

Een buggy langs de kust is zó geregeld, maar als ik het achterland in wil, word ik met glazige ogen aangekeken. “O interior? Nee, wij weten alleen maar iets van de kust.” Ik huur een auto, scoor een landkaart en rij op goed geluk door suikerrietvelden en kokosplantages, langs garnalenkwekerijen en door gehuchten waar de tijd al eeuwen stilstaat. Bij een winkeltje waar ik de eerste klant in jaren ben, sla ik een voorraadje water in en vraag ik de weg. De eigenaar bedankt me alsof ik in plaats van drie reais (een euro) een fortuin heb gespendeerd en zet een groot kruis op mijn kaart, in het midden van nergens.

Het blijkt een voormalige suikerrietplantage met een stokoud kerkje. Gebouwd door de Portugezen, opgeblazen door de Hollanders en gerestaureerd door de Brazilianen. De oppasser komt trots aanlopen met een vergeelde foto van de ruïne die hij hier dertig jaar terug aantrof. 65 Doden vielen er destijds, doordat mijn voorgeslacht middenin de zondagsmis toesloeg. “Die Hollanders waren geen lieverdjes,” zegt hij lachend als ik me plaatsvervangend verontschuldig. “Ik neem jou niks kwalijk, hoor. Het is al lang geleden, hè.”

Op aanwijzing van de kerkwachter rij ik naar Pedra da Boca, een reusachtige granieten rots in een verbluffend grillig landschap. Net als ik neerplof op een kei om te genieten van het uitzicht en de langzaam ondergaande zon, komt ook hier vanuit het niets een oppasser tevoorschijn. Hij laat me wat prehistorische grotten met muurschilderingen van indianen zien en stuurt me dan snel weer weg. Met goede bedoelingen: de wegen zijn hier als gatenkazen en ik kan maar beter voor donker terug zijn in Natal.

Ontbijten met aapjes

Met bugeiro João kachel ik langs baaitjes met namen als Praia do Amor (strand van de liefde) en zijn thuisdorp Baía Formosa – die naam betekent letterlijk ‘mooie baai’ en zo is het maar net. De Litoral Norte, de kust ten noorden van Natal, mag er wezen, maar de Litoral Sul in het zuiden is nóg knapper en dus zit ik weer in een buggy. Onderweg zie ik dolfijnen achter vliegende vissen aan uit het water springen.

Pipa heet de eindhalte ditmaal. Het voormalige vissersdorp had in de jaren 70 nog geen elektriciteit of stromend water, werd in de jaren 80 populair bij hippies en surfers en groeide in de jaren 90 uit tot ‘het Saint-Tropez van Brazilië’. Het tamelijk hippe badplaatsje heeft winkelcentrumpjes, loungebars, designrestaurants en nachtclubs, waar volgens goed Braziliaans gebruik tot acht uur ‘s morgens wordt doorgefeest. Overdag is het stil – ‘s avonds na tienen komt er leven in de brouwerij.

Hier staat misschien wel de mooiste pousada van Brazilië. Toca da Coruja kan zó mee in Herbert Ypma’s boekenreeks HIP Hotels: pal in het centrum van Pipa en niks geen zeezicht, maar verscholen in een 25.000 vierkante meter grote tuin met maar vijftien kamers, suites en villa’s. Op mijn eigen houten veranda bungel ik in de hangmat zonder één andere hotelgast te zien, terwijl tropisch gevogelte langs fladdert, een limoengroene leguaan voorbij drentelt en een ongevaarlijk slangetje weg kronkelt.

In de tropische tuin woont ook een familie zeldzaam schattige aapjes met pluizige witte pluimen op hun oren. Het witoorpenseelaapje is de op één na kleinste apensoort ter wereld en weegt niet meer dan een mango. ‘s Morgens komt ie gezellig mee ontbijten. Het cliché blijkt heus waar: aapjes zijn dol op bananen. Meestal is het een gejaagd moetje, maar mijn hotelontbijt was nog nooit zo leuk. 

Top 10: bezienswaardigheden in Natal
1. Forte dos Reis Magos. Portugees fort uit 1599, gebouwd om Hollandse invasies af te weren. Dat lukte niet: Natal heette Nieuw-Amsterdam van 1633 tot 1654. Avenida Presidente Café Filho, Praia do Forte, dag. 08-16.30u, entree Rs 2 (ca. € 0,70)
2. Memorial Câmara Cascudo (niet verwarren met Museu C.C., zie onder). Huismuseum van en liefdevol eerbetoon aan Natals grootste zoon. Praça André de Albuquerque, Cidade Alta, dag. 08-17u, toegang gratis
3. Palácio Potengi. Voormalige zetel van de staatsregering uit 1865, nu Pinacoteca met Natalese kunst, maar vooral het interieur is mooi. Praça Sete de Setembro, Cidade Alta
4. Teatro Alberto Maranhão. Zwierig theatertje uit 1898, onlangs gerestaureerd en nog steeds in gebruik. Praça Augusto Severo, Ribeira, di-zo 08-18u, toegang gratis
5. Centro de Turismo. In de piepkleine cellen van een 18e-eeuwse gevangenis zijn tientallen winkeltjes ondergebracht vol souvenirs, handwerk, hangmatten en zoetigheid van suikerriet en kokos. Elke donderdagavond Forró com Turista, de populaire lokale dans mét publieksparticipatie. Rua Aderbal de Figueiredo, Petrópolis, dag. 09-17u, toegang gratis
6. Igreja do Galo & Antiga Catedral. Vlakbij elkaar in de oude stad: een parmantig blauw-wit kerkje en een kleine kathedraal, beide knap gerestaureerd. Rua Santo Antônio & Praça André de Albuquerque, Cidade Alta, toegang gratis
7. Museu Café Filho. Het obscuurste museumpje van de stad in het voormalige woonhuis van de enige Natalees die het kortstondig schopte tot president van Brazilië. Volslagen incompetent en corrupt, maar hier herdacht als een groot staatsman. Rua da Conceição, Cidade Alta, di-za 08-17u, entree Rs 1 (ca. € 0,35)
8. Zás-Trás. Een toeristenfuik, maar een leuke: wervelende shows van goede kwaliteit met een keur aan Braziliaanse folklore, waaronder de lokale dans forró en de befaamde capoeira. Rua Apodi 500, Tirol, ma-za va. 20.30u, Rs 40 (ca. € 14)
9. Capitolina Coluna del Pretti. Drieduizend jaar oude Romeinse zuil, cadeautje van Benito Mussolini. Praça Carlos Gomes, Cidade Alta
10. Museu Câmara Cascudo (niet verwarren met Memorial C.C., zie boven). Grootste museum van Natal, maar uit de richting en beetje stoffige antropologische collectie over Rio Grande do Norte. Avenida Hermes da Fonseca, Tirol, di-vr 08-10.30/14-16.30 za-zo 13-17u, Rs 2 (ca. € 0,70)
Top 5: eten, drinken, uitgaan
1. Camarões. Dé lokale specialiteit van Natal en omgeving zijn dikke, roze garnalen. Je wordt ermee doodgegooid, maar dat geeft niets, want Camarões (‘garnalen’) heeft tientallen varianten op de kaart. Avenida Eng. Roberto Freire 2610, Ponta Negra, tel. (84) 3209 2424, www.camaroes.com.br
2. Tábua de Carne. De naam betekent ‘een bord vol vlees’ en dat is precies wat je krijgt. De beste plek voor fluweelzachte carne de sol, het befaamde zongedroogde rundvlees uit Noordoost-Brazilië. Avenida Eng. Roberto Freire 3241, Ponta Negra, tel. (84) 3642 1236, www.tabuadecarne.com.br (Portugees)
3. Manary Praia. Wie een kamer in deze pousada te prijzig vindt, gaat er gewoon eten op het fijne terras met zeezicht, het beste adres van de stad voor verse visjes. Rua Francisco Gurgel 9067, Ponta Negra, tel. (84) 3204 2900, www.manary.com.br
4. Alta de Ponta Negra. Knus uitgaansbuurtje op een heuvel boven Ponta Negra met leuke eettentjes en barretjes, vooral op vrijdag- en zaterdagavond een drukte van jewelste. Ponta Negra
5. Rua Chile. Uitgaansplein met bars, eettentjes en clubs in opgeknapte historische panden in de oudste wijk van Natal, op de (late) vrijdag- en zaterdagavond bomvol jong volk. Ribeira
Top 5: pousada’s
1. Pipa: Toca da Coruja. De meest hemelse herberg van Pipa met kamers, suites en villa’s voor respectievelijk Rs 406, 487 en 890 (ca. € 140, 170, 310). De hoofdprijs dus, maar inclusief ontbijt met witoorpenseelaapjes en romantiek voor twee gegarandeerd. Avenida Baia dos Golfinhos, tel. (84) 3246 2226, www.tocadacoruja.com.br
2. Natal: Manary Praia. Lid van Roteiros de Charme, de Braziliaanse club van charmante, kleinschalige en luxueuze pousada’s. Ook niet goedkoop: 2-pk met zeezicht va. Rs 520 (ca. € 180) incl. ontbijt. Rua Francisco Gurgel 9067, Ponta Negra, tel. (84) 3204 2908, www.manary.com.br
3. Genipabu: Villa do Sol. Eenvoudige pousada, maar wát een uitzicht op de rivierdelta van de Ceará-Mirim. Warm aanbevolen bij zonsondergang. 2-pk va. Rs 120 (ca. € 40), maar betaal liever Rs 40 (ca. € 15) extra voor een kamer met balkon en zeezicht. Praia de Genipabu, tel. (84) 225 2132, www.villadosol.com.br
4. Natal: Castanheira. Budgetalternatief op vijftig meter van het strand van Ponta Negra. Kleine pousada met dito zwembad en negen kamers va. Rs 145 (ca. € 50) inclusief ontbijt. Rua da Praia 221, Ponta Negra, tel. (84) 3236 2918, www.pousadacastanheira.com.br
5. Baía Formosa: Vista Bela. Voor een prikkie op een prachtplek boven een van de allermooiste baaien. Basic pousada met zwembad en 2-pk va. Rs 75 (ca. € 25). Rua Sen Antônio Arruda de Farias 51, tel. (84) 3244 2001, www.praiadebaiaformosa.com.br/vistabela 
Top 3: dagtochtjes
1. Buggytrip. Een dagtocht per buggy kost Rs 280 (ca. € 100) per buggy voor maximaal vier personen. Ben je met minder, dan zoekt de bugeiro andere passagiers. Je kunt ook het volle pond betalen, dan hoef je geen rekening te houden met wildvreemden en ben je eigen baas over je bugeiro. Boeken via hotel, pousada, reisbureautje of gewoon op straat of strand.
2. Minicruise. Boottochtjes zat, maar met een stief uurtje zijn die alweer voorbij. Uitzondering is de sunset minicruise: met Braziliaanse deuntjes en een inbegrepen caipirinha vaart het schip via de dolfijnenbaai de Guaraíras-lagune op langs de mangrove, terwijl de zon langzaam ondergaat. Vanuit Tibau do Sul gaat het per busje terug naar je pousada. Afvaart 14.30u, Rs 60, Aventureiro Passeios de Barco, Praia do Centro, Pipa, tel. (84) 9985 8757,www.aventureironautica.com.br
3. Ponta do Pirambu. Dagje lekker niksen, maar graag een beetje luxe? Ponta do Pirambu is een stijlvolle idylle onder de palmbomen aan de Atlantische Oceaan: een compleet relaxcomplex met zwembad, terras, bar, restaurant en spa. Lunch voor zo’n Rs 40 (ca. € 15), massages van Rs 35 tot 90 (ca. € 12-30). Rua Dem Pescoço 252, Tibau do Sul, tel. (84) 246 4333,www.pontadopirambu.com 
Natal Praktisch
Hoe kom je er?
ArkeFly (www.arkefly.nl) vliegt eens per week rechtstreeks van Amsterdam naar Natal, va. € 506 incl. tax en toeslagen. De vliegduur is ca. 9 uur.
Beste reistijd
Het hele jaar staat de thermometer op dertig graden. Van december tot februari is het hier zomer, hoogseizoen, druk en duurder.
Reisdocumenten en gezondheid
Geen visum nodig voor een verblijf van maximaal 90 dagen, wel een paspoort dat bij vertrek uit Brazilië nog minstens zes maanden geldig is. Geen vaccinaties verplicht, hepatitis A en DTP aanbevolen. Drink geen kraanwater.
Vervoer ter plekke
De leukste en beste manier om de kust te verkennen is per buggy. Naar de grotere steden rijden bussen, andere bestemmingen bereik je per huurauto. Autoverhuurbedrijven op de luchthaven en in Natal bijvoorbeeld aan de Avenida Eng. Roberto Freire. Reken voor een middenklasser op Rs 100 (ca. € 35) per dag.
Georganiseerde reizen
Arke (www.arke.nl), Holland International (www.hollandinternational.nl), FlyBrazil (www.flybrazil.nl) en Sunrise (www.sunrise.nl) hebben pakketreizen vanaf ca. € 700 p.p. voor 8 dagen inclusief retourvlucht, tax & toeslagen en overnachtingen. Let op last-minute-stunts: wie slim shopt, boekt een week Brasil met vlucht en bed voor € 500 – goedkoper dan een losse ticket. Alle touroperators bieden ook dagtrips en meerdaagse excursies en rondreizen aan.
Reisgidsen
Nelles Gids Brazilië (2005, 256p., € 13,50, ISBN 9027494231), Elmar Reishandboek Brazilië (2005, 311p., € 17,95, ISBN 9038916205) en Dominicus Brazilië (2005, 380p., € 23,95, ISBN 9025739113).
Geld
Munteenheid is de Braziliaanse real, meervoud reais. € 1 = ca. Rs 3,50 (januari 2006). Het leven, met name eten en drinken, is veel goedkoper dan in Nederland. Geld wisselen is prijziger dan pinnen, maar geldautomaten zijn schaarser. Met je creditcard is het behelpen.
Taal
Brazilië is het enige Portugees sprekende land van de Amerika’s. Weinig Brazilianen spreken Engels, met Spaans kom je verder.
Informatie
Voor vertrek: Braziliaanse Ambassade, afdeling Toerisme, Mauritskade 19, Den Haag, tel. 070 302 3959, www.brazilianembassy.nl. Ter plekke: VVV’tjes op de luchthaven en in het Centro de Turismo.
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist