Leestijd: 16 minuten

Geheimtip van de buren

Wie denkt dat je zuidwaarts moet voor een zorgeloze strandvakantie, kent Darß nog niet. Op het luilekkereiland in de Oostzee zijn de dagen zonnig als aan de Côte d’Azur, de stranden wit als in de Cariben en de spabehandelingen hemels als aan de Indische Oceaan. Tel daar pittoreske kunstenaars- en vissersdorpen, ongerepte natuur en ruige rotskusten bij op je hebt de ultieme Geheimtipp – die de Duitsers dus graag voor zichzelf houden.

Duitser + strand = kuil. Dat is het eerste waar je aan denkt. Mis, want Duitsers die lekker weg in eigen land op strandvakantie zijn, graven geen kuilen. Omdat ze het niet hoeven. Dat ze het op onze stranden wél doen, ligt aan ons. Nederlanders schieten schromelijk tekort als het aankomt op strandgerief. De Belgen zetten op zomerse dagen zonnebakbedjes klaar en steken parasols in het zand opdat je niet kreeftrood verbrandt en de Fransen bezorgen oesters en champagne op je privéstrand. Wij zijn zuinig en blieven niet te betalen. Niks mis met onze Noordzeestranden, maar het blijft behelpen, zo op een handdoekje in het mulle zand.

Nee, dan de Duitsers. Zij hebben de Strandkorb. Op de langgerekte zandstranden van onze oosterburen vind je ze in groten getale, die gevlochten strandfauteuils voor twee, compleet met bergvakken voor zonnebrand en strandbal, een klaptafeltje voor een glas wijn en uittrekbare voetenbankjes. Onder de kap van de korf zit je uit de wind en dankzij een verstelbaar zonneschermpje desgewenst ook uit de zon. Wil je languit onderuit, dan laat het ding zich in één beweging transformeren tot gewatteerd ligbed. Het zegt alles over de verfijnde Bäderkulturvan onze buren; leuk en aardig, zo’n dagje strand, maar wel graag een beetje comfortabel. Nog voor de Volkswagen is de strandkorf de beste Duitse uitvinding ooit.

Het ziet er vrolijk uit, zo’n strook zand vol strandkorven. Het is het eerste wat ik zie na aankomst. Ik heb maar even de tijd om uit te waaien voor het diner en de zon is al onder, maar het strand is een plaatje. Breed en lang en gemaakt van wit en zacht zand dat knispert tussen mijn tenen. De avond is zwoel, de ruisende Oostzee steekt pastelblauw af tegen de zachtgele hemel, het groene helmgras wiegt in de zilte zeewind. Achter de rij strandkorven met blauw-wit gestreepte zitkussens glooien de duinen, met her en der op een duintop een eenzame pijnboom of een honderd jaar oude vakwerkvilla met rieten dak. Het strand van Ahrenshoop kan zo op een schilderijtje.

Schildersezel in het zand

Het ís ook al talloze malen geschilderd, want Ahrenshoop is een kunstenaarskolonie – het Domburg van Duitsland, waar het wemelt van de galeries en schilders, aangetrokken door gunstig klimaat en mooi licht. In Domburg was het Mondriaan die de sterren van de hemel schilderde, in Ahrenshoop zette landschapsschilder Paul Müller-Kaempff de toon. Eind 19e eeuw vestigde hij zich hier, met in zijn kielzog een stoet schilders, schrijvers, dichters, muzikanten en andere creatieve types. Op zijn bekendste schilderij prijkt de hierboven beschreven avondstemming aan het strand van Ahrenshoop. Er is weinig veranderd.

Ook de volgende ochtend staat er een schildersezel in het strandzand. Erachter op een klapstoeltje een oudere dame met zilveren haar, baret en blauwe zonnebril en gewapend met palet en penseel. Julia woont haar halve leven al in Ahrenshoop en loopt over van de Ostalgie; voor de Wende was alles beter. Dat de kunstenaars toen alleen mochten schilderen wat de DDR-bonzen bliefden en schrijvers en dichters alleen in het grootste geniep bij elkaar konden komen, vergeet ze voor het gemak. Van hedendaagse toeristen moet Julia niet veel hebben en van de Hollanders al helemaal niet. “Die betalen niet eens voor een strandkorf, laat staan voor een schilderij.” Julia is een mopperkont, geeft ze grif toe. “Maar ook een bofkont, want ik woon in Ahrenshoop.”

Het schilderachtige dorp telt zevenhonderd zielen en zelfs de burgemeester is kunstschilder. In de zomer verdriedubbelt de bevolking. De bezoekers zijn overwegend welgestelde, kunstminnende Berlijners en daardoor zijn er prima hotels en restaurants en talloze galeries. Met de Kunstkaten voorop, een kobaltblauw huis in de duinen met een rieten dak en kunstig beschilderde voordeuren – waarvan er op dit schiereiland meer te vinden zijn, maar dit zijn de allermooiste. De villa is een kunstwerk op zich, binnen hangen schilderijen van vroeger en nu in wisselende tentoonstellingen. Een fatsoenlijk museum ontbrak er nog maar aan in Ahrenshoop, maar dat is in aanbouw en opent in 2012.

Hotel als kunstwerk

Het leukste hotel van Ahrenshoop, vernoemd naar de kunstenares die de houten villa vroeger bewoonde, is een Gesamtkunstwerk; de zes kamers zijn elk door een andere kunstenaar ingericht. Mijn kamertje is krap maar fris met een twijfelaar en op de babyblauwe muren geschilderde vrolijke zeemeeuwen. Andere kamers zijn ruimer, voorzien van veranda of balkon met zeezicht en volgehangen met moderne kunst. Alle kunst die in het hotel en de galerie hangt en staat is te koop en het restaurant is het beste van het dorp, met verse vis uit de Oostzee, lokaal wild, honderd wijnen en verrukkelijke kaasjes op de kaart. Kunsthotel Elisabeth von Eicken is een puike plek om te blijven plakken.

Komt goed uit, want het is een prima uitvalsbasis voor uitwaaiwandelingen. Ik slenter zuidwaarts over het strand en kom bij een van de pronkjuwelen van het schiereiland. Tussen Ahrenshoop en Wustrow ligt de Hohes Ufer, een steile rotskust waar de andere helft van de schilderijtjes wordt geschilderd. Bovenop de tien meter hoge krijtrotsen ligt de Millionenhügel vol in het groen verscholen vakantievilla’s. Op het smalle strandje aan de voet ervan is het allerminst druk en de paar mensen die hier wel rondstruinen, doen dat ingespannen turend naar het strand, met hun kin tegen de borst. Wonderlijk.

Als ik een jonge vrouw vraag hoe dat zit, legt ze het uit: “Hühnergötter zoek ik, vuurstenen met een doorkijkgat erin. Kleine wondertjes van Moeder Natuur. Die brengen geluk, sowie einen Talisman.” Ik ben alweer een kilometer verder als de vrouw achter me aan komt rennen: “Joehoe, kijk eens, hier is er een! Net gevonden.Das schenk’ ich Ihnen. Für großes Glück.” Een hart onder de riem voor het vervolg van de wandeling. Op naar het vissersdorp Wustrow, met kapiteinshuizen en een kloeke kerk, waarvan de toren beklommen kan worden voor een prachtpanorama van het smalle schiereiland. Dan via de gehuchten Althagen en Dierhagen terug naar Ahrenshoop. Zo, nu eerst een Rostocker.

Slenteren over de zeepier

Fischland-Darß-Zingst, zo heet het winkelhaakvormige schiereiland officieel, een mond vol. De naam herinnert eraan dat dit ooit drie aparte eilanden waren, die in de loop der eeuwen door weer en wind met elkaar en het vasteland verbonden werden. Ahrenshoop ligt op Fischland, een smalle landtong met de Oostzee aan de ene en de Bodden, een brakke binnenzee, aan de andere kant. Daarboven ligt Darß, bedekt door een prachtig bomenbos, en om de hoek van de winkelhaak strekt Zingst zich uit richting Hiddensee, dat nog wél een echt eiland is. Daar moet je per boot heen, ook leuk, maar Fischland-Darß-Zingst is per auto bereikbaar, wel zo gemakkelijk en je krijgt drie eilanden voor de prijs van één.

Zingst, het grootste dorp op het gelijknamige voormalige eiland, heeft gekozen voor het grote geld. Hier geen klinkerstraatjes met vakwerkhuisjes en petieterige boetiekhotels, maar een brede boulevard, luxehotels, spa’s, oesterbars en champagne. Dat is het Ortsansicht niet ten goede gekomen; van Zingst valt geen fatsoenlijke ansichtkaart te bakken. Toch is het een gemoedelijke badplaats met een Kurhaus omringd door terrassen, een breed zandstrand en een ellenlangeSeebrücke ofwel zeepier. Rond zonsondergang wemelt het er van de vakantievierders die na het diner boven de Oostzee uitbuiken met een schepijsje.

Ik check in aan de Seestraße in het chique spahotel Meerlust, met kamers om in te verdwalen, een binnen- en buitenzwembad en een restaurant met zonnig terras. De Beierse pakjes van het personeel hadden voor mij niet gehoeven, dat misstaat toch een beetje hier in het hoge noorden, en dat het zondagse champagne-ontbijt komt met prosecco die bubbelt als een bruistablet is ook een beetje jammer. Dat is het enige wat er te mekkeren valt, want Meerlust is een viersterrenhotel met vijfsterrenservice.

Exzellente verwennerij

Een heus Seeheilbad is Zingst en kuren is hier een serieuze zaak, hoewel de moderne verwennerij die wellness heet tegenwoordig meer in trek is. Zo ook in de spa van Meerlust, die van het Wellness Verband, zeg maar de Duitse spapolitie, het predikaat ‘Exzellent’ opgeplakt kreeg – als eerste in Duitsland. Ik kan kiezen uit tientallen behandelingen, van een snelle facial tot lichaamsmassages met hete lavastenen of Tibetaanse klankschalen, maar ik ga voor de specialiteit van het huis: Küstenschätze.

Het blijkt een compleet verwenpakket in de categorie thalassotherapie – kuren met wat er maar voor heilzaams voorhanden is, zolang het maar uit zee komt. Dode huidcellen worden van mijn lichaam gescrubt met zeezout uit de Oostzee, ik word ingepakt in een papje van groene algen en dan zak ik zachtjes door de tafel heen, zo in een warm bad – een Wasserschwebeliege noemen ze zo’n hightech-tafel die verdraaid veel doet denken aan een terugkeer naar de baarmoeder. Tijdens een hemelse hoofdmassage doen de algen hun weldadige ding en daarna word ik, met groene drab en al, gedirigeerd naar een klaarstaand bad op pootjes – een terloopse blik naar beneden leert dat ik er uitzie als een marsmannetje.

Twintig minuten dien ik te dobberen in het drieëndertig graden warme algenbad. Na tien minuten breekt het zweet me uit en geloof ik zomaar dat dit ontgiftender werkt dan een etmaal in een Finse sauna. Tot slot nog een Ganzkörpermassage met etherische olie en na drie uur te zijn gepamperd, word ik naar mijn kamer gestuurd met het vriendelijke doch dringende advies om veel te drinken en het de rest van de dag rustig aan te doen. Dat is niet zo moeilijk; na een kop kruidenthee val ik als een blok in slaap.

Wandelduinen en windwadden

Fischland is nog te bewandelen, Darß en Zingst laten zich beter per Fahrradverkennen. Over de kaarsrechte dijk fiets ik van Zingst via de in het riet verscholen dorpen Born en Wieck aan de Boddenkant naar het badplaatsje Prerow, met nog zo’n suikerwit zandstrand vol strandkorven. Het voormalige eiland Darß wordt goeddeels in beslag genomen door het Darßwald, een oerbos vol beuken, dennen en eiken, maar ook wilde orchideeën, bolletjeskool en zeedistel plus bedreigde dieren als zeearenden, zwarte ooievaars, hermelijnen, otters en edelherten. Ooit was dit het favoriete jachtgebied van Hitlers rechterhand Hermann Göring en later van DDR-baas Erich Honecker, nu is de rust weergekeerd en is het Darßwald als onderdeel van het Nationalpark Vorpommersche Boddenlandschaft teruggegeven aan de natuur.

Dat is te zien op het wonderschone weststrand. Een Naturstrand heet dat hier; geen ijscokraampjes, aangeharkt zand of strandkorven, maar omgewaaide bomen blijven liggen, aangespoeld drijfhout idem dito en de natuur gaat haar gang. Op de duinrand groeien Windflüchter; door de zeewind scheefgewaaide bomen. Dit tafereel kan ook al zo op een schilderijtje en ja hoor, ook hier was Paul Müller-Kaempff om het in olieverf te vereeuwigen.

De noordpunt van Darß is een zanderig landschap van wandelduinen, windwadden en wassend water dat zich schikt naar de grillen van Moeder Natuur en er elk seizoen een beetje anders uitziet. De kloeke roodbakstenen vuurtoren stond ooit precies op de punt, maar bevindt zich inmiddels zover landinwaarts dat er een hulptoren van meccano is neergezet omdat passerende schepen anders zouden aanspoelen. De oude toren kan beklommen worden voor een winderig maar wonderschoon uitzicht, het aanpalende natuurmuseum verschaft tekst en uitleg over de dynamische geologie van Darß en op het terras op de binnenplaats blaas ik uit met Kaffee und Kuchen.

Een vlucht kraanvogels

Zadelpijn weerhoudt me er niet van om ’s anderendaags opnieuw op de fiets te stappen, want het trio ehemalige eilanden heeft in de herfst nog een natuurlijke topattractie in petto. Vlakbij het Slößchen Sundische Wiese, een romantisch jachtslotje met restaurant, terras en een paar gastenkamers middenin de ongerepte natuur, verzamelt een dozijn Duitse toeristen zich voor een houten informatiekeet van het Nationalpark. Met een ranger fietsen we richting Pramort op de uiterste oostpunt van het schiereiland, met achter het riet de Bodden aan de rechterhand en links achter de duinen de Oostzee.

Het wandelingetje naar een tien meter hoge duintop voor uitzicht op buureiland Hiddensee is leuk hoor, maar daar komen we niet voor. Terwijl de zon steeds lager zakt, komt het hoogtepunt van de natuurexcursie dichterbij. We nemen plaats in een houten observatiepaviljoen, krijgen een glas sekt in handen gedrukt en wachten af. Bij ons is de kraanvogel nagenoeg uitgestorven, hier wonen er zo’n vijftigduizend, die halverwege de trek halthouden om uit te rusten en aan te sterken. ’s Ochtends vliegen ze uit om te vissen, ‘s avonds komen ze terug. Ik waan me in een BBC-natuurfilm als die grote ranke vogels met een vleugelspan van tweeënhalve meter luid trompetterend en met duizenden tegelijk overvliegen en neerstrijken. Ik ben geen vogelaar, maar dit is een indrukwekkend natuurfenomeen en een groot genot.

In de avondschemering fiets ik terug door het donkere bos, waar mysterieus gegil, gegrom, gebrul en geknor vandaan komt. Hier wonen vossen en wasberen en ik kan nog net op tijd remmen voor een gezinnetje wilde zwijnen dat met zeven biggetjes het fietspad oversteekt. Op het balkon van mijn hotelkamer, twintig kilometer verderop in Zingst, is het getrompetter van de massaal samenscholende kraanvogels nog te horen. Fischland-Darß-Zingst is een pretpakket van cultuur, luxe en ontspanning met lekker eten en avontuur in de natuur op de koop toe. Een regelrechte Geheimtipp, maar doe mopperkont Julia een lol: vertel het niet verder. 

Fischland-Darß-Zingst Praktisch
Hoe kom je er?
• Openbaar vervoer: Fischland-Darß-Zingst is prima per trein bereikbaar; per ICE naar Duisburg en per IC naar Ribnitz-Damgarten West, daarvandaan rijdt bus 210 naar alle badplaatsen op het schiereiland. Reistijd ca. 10 uur, retour ca. € 220.
• Eigen vervoer: Per auto is het van Utrecht via Hengelo, Osnabrück, Bremen, Hamburg, Lübeck en Rostock naar Zingst zo’n 700 kilometer, reistijd ca. 7 uur.
Lokaal vervoer
• Fiets: Bij sommige hotels zijn gratis fietsen te leen of huur er een voor ca. € 5 per dag in Ahrenshoop, Prerow of Zingst.
• Bus: Lijn 210 verbindt alle dorpen met elkaar en rijdt doordeweeks ongeveer eens per uur en in het weekend ongeveer eens per twee uur.
Beste periode
Fischland-Darß-Zingst is bij Duitsers zelf een populaire strandbestemming; in de zomermaanden is het druk en is accommodatie veelal volgeboekt. In de winter is het koud en uitgestorven en zijn veel hotels en restaurants gesloten. In voorjaar en herfst is het misschien net niet warm genoeg om in zee te zwemmen, maar wel vaak mooi weer en lekker stil.
Accommodatie
• Dierhagen: Dünenmeer Hotel & Spa, 2pk va. € 210.
• Wustrow: Dorint Strandhotel & Spa, 2pk va. € 140.
• Ahrenshoop: Elisabeth von Eicken, 2pk va. € 95.
• Prerow: Carpe Diem, 2pk va. € 110.
• Zingst: Meerlust, 2pk va. € 180.
• Pramort: Slößchen Sundische Wiese, 2pk va. € 99.
Excursies
• Kraanvogelexcursies per fiets zijn er van ongeveer half september tot derde week oktober, het maximaal toegestane aantal bezoekers is beperkt en bijtijds boeken essentieel. Kosten € 15, huurfiets zelf regelen, boeken via de Kurverwaltung in Zingst; zie onder.
• Een excursie naar de kraanvogels kan ook per boot; vertrek vanuit de haven van Zingst, duur 1½ uur, kosten € 18 plus desgewenst € 14 extra voor een Kranich-Menü op de terugvaart, boeken via de Kurverwaltung in Zingst.
• Verschillende rederijen bieden vanuit Ahrenshoop, Prerow, Born en Zingst rondvaarten over de Bodden, naar hanzestad Stralsund en het eiland Hiddensee, info bij de Kurverwaltung in het desbetreffende dorp; zie onder.
Reisgidsen
• Ter plekke te koop is het aardige gidsje Via Fischland-Darß-Zingst met plattegrondjes en wandel- en fietsroutes; 144p., € 9,90.
• Wie ook andere plaatsen aan en eilanden in de Oostzee gaat bezoeken, neme de gids Ostseeküste Mecklenburg-Vorpommern, 324p., € 16,90.
Meer informatie
• In Nederland: Duits Verkeersbureau, tel. 020 311 3922.
• Ter plekke: Tourismusverband Fischland-Darß-Zingst, tel. +49 38324 6400.
• Dierhagen: Haus des Gastes, Ernst-Moritz-Arndt-Straße
• Wustrow: Kurverwaltung, Ehemaligen Kaiserlichen Postamt
• Ahrenshoop: Kurverwaltung, Kirchnersgang
• Born: Kurverwaltung, Chausseestraße
• Wieck: Kurverwaltung, Darßer Arche
• Prerow: Kur- und Tourismusbetrieb, Gemeindeplatz
• Zingst: Haus des Gastes, Kurhaus
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages gratis in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: Het kopiëren van dit artikel is niet toegestaan, sorry!