Leestijd: 11 minuten

Flippen in Florence

David, Da Vinci en de Duomo: ‘s werelds kunsthoofdstad biedt zoveel schoons dat je er letterlijk gek van kunt worden. Ciao, Firenze!

De mooiste man ter wereld is 499 jaar oud, bijna vijf meter lang, vijfeneenhalve ton zwaar en hij heeft zwarte randjes onder zijn nagels. David is vies. Daarom krijgt hij voor zijn vijfhonderdste verjaardag een praktisch cadeau: een stevige scrubbehandeling. Het beeld dat Michelangelo aan het begin van de zestiende eeuw hakte uit een kolossaal marmerblok werd voor het laatst gewassen in 1843. Toen deden ze dat nog heel simpel: met wat emmertjes zoutzuur. Niet alleen stof en vuil verdwenen daardoor, maar ook de toplaag waarmee Michelangelo zijn David had willen beschermen. Het sopje werkte averechts: vuiligheid kreeg vrij spel in Davids marmeren poriën. Op zijn sokkel op Piazza della Signoria werd hij steeds zwarter. Daarom werd in 1873 speciaal voor David de Galleria dell’Accademia gebouwd. David kon voortaan maar beter binnen blijven.

Davids nieuwe poetsbeurt is beter doordacht. De voorbereidingen duurden maar liefst tien jaar. Er werd een driedimensionale digitale scan gemaakt, waarop ieder minuscuul scheurtje en vuiltje aan het licht kwam. De afgelopen maanden werd in Italië en Nederland – de benodigde anderhalve ton wordt opgehoest door de Rotterdamse kunststichting Ars Longa – gebekvecht over de veiligste manier om David op te frissen. De met de prestigieuze klus belaste Florentijnse restauratrice was een voorstander van de ‘droge methode’, waarbij het vuil op en in Davids corpus met borsteltjes en poetsdoeken te lijf zou worden gegaan. Maar zij kreeg het aan de stok met de museumdirectrice, die vond dat alleen de ‘natte methode’ effect zou sorteren, met in gedestilleerd water gedrenkte kompressen en watjes. En dan was er nog het idee van een Nederlandse restaurator: de ‘condoommethode’. Het beeld zou daarbij ingesmeerd worden met een emulsie van zeep en rubber, die opdroogt en het vuil opzuigt, waarna het heel praktisch van David afgerold kan worden. Dichtknopen, weggooien, klaar.

Na een hoop gekissebis koos men voor de natte kuis. De restauratrice werd bedankt en een nieuwe benoemd. In de Accademia zoeft zij nu met druipende lappen en watjes om David heen op een speciaal voor de gelegenheid door Fiat gebouwde hoogwerker. Naar verwachting is zij nog voor Davids verjaarspartijtje klaar. Flonkerend kan David dan terugkijken op een getourmenteerd leven. Acht jaar nadat hij voor het Palazzo Vecchio op zijn voetstuk werd gezet, sloeg in 1512 de bliksem in zijn krullenbol. Bij een volksoproer in 1527 brak hij zijn linkerarm en in het begin van de negentiende eeuw zijn rechter middelvinger. En in 1991 verbrijzelde een verwarde man met een moker Davids linker grote teen.

Ach, het kan altijd pijnlijker. Van een kopie van het beroemde beeld in het Amerikaanse stadje Willow Glen werd onlangs door vandalen de penis afgebroken. De échte David in Florence heeft ‘m nog, maar het formaat ervan is curieus. David heeft een klein pikkie: zestien lullige centimeters. Niet veel voor een flinke jongen van bijna vijf meter. Davids sneue snikkel is eenvoudig te verklaren: als exponent van de renaissance modelleerde Michelangelo zijn helden volgens recept van de klassieke Grieken. Die beschouwden grote fallussen als scherts en dus alleen toepasbaar op spotbeelden. David daarentegen wordt gezien als toonbeeld van het ideaal mannelijk fysiek. Niet vreemd dat hordes homotoeristen in Florence rond hem cirkelen alsof hij honing aan zijn welgevormde gat heeft.

Davids aantrekkingskracht is zo groot als zijn postuur. Jaarlijks bezoeken 1,2 miljoen bezoekers hem in de Accademia. En wie geen zin heeft om drie uur onder de brandende zon te wachten, kan naar Piazza della Signoria, waar nu een kopie staat op de plek waar het origineel de eerste 369 jaar van zijn leven stond te verweren. Of naar Piazzale Michelangelo, waar een fikse klim beloond wordt met een bronzen kopie én een fenomenaal uitzicht op Florence.

Alle architectuurschatten staan in de compacte hoofdstad van Toscane op een kluitje van vier vierkante kilometer. Palazzo Vecchio, het oude paleis van de Medici’s, de steenrijke bankiersfamilie die gedurende hun drie eeuwen durende heerschappij de stadstaat Florence volpropten met kunst. Palazzo Pitti, hun latere, nog maar wat ruimere optrekje. Ponte Vecchio, de stenen brug met edelsmidswinkeltjes uit 1345 over de rivier de Arno. De Uffizi, het oudste museum ter wereld. En natuurlijk dé blikvanger: de buitenproportionele koepel van Brunelleschi op de Duomo. En dat zijn nog maar de beroemdste toeristentrekkers, want er zijn ontelbare piazzi en palazzi, cattedrali, conventi en cappelli. Allemaal tot de nok volgestouwd met kunst van maestri als Donatello, Da Vinci, Botticelli, Caravaggio en natuurlijk Michelangelo. Names, names, names. Om gek van te worden.

Eens per maand flipt er iemand in Florence. De gretige toerist die de kunsthoofdstad van de wereld komt ‘doen’ in een weekendje begint het soms te duizelen. Letterlijk. In de Uffizi kijkt een suppoost er niet van op als een bezoeker in katzwijm valt. Die is dan ten prooi gevallen aan il sindrome di Stendhal. Na een bezoek in 1817 aan de kerk Santa Croce was de Franse schrijver Stendhal de eerste die het naar hem vernoemde syndroom ervoer en optekende: “Ik raakte in extase door het idee dat ik in Florence was, vlakbij de grote meesters wier praalgraven ik had gezien. Verzonken in de overpeinzing van sublieme schoonheid, bereikte ik het emotionele punt waarop men hemelse gewaarwordingen ervaart. Toen ik de Santa Croce verliet, had ik hartkloppingen. Het leven vloeide uit me weg. Ik liep, maar was bang dat ik zou vallen.”

Dat was nog maar een milde aanval van het Stendhal-syndroom. Slachtoffers worden geregeld binnengedragen op de psychiatrische afdeling van het Santa Maria Nuova-ziekenhuis. Hun symptomen variëren van duizeligheid, flauwvallen, ademnood en kortdurende paniekaanvallen tot geheugenverlies, schizofrenie, doodsangst en dagenlang aanhoudende krankzinnigheid. Het voormalige hoofd psychiatrie van het ziekenhuis, Graziella Magherini, deed tien jaar lang onderzoek naar wat toen nog bekend stond als de ‘toeristenziekte’. In haar boek geeft Magherini veel praktijkvoorbeelden. Zoals een Tsjech die instort onder de fresco’s van Masaccio in de Brancacci-kapel, een Amerikaan die gillend wegrent van Caravaggio’s Narcissus en een Française die met angstaanvallen uit de Uffizi wordt afgevoerd. Eigenlijk is Michelangelo’s David hartstikke gevaarlijk.

Hier is het dus lijfsbehoud om je eens af te zonderen van de schone kunsten en over te geven aan banalere zaken. Michelangelo en zijn geliefde Tomasso wisten dat als de beste, want in hun tijd was Florence één groot bacchanaal. Sla DantesInferno of Boccaccio’s Decamerone er op na en je weet: homoseks, of sodomie in de taal van toen, vierde hoogtij. De paus omschreef het als een zonde die zo kwalijk was, dat hij hem niet durfde uitspreken, maar Florentijnen maalden daar niet om. Officieel was sodomie illegaal en was het toepasselijk genaamde Ufficiale di Notti (Bureau van de Nacht) in Florence belast met de vervolging ervan. Tijdens haar 70-jarige bestaan klaagde het Bureau weliswaar 17.000 Florentijnse mannen aan – op een totale bevolking van 40.000 mensen! – maar het kwam zelden tot een veroordeling. Gebeurde dat wel, dan werd de boete gewoon niet betaald. En daarmee was de kous af. Het Bureau was er vooral voor de vorm. De zedeloze reputatie van de Italiaanse stadstaat reikte tot ver over de grenzen: ‘Florenzer’ was in Duitsland een gangbaar synoniem voor ‘sodomiet’.

Niet alleen het gedoogbeleid, ook de homo-emancipatiebeweging lijkt uitgevonden in Florence. Op 31 augustus 1512 verzamelden een stuk of dertig jonge aristocraten zich in het stadhuis voor de allereerste homorechtendemonstratie uit de geschiedenis. Gay Pride avant la lettre. Ze eisten dat het gemeentebestuur alle veroordelingen wegens sodomie nietig verklaarde. Ze kregen hun zin: een hoge verantwoordelijke ambtenaar trad af en na interventie van de Medici’s werd hun eis ingewilligd. Vijf eeuwen later is Florence behangen met regenboogvlaggen. Van ieder balkonnetje en waslijntje schreeuwen ze je tegemoet: ‘PACE’. Vrede. Ze hangen er om duidelijk te maken aan raspopulist Berlusconi – Florentijnse voorhoofden fronzen diep bij het horen van zijn naam – dat de Italianen liever niet zagen dat hij met Bush en Blair ten strijde trok tegen Irak. Verwarrend is het wel: telkens als ik zo’n regenboogvlag ontwaar, flitst onbewust door mijn gedachten dat ik alwéér een homokroeg gevonden heb. Maar daarvoor heb ik meer aan mijn reisgids, die zich uitput in superlatieven over de Florentijnse homoscene en vertelt dat het hier ook wel ‘piccolo San Francisco’ genoemd wordt.

Vijf minuten later sta ik voor een grote glazen pui onder een neonverlichting die ‘Word homo!’ lijkt te schreeuwen. Het grootste homocafé van Florence is een mix van goed (het glazen plafond waardoorheen het oorspronkelijke plafond met mooie stokoude balken te zien is), fout (te kleurig verlichte bubbeltjesbuizen op de bar) en goed fout (afwisselend Kylie, Italiaanse schlagers en Rick Astley uit de speakers en op het videoscherm). Ik krijg een birra in mijn hand gedrukt door de 28-jarige Marco, die van top tot teen gekleed is in verantwoord nero van Gucci en Ferragamo, modehuizen die net als hij in Florence geboren werden. Het heet hier Yag Bar, maar ‘jachtbar’ was ook goed geweest: Marco meldt meteen maar even dat zijn appartement om de hoek het allermooiste uitzicht heeft op de Ponte Vecchio. Om elf uur is het nog rustig en omdat Marco mij met zijn 1 meter 65 en enorme puntlaarzen voorkomt als een goed gestylede tuinkabouter, stel ik voor dat hij mij meeneemt naar zijn favoriete gelateri. In de zwoele zomernacht peuzelen we op de Ponte Vecchio van een enorme coppa met pistacchio, limone en mango – drie boterzachte bollen ijs voor drie euro. Niet slecht. O ja, of ik al wist dat Marco’s slaapkamer op struikelafstand is.

Maar ik wil geen dwerg. Ik wil een David. Die heet Cristian en is 26, blijkt als ik na middernacht terugkom in de inmiddels bomvolle jachtbar. Hij heeft een lange werkdag achter de rug op de Pitti Uomo, de vermaarde Florentijnse mannenmodeweek. Ditmaal trakteer ik en met succes: Cristian slaat joviaal een arm om me heen en vertelt z’n collega’s dat ik zijn date ben voor het slotfeest van de modeweek. Maar ik had hele andere plannen: ik moet en zal de plaatselijke homodisco checken. Cristian kijkt me meewarig aan en krabbelt het adres van het modefeest en zijn telefoonnummer op een briefje. Als ik na een stevige speurtocht de onwelriekende vuilcontainers op het kleinste en meest onooglijke pleintje van Florence heb gevonden, begrijp ik Cristians blik. Een vuig koperen naamplaatje op een dikke stalen deur met tralies voor een vierkant raampje vertelt me dat hier Tabasco is gevestigd.

Na een trapje kom ik in een kelder die me toeschreeuwt dat het hier vanavond níet gebeurt. De dansvloer is desolaat, het barretje bevolkt door bierbuikende veertigers en de videolounge gereserveerd voor het broodnodige trekwerk. Wegwezen. In hetpalazzo aan de overkant van de rivier is het Pitti Uomo-slotfeest wél geslaagd. “Niet gek dat er niemand was,” vertelt Cristian uitgelaten. “De helft van alle nichten is hier. En de rest is op het strand.” De volgende dag rijden we in Cristians auto naar de Middellandse Zee. In het badplaatsje Torre del Lago, bij Pisa, worden zomerse vrijdagen en zaterdagen weggedanst bij gay beach club Mama Mia. Vandaag, zondag, komt homoseksueel Florence hier aan het einde van de middag heen:aperitivo­-tijd. Bij veertig graden en een kabbelend loungemuziekje zijgen Cristian en ik met een opgesmukte cocktail neer in het hete, mulle zand. Tegen zonsondergang bestellen we een pizza bij de bediening op beach buggies. Naast mijn eigen David is het Stendhal-syndroom ineens mijlenver weg. 

Gay Florence
Alle homo-adressen in Florence en Toscane vind je op www.gay.it/pinklily. Overnachtingstip: Hotel Medici (www.hotelmedici.it) met droomachtig uitzicht op de Duomo.
Biennale van Venetië
Geen last van Stendhalismo? Stap in de trein en hóp, drie kwartier later ben je in Venetië. Tot begin november is daar de 50e kunstbiënnale (www.labiennale.org) aan de hand, met veel contemporain lekkers op drie hoofdlocaties en tientallen plekken verspreid over de eilandenstad. Wil je er een nachtje over slapen? Doe dat! De beste keus is Casa de Uscoli (www.casadeuscoli.com), een chic B&B met romantisch uitzicht op de dobberende gondels.
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist