Leestijd: 11 minuten

Las Islas Bonitas

115 Eilandjes bomvol bountystrandjes, zacht ruisende palmbomen en super-de-luxe resorts. De Seychellen zijn het paradijs op aarde, maar de andere troef is de natuur. Tuimeldolfijnen in de zachtblauwe zee, reuzenschildpadden in je achtertuin en tal van boompjes en beestjes die alleen hier wonen en nergens anders.

Flierefluitend stap ik op Cousine door een tropisch regenwoud op zakformaat. Sinds het mini-eiland werd teruggegeven aan de natuur is het vlak voor zonsondergang een drukke boel: krabbetjes graven hun holletjes in het bountystrand, hagedissen en gekko’s ruimen insecten op, termieten bouwen verwoed aan hun kasteel en een kolonie miljoenpoten legt de zoveelste zacht verende snelweg aan tussen de nonistruiken en pisoniabomen.

In de wijde omtrek is het onbeschaamde gekreun te horen van parende reuzenschildpadden, tussen de granieten rotsen broeden pijlstorm- en keerkringvogels, de karetschildpad maakt zich klaar om het strand op te klauteren om te nesten, en fleurige vissen dobberen lodderig rond het kleurige koraalrif. Een paradijs op aarde.

The Birds

De zoete droom verandert in een huiveringwekkende horrorfilm als ik word aangevallen door een zwerm tropische vogels. Aggressief kwetterend en gewapend met vlijmscherpe snavels vliegen ze in volle vaart op me af, rechtstreeks richting mijn gezicht. Vluchten kan niet meer en ik krimp ineen, breng mijn armen voor mijn hoofd en zet me schrap voor een bloedige aanval. Eerst pikken ze mijn ogen uit de kassen, dan het vlees van mijn jukbeenderen en uiteindelijk eten ze de rest van mij op, totdat ik levenloos blijf liggen in een plas bloed – ik weet hoe dat gaat, Hitchcocks The Birds heb ik wel tien keer gezien. Mijn leven flitst aan me voorbij.

Ineens is het stil. Geen gekrijs en ook geen gekwetter meer, geen geluid van rondspattend bloed, niks. Alleen het helikopterachtige gezoem van klapwiekende vleugels, heel dichtbij. Voorzichtig open ik mijn ogen. Ik zie drie vogeltjes zweven, recht voor mijn neus. Op minder dan een meter afstand zijn ze tot stilstand gekomen. Elk een Omo-wit verenpak, grote zwarte platvoeten, kogelronde kraaloogjes en een blauwe bek. Bij het eerste oogcontact beginnen ze vrolijk te tjilpen, alsof ze tegen me praten, en dan cirkelen ze rondjes rond mijn hoofd, zo dichtbij dat ik er scheel van kijk en zo vliegensvlug dat ik er duizelig van word.

Natuurlijke vijanden hebben ze niet, mensenschuw zijn ze daardoor ook niet en dus komt dit fladderend gezinnetje van pa, ma en piepkuiken elke nieuwe eilandbezoeker hoogstpersoonlijk welkom heten, vooral om te koekeloeren wie zich nu weer in hun tropische territorium begeeft. Witte sterns zijn ’s werelds nieuwsgierigste vogeltjes.

Privé-eiland

Cousine is een van de 115 eilanden die samen de Seychellen vormen, een uitgestrekte archipel in de Indische Oceaan tussen Afrika en Azië. Met stip een bijzondere bestemming; net als buureiland Cousin is Cousine een beschermd natuurreservaat vol bedreigde dieren en planten. Zoals de Seychellenlijster – ooit zo goed als uitgestorven, wereldwijd waren er nog maar zestien, nu is het glimmend zwarte vogeltje dankzij een ingenieus fokprogramma weer springlevend.

“Op Cousine floreert de natuur en is de mens slechts een stille toeschouwer,” vertelt de glossy hotelbrochure. Behalve natuurreservaat is het privé-eiland ook een luxueus spa-resort – met vier kamers waarschijnlijk ’s werelds kleinste. Elk koppel, op huwelijksreis of gewoon op vakantie, krijgt hier z’n eigen villa in Frans-koloniale stijl met 175 vierkante meter vloeroppervlak plus een veranda aan een lap van een achtertuin, grenzend aan een prachtig verlaten bountystrandje. Cousine is natuurbehoud op z’n Seychels; ruim baan voor bedreigde beestjes, maar voor mensen graag lekker luxueus.

Met een ijskoude Seybrew uit de minibar plof ik neer op de teakhouten chaise longue op mijn veranda. Op z’n dooie gemak struint Mr. Les door mijn achtertuin. Een Aldabra-reuzenschildpad is het; met een respectabele leeftijd van 180 miljoen jaar ’s werelds oudste reptiel. Deze kolos is veertig jaar oud, heeft een schild van anderhalve meter doorsnee en weegt 250 kilo. Dol op aandacht is hij ook; ik krabbel ’m achter z’n oren en hij geniet met volle teugen. Mr. Les is prompt mijn favoriete huisdier.

Sexy kokospalm

Plekken als de Seychellen zie je normaliter alleen op tv, maar ineens sta ik er met mijn snufferd bovenop – National Geographic of Discovery Channel voor het echie. Per helikopter, hier een gangbare vorm van openbaar vervoer, maak ik een uitstap naar Praslin. Daar, in de Vallée de Mai in het bergachtige binnenland, groeit een boom zo bedreigd en bijzonder dat ie op de Unesco-Werelderfgoedlijst staat.

Coco de mer heet die prehistorische palm prachtig, die alleen hier voorkomt en volgens het Guinness Recordboek het grootste zaad ter wereld produceert. De kokosnoot doet er zeven jaar over om te rijpen, weegt dertig kilo, is tweelobbig en gevormd als een damesbips. Ook van voren is de gelijkenis opvallend, compleet met een driehoekje kroezende kokosvezeltjes. De noten groeien alleen aan de vrouwelijke palmbomen, maar ook het mannetje mag er wezen; hij heeft een meterlange fallus vol kleine gele bloempjes. Behalve de zeldzaamste is dit ook de meest sexy plant ter wereld.

De curieuze kokosnoot van de coco de mer is op de Seychellen het zeldzaamste en tegelijk populairste souvenir. Dat wordt dus bijbetalen voor overgewicht, maar da’s peanuts vergeleken bij de aanschafprijs – voor een legaal exemplaar met alle benodigde papieren betaal je minimaal 500 euro. Goedkoper zijn ze op de zwarte markt, maar op illegale uitvoer staat de doodstraf.

Onbereikbaar koraalatol

De Britse generaal Charles Gordon, die hier in 1881 terechtkwam en de eerste vlag van de Seychellen ontwierp, was ervan overtuigd dat de coco de mer de bijbelse boom van goed en kwaad was, de kontvormige kokosnoot de verboden vrucht, en het palmbomenbos op Praslin dus de oorspronkelijke Hof van Eden. En dat terwijl de Vallée de Mai niet eens het exclusiefste natuurparadijs is. Daarvoor moet je naar het ándere Unesco-Werelderfgoed van de Seychellen: Aldabra. Eén probleempje maar: het is schier onbereikbaar.

Aldabra is het grootste koraalatol ter wereld en bestaat uit vier grotere eilanden, die samen een ovaal vormen rond een groene lagune, vol piepkleine eilandjes met poëtische namen als Champignon des Os en Îlot Salade. Het atol is onbewoond op een legertje wetenschappers na, die hier onderzoek doen naar ’s werelds grootste kolonie reuzenschildpadden, bij de laatste volkstelling zo’n 150 duizend. Reusachtige kokoskrabben zijn er ook, net als grote scholen tuimeldolfijnen en de Aldabra-witkeelral, de laatste vogelsoort in de Indische Oceaan die niet vliegen kan. Mangrovebomen en zeldzame orchideeën groeien en bloeien hier. Maar dat is allemaal boekjeswijsheid, want hier vlieg of vaar je niet zomaar heen.

Toegang krijg je alleen als je minimaal een kwartaal als vrijwilliger de natuurwetenschappers bijstaat in hun onderzoeken – en daarvoor moet je eerst nog veel langer op de wachtlijst. Een landingsbaan is er niet, helikopters zijn verboden en dus dien je zelf een schip te charteren dat je naar het duizend kilometer verderop gelegen atol wil varen. Reken voor een bezoekje op tienduizend euro, en vergeet niet om je tent en veldbedje mee te nemen.

Beroemdste bountystrand

Dan liever naar La Digue, een buureiland van Praslin dat ook zo z’n bedreigde bewoners heeft. Zoals de seychellenparadijsmonarch; van dat decoratieve vogeltje zijn er nog maar tweehonderd, louter op La Digue. Je hoeft heus geen vogelaar te zijn om hier met gespitste oren en ogen op steeltjes door het regenwoud te willen wandelen. Leuk, zo’n zeldzaam beestje, maar La Digue is beroemder om een ander natuurfenomeen.

Op dit eiland ligt ’s werelds beroemdste bountystrand, Anse Source d’Argent, het archetypische bountystrand met poederzacht en suikerwit zand, scheefhangende kokospalmen, decoratief geërodeerde grote granieten zwerfkeien en transparant zeewater in zachtblauw. Al zo vaak gezien op de covers van exotische reisfolders, en nu sta ik er ineens, broekspijpen opgerold met mijn voeten in het handwarme water, en schiet ik zelf die droomfoto, op misschien wel de mooiste plek ter wereld.

La Digue is het sloomste zusje van de Seychellen. Laten de bewoners van hoofdeiland Mahé zich nog opjagen door de vaart der volkeren, op La Digue lijkt de buitenwereld niet te bestaan en kabbelt het leven lodderig voort. Auto’s zijn er niet en ook geen helikopters; arriveren doe je zoetjes aan per dobberende schoener en de taxi naar je hotel is een ossenkar. Rondtouren over het eiland gaat per huurfiets, een kolderiek exemplaar met hoog stuur en laag zadel. Je voelt je een acrobaat in de tropen, én je bent subiet helemaal onthaast.

Sloomste zusje

La Digue lijkt eerder in het slaperigste hoekje van de Cariben te liggen dan in het duurste landje van de Indische Oceaan. De eilanders luisteren naar reggaemuziek terwijl ze luieren op hun dagbedjes langs de kant van de weg, en zijn een stuk een vriendelijker, of anders gezegd, lang niet zo stuurs en stug als hun landgenoten. Lui zijn ze, dat zeker, maar wat wil je bij een temperatuur van dik in de dertig en een luchtvochtigheid van 95 procent.

Het lome levensritme van La Digue went snel, al was het maar omdat er niet veel te beleven valt. Hooguit een uitstapje naar de naburige mini-eilandjes Île aux Cocos of Les Soeurs, een bezoekje aan de voormalige kokosplantage, snorkelen tussen de schildpadden, duivelsroggen en diklipvissen, of een wandeling bij zonsondergang over een bountystrand – behalve het eerder genoemde Anse Source d’Argent is er nog een dozijn stranden, met mooie namen als Anse Banane en Anse Cocos, die minstens zo mooi zijn. Lekker luieren aan het hotelzwembad kan ook; met een koffer vol boeken hou je het hier moeiteloos twee weken uit.

Filthy rich hoef je daarvoor niet eens te zijn, want La Digue is het enige betaalbare eiland van de Seychellen. Op de andere eilanden ben je zomaar het tienvoudige kwijt, maar hier heb je al een hotelkamer voor vijftig euro. Een ellenlange lunch in het openluchtrestaurant aan ’s werelds beroemdste strand kost een tientje, inclusief zoveel kakelvers creools voedsel als je op kan en een gekoelde kokosnoot met een rietje.

Jacuzzi met zeezicht

De laagdrempeligheid van La Digue kun je op buureiland Frégate wel vergeten. Hier kent luxe geen grenzen. Elke villa komt met aparte slaapkamer en living, een badkamer waarin je verdwalen kan, en een teakhouten terras met aanlokkelijke zonnebakbedjes. Je personal assistant staat dag en nacht paraat om een vers geperst papayasapje aan te reiken als je onder een palmboom dobbert in je jacuzzi met zeezicht.

Kost wat, zo’n 2500 euro per nacht, maar dan heb je ook wat. Je eigen elektrische golfkarretje bijvoorbeeld, want het eiland is met twee vierkante kilometer te klein om te verdwalen, maar groot genoeg om rond te crossen. Ik boemel langs bountystrandjes, zeven stuks om uit te kiezen, zoals Anse Macquereau in een beeldschone baai die ik helemaal voor mezelf heb door een bordje om te draaien: ‘strand bezet’. Dan over de rivier dwars door een fascinerend miniregenwoud en waar het pad ophoudt te voet verder naar de top van de Mont Signale voor een meeslepend uitzicht op het granieten eiland, de helderblauwe Indische Oceaan, de op het koraalrif brekende golven, een school speels spartelende tuimeldolfijnen en La Digue ver weg aan de horizon.

Trek gerust een dag voor uit voor je eilandtoer, want je golfkarretje staat zomaar een kwartier in de file, bijvoorbeeld als de zoveelste landschildpad tergend traag de weg oversteekt. Ook op dit hyperhedonistische privé-eiland, waar de champagne koud staat zodra je uit de helikopter stapt en waar al je zorgen zachtjes worden weggemasseerd in de oogstrelende designspa, zelfs in dit lustoord gaat één ding boven alles: de natuur. 

Seychellen Praktisch
Reis & prijs
All Over Tours maakt exclusieve reizen op maat naar louter de chicste luilekkerlandjes rond de Evenaar. Twee weken eilandhoppen, inclusief retourvlucht, transfers per helikopter, vliegtuigje of veerboot en verblijf, boek je vanaf ruim € 2000 p.p. Info: tel. 071 331 9034, www.allovertours.nl.
Beste periode
Lekker weertje, warm en vochtig, het hele jaar door 26 tot 28 graden en zes tot tien uur zonneschijn per dag.
Documenten
Geen visum nodig, wel een geldig paspoort.
Gezondheid
Aanbevolen worden prikken tegen hepatitis A en DTP. Actuele informatie: tel. 0900-9584 (45 cpm) of www.lcr.nl.
Geld
De lokale munt is de Seychelse roepie, maar overal kun je terecht met euro’s. Pinautomaten geven roepies en zijn er op Mahé, Praslin en La Digue.
Informatie
Voor vertrek: Seychels Verkeersbureau in Parijs, tel. +33 1 4453 9320,www.seychelles.travel. Ter plekke: VVV’s in Victoria op Mahé, op het vliegveld van Praslin en op La Digue aan de haven.
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist