Leestijd: 11 minuten

Op zoek naar de dodo

Mauritius is een exclusief vakantieparadijs, maar minder bekend is de VOC-geschiedenis. Reisjournalist Sander Groen speurt het eiland af naar Hollandse restanten én de mooiste plekken om in een hangmat te luieren aan het bountystrand.

“Oh, kom je uit Nederland? Jullie hebben alle dodo’s opgegeten!” Het is de meest gehoorde grap op de markt in hoofdstadje Port Louis. Beneden wordt allerlei eetbaars verkocht, van verse vis en varkenskoppen tot knollen en aardperen, terwijl boven een overdaad aan toeristische meuk aan de man wordt gebracht: zonnehoedjes van palmblad, tamboerijnen, zijden sarongs en bont bedrukte T-shirts, maar vooral dodo’s, dodo’s en nog eens dodo’s – in alle soorten en maten, van pluchen knuffels en gekleide exemplaren tot bronzen afgietsels en houtgesneden sleutelhangers.

Als je de Mauritianen moet geloven, waren de Hollanders verantwoordelijk voor het uitsterven van de dodo. Toen de VOC ruim vier eeuwen geleden het eiland in de Indische Oceaan bezette, woonde er niemand, want er was nauwelijks voedsel voorhanden. Dodo’s waren er echter bij de vleet, ze waren vleugellam en dus makkelijk te vangen, en dus lag het voor de hand dat we daar onze tanden in zouden zetten. De hongerige kolonist die het probeerde, ontdekte dat het beest niet te vreten was – vandaar die veelzeggende Nederlandse soortnaam: walgvogel.

De Nederlanders die zich op Mauritius vestigden, aten vooral vis, reuzenschildpadden en zeekoeien, plus zelf meegebrachte kippen, varkens en geiten. Behalve die dieren brachten de Nederlanders onbedoeld in het ruim van de VOC-schepen ook ratten mee en die vonden de dodo géén walgelijke vogel – of de eieren en kuikens, om precies te zijn. Indirect hebben we er dan wel voor gezorgd dat de cartoonesk ogende vogel uitstierf, maar dan had hij maar weg moeten vliegen, vindt de marktkoopman in Port Louis. “De dodo was gewoon een domme vogel.”

De Baai Zonder Eind

Sinds admiraal Wybrand van Warwijck hier aan wal stapte en het eiland vernoemde naar prins Maurits van Oranje, is er veel veranderd. De plek die toen op de kaart stond als De Bogt Sonder Eyndt heet nu Grand Baie en is de toeristische hoofdstad van het vakantie-eiland. De eindeloze baai is volgebouwd met een eindeloze rij strandhotels, winkelcentra, bars, restaurants en discotheken. In het fel azuurblauwe water dobberen honderden bootjes voor visexcursies, dolfijnentours en snorkeltrips. En heb je geen zin in exotisch eten, dan stap je binnen bij McDonald’s, KFC of PizzaHut. De toeristenhel.

Het noorden is de meest ontwikkelde kant van het eiland en Grand Baie heeft inmiddels ook de naburige bountystranden van Trou aux Biches, Mont Choisy en Pereybère opgeslokt – ooit stuk voor stuk slaperige vissersdorpjes, nu tezamen een soort Benidorm in de tropen. Chauffeur Bernou ziet er geen kwaad in: “De Hollanders brachten ons suikerriet, maar die industrie heeft zijn beste tijd gehad; van de drieëntwintig plantages zijn er nog maar vier over. Nu brengt het toerisme ons werkgelegenheid en welvaart. Anders zouden we arm en miserabel zijn, zoals aan de overkant in Afrika.”

Drukke boel langs de kust boven Port Louis, maar de ontsnapping is nabij. Een stuk stiller wordt het voorbij het noordelijkste puntje van Mauritius, Cap Malhureux, de ‘onfortuinlijke kaap’ waar talloze schepen op de klippen liepen én de plek waar, lang nadat de Nederlanders vertrokken waren, de Britten in een bombastische zeeslag de Fransen versloegen. Grand Gaube is nog een tamelijk authentiek vissersdorp, met maar een paar hotels aan een suikerwit strand in een halfronde baai met handwarm zeewater. Op het strand ligt een handvol toeristen, onder de casuarinabomen zit een clubje buren te picknicken. Ze bestaan dus nog, van die badplaatsjes waar je op slag verliefd op wordt en nooit meer weg wilt.

De rots des doods

Mauritius is zo klein als de provincie Utrecht, maar een stuk bergachtiger. Uren duurt het om van A naar B te komen, over door bougainvillea en flamboyant overgroeide kronkelende kustwegen. Door diezelfde bergen verschillen de weersomstandigheden per windrichting: als aan de noordkust de zon schijnt, kan het een paar kilometer landinwaarts zomaar stortregenen, aan de westkust miezeren en aan de oostkust weer droog en heet zijn. Zo ook vandaag: in Bel Ombre in het zuiden kletteren dikke regendruppels op het koloniale pannendak van mijn erfgoedhotel. Twintig minuutjes rijden naar een op de Werelderfgoedlijst genoteerde monoliet die vijfhonderd meter hoog uit zee oprijst, en de zonnebril kan weer op.

Le Morne Brabant is het markantste herkenningspunt van Mauritius, met een beladen geschiedenis. De grotten in de bergwand fungeerden ooit als schuilplaats voor gevluchte slaven. Toen de slavernij werd afgeschaft, beklommen Britse Bobby’s de rots om de slaven te bevrijden. Zij dachten juist dat ze gevangen genomen zouden worden en sprongen massaal van de rots, de diepte en de dood in. Nu is het er een stuk vrediger: op de berghelling groeien twee bijzondere plantjes, de mandrinette en de boucle d’oreille, die alleen hier en nergens anders ter wereld bloeien, en aan de voet van de berg wordt geluierd op de loungebedjes van super-de-luxe strandresorts.

Vraag een willekeurige Mauritiaan naar zijn favoriete strand en je krijgt steevast hetzelfde antwoord: Tamarin. Nog zo’n perfecte halfronde baai met azuurblauw zeewater, een wit strand met overhellende kokospalmen en ruisende casuarinabomen. In plaats van een lange rij vijfsterrenresorts, zoals op Le Morne en veel andere Mauritiaanse stranden, staat hier maar één hotel, dat er uitziet alsof het zo uit de jaren 70 is geteleporteerd. Trek je slippers uit, waad door een riviertje en je komt bij een kleiner zusterstrandje, Tamarina, met ook maar één hotel, maar nu splinternieuw en exclusief. Meer dan Hotel Tamarin en Tamarina Hotel heb je niet nodig voor een tropische droomvakantie.

Zandplaat met Klapperboomen

Hoewel, het kan altijd nog tropischer. Een boottochtje verwijderd van de oostkust ligt het favoriete uitje van de Mauritianen: een mini-eilandje met misschien wel ’s werelds mooist gelegen golfbaan en daaromheen een van de dromerigste zandstrandjes van het zuidelijk halfrond. Op Île aux Cerfs, waar ondanks de naam geen hertjes leven, valt niets anders te doen dan nietsdoen, en toch heb je daar hier een dagtaak aan: pootjebaden in de pastelblauwe beschutte lagune, smullen van een vers visje aan een tafeltje op het strand met je tenen in het warme zand of luieren in een hangmat met een ijskoud biertje erbij.

Als ‘Zandplaat met Twee Klapper-boomen’ stond op een Nederlandse landkaart uit 1724 het volgende mini-eilandje ingetekend. Dat klopt allang niet meer: “Er staan hier nu 85 kokospalmen,” verzekert eilandbewaarder Mario me. “Ik heb ze gisteren nog geteld. Een rondje eiland over het strand duurt 12 minuten.” Île des Deux Cocos, zoals het nu heet, was een eeuw geleden eigendom van de Britse gouverneur Sir Henry Hesketh Bell, die er voor zijn aristocratische gasten flamboyante feestjes gaf. Voor een paar tientjes boek je een dagtrip met lunch en drank inbegrepen, maar het eiland is ook in zijn geheel af te huren, inclusief tien man personeel, feestmaaltijden, een ruime voorraad Mauritiaanse rum en een villa met plek voor vier. Dat kost een slordige 3500 euro per nacht, maar dat is een prikkie voor je eigen tropische privé-eiland.

Beide eilandjes zijn bereikbaar vanuit Blue Bay, het Grand Baie van het zuidoosten, maar dan leuker: geen fastfoodketens, striptenten of bananenboten, wel een prima toeristische infrastructuur, ontspannen cafés, charmante hotelletjes en smakelijke Creoolse eettentjes. Met ’s lands enige zeereservaat door de deur, vol zeldzame koraalsoorten, dolfijnen en kleurige vissen, is dit de beste plek om te duiken of snorkelen.

Terug naar de natuur

“Dit is Mauritius zoals het vierhonderd jaar geleden was,” zegt de 21-jarige Jessica met goed gevoel voor drama, nadat ik vanuit een wankel speedbootje overstap op een kogelrond koraaleilandje voor de oostkust. Op Île aux Aigrettes wordt niet geluierd, maar proberen wetenschappers, rangers en vrijwilligers van het Mauritiaanse Natuurfonds het oorspronkelijke ecosysteem te herstellen. “De uitheemse diersoorten en ziektes die de Hollanders meenamen, richtten veel schade aan. De dodo krijgen we nooit meer terug, maar de reuzeschildpad hebben we opnieuw uitgezet,” vertelt Jessica, terwijl ze een van de drieëntwintig reusachtige prehistorische reptielen in de nek krabbelt.

Tijdens een gegidste rondleiding over het eilandje blijkt al snel hoe bijzonder dat oorspronkelijke ecosysteem is. Door de afgelegen ligging van Mauritius, honderden kilometers van Madagascar en duizenden van het Afrikaanse vasteland, komen hier veel endemische soorten voor; planten en dieren die alleen hier leven en nergens anders ter wereld. Binnen een paar stappen zien we drie met uitsterven bedreigde vogelsoorten: de zingende felrode Mauritiuswever, de koerende lichtroze Mauritiusduif en de tjilpende olijfgroene Mauritiusbrilvogel, die alledrie op de Rode Lijst van de Internationale Unie voor Natuurbescherming staan.

Door uitgekiende fokprogramma’s gaat het met sommige soorten inmiddels weer zo goed dat ze ook elders uitgezet kunnen worden. Zoals die roze Mauritiusduif, waarvan er twintig jaar geleden nog maar tien over waren, maar die nu weer met enkele honderden in het wild rondfladderen. Ook de vanuit de Seychellen ingevlogen reuzeschildpadden hebben het goed naar hun zin op Île aux Aigrettes en vermenigvuldigen zich zo vrolijk dat ze nu ook op het nabije Île Ronde geherintroduceerd zijn. Financieel mede mogelijk gemaakt door de bezoekers van het natuureilandje – een sterk staaltje ecotoerisme.

Fort Frederik Hendrik

Een eeuw of vier terug in de tijd kan vlakbij ook in Vieux Grand Port, de plek waar de Nederlanders zich in 1638 vestigden in wat toen nog Warwijcks Haven heette. Fort Frederik Hendrik verrees, een fier verdedigingswerk met veertien kanonnen, vee en slaven werden ingevoerd en suikerriet aangeplant. Mauritius was aanvankelijk een handige rust- en overslagplaats voor de VOC-schepen die van de Kaap naar Batavia voeren en vice versa, en werd in vier decennia legden er zo’n vijftig schepen aan, waaronder de vloot van Abel Tasman, die hiervandaan Tasmanië en Nieuw-Zeeland zou ontdekken.

Het zat de kolonisten niet mee. Meermaals werden het fort en de nederzettingen verwoest door stormen en orkanen, waarna de Nederlanders hun boeltje bij elkaar pakten en voorgoed van het eiland vertrokken. Van de zeven decennia Nederlandse koloniale heerschappij is nog maar weinig terug te vinden. Even buiten Vieux Grand Port staat een monument op de precieze plek waar de Nederlanders aan land stapten, maar dat wordt zelden bezocht en brokkelt af. Op weg erheen zijn de fundamenten van Fort Frederik Hendrik te bezichtigen en de Nederlandse geschiedenis van Mauritius wordt verteld in een klein museum, ingericht door het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Behalve gravures van fiere VOC-schepen, het Hollandse fort in betere tijden en vitrines vol opgegraven kanonskogels, dobbelstenen en wijnkelken vind ik hier ook het wetenschappelijk bewijs dat het broodje-aap-verhaal over het uitsterven van de walgvogel onweerlegbaar ontkracht: “Op de plek van het Nederlandse Fort Frederik Hendrik is nooit ook maar één dodobot gevonden.” Gelukkig maar, want stel je voor dat we die vreemde vogel wél hadden gegeten en dat dat als modieus exotisch voedsel zou zijn overgewaaid naar het thuisland – dan zaten we hier nu met zijn allen op dinsdagavond niet aan de plofkip, maar aan de plofdodo. 

Mauritius Praktisch
Hoe kom je er?
Van Amsterdam via Parijs naar Mauritius met KLM en Air Mauritius va. € 1.063 retour all-in, klm.nl, airmauritius.com
Beste reistijd
Mauritius kan het hele jaar door. In de lente en zomer (onze herfst en winter) is het warm en vochtig, met vooral in de zomer af en toe kans op een stevige stortbui. Het regenseizoen loopt van december tot april met in december en januari kans op tropische cyclonen. De maanden mei/juni en september/oktober zijn het prettigst, met weinig regen en zo’n 25 graden.
Papieren en prikken
Visum: bij aankomst. Aanbevolen vaccinaties: DTP, hepatitis A
Accommodatie
Budget: Blue Beryl is een guesthouse pal aan het strand tussen Blue Bay en Pointe d’Esny (zuidoostkust), met uitzicht op de lagune en Île des Deux Cocos. Vier studio’s met keuken en balkon en twee kamers. 2pk va. € 50 incl. ontbijt, blueberyl.com
Middenklasse: Hotel Tamarin is het enige hotel aan het gelijknamige strand (westkust), met 58 kleurige kamers in jaren-70-stijl, restaurant, bar, kleine spa en zwembad. 2pk va. € 113 o.b.v. halfpension, hoteltamarin.com
Deluxe: Heritage Le Telfair is een chic vijfsterrenhotel in koloniale stijl in Bel Ombre (zuidkust) op de voormalige suikerplantage van de Ierse botanicus Charles Telfair, met restaurants, zwembaden, spa en golfbaan. 2pk va. € 300 incl. ontbijt, heritageresorts.mu
Meer informatie
Mauritius heeft geen verkeersbureau in Nederland, wel in München, Parijs en Londen; zie tourism-mauritius.mu
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: © Sander Groen • Reisjournalist