Leestijd: 7 minuten

Boetseren met baksteen

Het was dé stadsbeeldbepalende bouwstijl van de vorige eeuw: de Amsterdamse School. Een excursie langs de pronkstukken in de hoofdstad is geen saaie gebouwentocht, maar gaat in stijl met lekker eten, drinken, dansen en dan dromen in een luxueus erfgoedhotel.

Met het hoofd in de nek en open mond van bewondering schuifel ik door het Scheepvaarthuis. Het buitenproportionele bakstenen gebouw werd ontworpen als hoofdkantoor voor zes almachtige Amsterdamse rederijen en is nu, een eeuw later, verbouwd tot paleishotel. Zeereizen naar Batavia worden niet meer verkocht, maar de loketten zitten er nog, keurig opgeknapt onder een gebrandschilderde afbeelding van Neptunus, god van de golven.

Restaurant Seven Seas kreeg van culinair recensent Johannes van Dam een 9-, in de bar vloeit de champagne, in de kelder is een spa en de voormalige geldkluis is nu een wijnkluis met aanpalend proeflokaal. Op het dak wapperen weer de vlaggen van de rederijen die hier ooit zetelden: de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij, de Stoomvaart-Maatschappij Nederland en Koninklijke West-Indische Maildienst.

In bed met Jan Pieterszoon Coen

De directiekamers in de ‘boeg’ van het gebouw, de markante toren boven de entree, zijn nu luxueuze suites. Oorspronkelijke elementen bleven zoveel mogelijk bewaard, van het antieke meubilair, de mahoniehouten lambrizering, smeedijzeren lampen en het art-nouveautapijt tot een geschilderd portret van Jan Pieterszoon Coen met de gevleugelde spreuk: Daer can in Indien wat groots verricht worden.

Kost wat, die ‘Coenenkamer’, zo’n tweeënhalfduizend euro per nacht, maar dan heb je ook wat. Wie dat niet kan betalen, zoals ik, kan het Scheepvaarthuis toch van binnen bekijken. Elke zondag is er een twee uur durende rondleiding door een architectuurhistorica, maar wel geheel in vijfsterrenstijl – en zo zit ik aansluitend in de lounge, temidden van rijkelijk gedecoreerde lambrizeringen, op een chic art-nouveaubankje aan de high tea met prosecco, sandwiches, canapés, scones en natuurlijk thee.

VOC-mentaliteit

De KNSM en vijf andere rederijen die hier kantoor hielden zijn allang verdwenen, maar kort voor de Eerste Wereldoorlog groeiden de bomen nog tot de hemel. Kosten noch moeite werden gespaard om directie en personeel een vorstelijk onderkomen te bezorgen, dat symbool kon staan voor de befaamde Nederlandse scheepvaarttraditie en de pracht en praal van de grachtenpanden uit de Gouden Eeuw zou doen verbleken.

Drie onervaren architecten ontwierpen de buitenkant maar ook het interieur, van beraadzaal tot kaartjesloket. Vanuit de koloniën werden de kostbaarste materialen verscheept voor een heus scheepvaartpaleis. Decadente directiekantoren vol hardhouten meubelen en lampen van gebatikt zijde, een marmeren trappenhuis met een honderd vierkante meter groot dak van glas-in-lood met gebrandschilderde wereldkaart, en een gevel van handgemaake bakstenen in tweehonderd verschillende vormen met ingemetselde beelden van inboorlingen en ontdekkingsreizigers: de VOC-mentaliteit ten top.

Boetseren met baksteen

In Barcelona, Brussel en Wenen zijn Gaudí, Horta en de Secession heuse toeristentrekkers. Dat ook mijn Amsterdam zo’n kenmerkende en geheel eigen bouwstijl had, was mij altijd ontgaan. Totdat ik zelf in zo’n wijk kwam te wonen – de Rivierenbuurt, midden tussen de stoomschepen in baksteen met afgeronde hoeken, verticale pannendaken, malle schoorsteentjes en watervalbalkonnetjes. Ineens zag ik overal in de stad die sierlijke bouwstijl: de Amsterdamse School.

Het Scheepvaarthuis was het eerste echte Amsterdamse-Schoolgebouw. Van hoofdarchitect Jan van der Mey werd niet veel meer vernomen, maar Piet Kramer en Michel de Klerk werden dé voormannen van de Amsterdamse School. Kramer bouwde een blok arbeiderswoningen voor woningbouwvereniging De Dageraad in de Nieuwe Pijp: een golvend zandkasteel in drie kleuren baksteen met assymetrische ramen, sierlijke torentjes en een opvallende hoekpartij met ronde balkonnetjes en daarboven een schoorsteen als van een stoomschip. Kramer boetseerde met baksteen.

Arbeiderspaleis

Dat deed De Klerk ook met zijn meesterwerk in de Spaarndammerbuurt: Het Schip, een nog organischer gevormd woningbouwcomplex met in de punt een postkantoor. De Amsterdamse-Schoolarchitecten, met De Klerk voorop, waren rassocialisten en vonden dat de Amsterdamse arbeiders fatsoenlijke woonruimte verdienden; het mocht allemaal wel wat vrolijker en frivoler, maar vooral ruimer.

De Klerk bouwde een heus ‘arbeiderspaleis’ met driekamerwoningen met een keuken, balkonnetje of tuintje en wel twee slaapkamers – bijzonder voor begin jaren 20. Duur werd het wel, door alle gemetselde pelikanen en vliegende paarden aan de gevel, een mooie maar nutteloze ronde toren op de punt, een sigaarvormige uitstulping op een hoek en aan de zijkant een soort kerktoren. Pure geldverspilling, vonden critici, maar de trotse woningbouwvereniging Eigen Haard wist dat haar huurders er beter van gezonder van werden.

Onder het torentje

De Klerk ontwierp ook de interieurs van de woningen, maar door de decennia heen sneuvelden die. Het enige Amsterdamse-Schoolinterieur dat compleet bewaard bleef, is dat van het postkantoortje, met postduifgrijze loketten, blauwe vloertegels, in de ene hoek een halfronde telefooncel en in de andere een dito spreekcel – de een werd bediend door de postbeambte, in de ander nam de beller plaats. Het voormalige postkantoor was door de PTT uitgewoond, maar werd in oude luister hersteld en biedt nu onderdak aan het Amsterdamse-Schoolmuseum Het Schip.

Om de hoek kijk ik binnen in een modelwoning – heringericht met Amsterdamse-Schoolmeubilair en precies zoals De Klerk het had bedacht, pal onder zijn romantische torentje. In de achtertuin van het museumcafé is een tentoonstelling van straatmeubilair in Amsterdamse-Schoolstijl, van brievenbussen en brandmelders tot elektriciteitskasten en urinoirs – de welbekende Krul.

Berlage als kruiwagen

De Amsterdamse School was een tegenreactie op het rationalisme van Hendrik Berlage. Toch was het juist Berlage die de Amsterdamse School stevig in het zadel hielp. In het interbellum groeide Amsterdam als kool en daarom werden er twee ambitieuze stadsuitbreidingen gepland: Plan Zuid en Plan West, samen goed voor zo’n tienduizend nieuwe woningen. Berlage was de hoofdarchitect, bedacht de stratenplannen en ontwierp zelf de bebouwing op het Victorieplein in Zuid en het Mercatorplein in West, maar liet de verdere invulling over aan Amsterdamse-Schoolarchitecten als Kramer en De Klerk.

‘Slagroomarchitectuur’ werd het soms smalend genoemd; de Amsterdamse School kenmerkt zich door veel toeters en bellen in baksteen. Voor de constructie werd gewapend beton en staal gebruikt, maar de buitenkant is van baksteen in oranje, geel, bruin en vooral rood. Verder veel versieringen in hout, smeedijzer, glas-in-lood of steen, plus paraboolvormige vensters, halfronde balkons, ovale torens, rollen van baksteen, verticale pannendaken, golvende daklijsten en organische vormen. Vaak zijn de hoekpartijen nog uitbundiger gevormd dan de woonblokken.

Loungen in het stadion

Het pronkstuk van Plan West is de voormalige Ambachtsschool Het Sieraad, die als een stoomschip in het water van de Kostverlorenvaart steekt. Een paar jaar geleden werden hier nog edelsmeden en horlogemakers opgeleid, daarna werd het gebouw gerestaureerd en nu huizen er creatieve bedrijfjes en de Frank Sanders Akademie. Maar dé hotspot hier, in twee voormalige klaslokalen aan de zijkant, is Edel, met een prachtig teras aan het water. Hier wordt geluncht en gedineerd van de mediterrane kaart of geborreld en in het weekend gaan de stoelen en tafels aan de kant en wordt er gedanst.

Eten, drinken en dansen kan ook in café-restaurant Vakzuid in het Olympisch Stadion, het pronkstuk van Plan Zuid. Gebouwd met twee miljoen bakstenen voor de Spelen van 1928 en inmiddels teruggebracht in de oorspronkelijke staat, inclusief de markante roodbakstenen Marathontoren met vijf gekleurde ringen, waarop voor het eerst in de geschiedenis van de Spelen het Olympisch vuur brandde. Gesport wordt er nog steeds, maar ik plof liever neer op een van de zwarte loungebanken op het hippe terras en bestel een ijskoude Cosmopolitan. Zo wordt een weekendje Amsterdamse School pas echt leuk. 

Amsterdamse School Top 10
10. De tuindorpen Oostzaan en Nieuwendam in Amsterdam-Noord
9. De beelden van Hildo Krop
8. De bruggen van Piet Kramer
7. Plan West, omgeving Mercatorplein
6. Plan Zuid, omgeving Victorieplein
5. De Dageraad, niet toegankelijk
4. Olympisch Stadion met café-restaurant Vakzuid
3. Het Sieraad met café-restaurant Edel
2. Het Scheepvaarthuis met Grand Hotel Amrath
1. Het Schip met Museum Het Schip
Amsterdamse School Actief
> Museum Het Schip, het bijbehorende café en de modelwoning zijn dinsdag t/m zondag geopend van 11 tot 17 uur. Dagelijks elk uur een korte rondleiding (€ 7,50) langs de gebouwen van Michel de Klerk. Eens per maand een busexcursie (€ 40) door heel Amsterdam – volgende data: 29 november, 27 december. De fietsgids Op de golven van de stad – Een ronde langs de Amsterdamse School is te koop in de museumwinkel.
> Wekelijks op zondag een rondleiding in het Scheepvaarthuis; € 48 inclusief broodjeslunch of high tea. Logeren in Grand Hotel Amrath kan vanaf ca. € 200, een driegangendiner in restaurant Seven Seas kost € 36.
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages gratis in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: Het kopiëren van dit artikel is niet toegestaan, sorry!