Leestijd: 10 minuten

Sierlijk Santander

Barcelona, Valencia en Sevilla worden platgelopen, maar in het hoge noorden van Spanje ligt Santander – door Nederlanders vergeten en genegeerd, maar wat een wolk van een badstad.

Op het eerste gezicht lijkt Santander, de hoofdstad van Cantabrië, een tweelingzus van San Sebastian, even verderop in Baskenland. Beide steden zijn uitgerust met eindeloze goudgele zandstranden rond een azuurblauwe baai, maakten furore als favoriete badplaatsen van Spaanse koningen en koninginnen, en zijn ook nu nog in trek bij vakantievierende Spanjaarden. En ze hebben nog iets gemeen: Nederlanders komen er nauwelijks.

Santander wordt straal genegeerd door Nederlanders en misschien komt dat doordat het net zo’n zonzekere bestemming is als, pakweg, Scheveningen. Het ‘Groene Spanje’ is de bijnaam van de noordelijke kuststrook. In tegenstelling tot de rest van Spanje, dat overwegend droog en dor is, is het hier inderdaad fris appeltjesgroen. Dat komt niet vanzelf. De donderwolken die over de Atlantische Oceaan komen aandrijven, kunnen door de bergmassieven Cordillera Cantabrica en Picos de Europa geen kant op, en lozen noodgedwongen hun stortbuien boven Santander. Toegegeven: meestal is het zonnig – maar vaak ook niet.

Elk nadeel heeft z’n voordeel. Het gematigde klimaat van de noordkust – ’s zomers koel en ’s winters zacht – is ideaal voor Madrilenen. Als thuis de mussen dood van het dak vallen of de eendjes vastvriezen in de Retiro-vijver, trekken zij massaal naar Santander. Koningin Isabel II deed het al in de belle époque, en ook hedendaagse Madrilenen zijn dol op Santander – zij wel. Terecht, want zelfs bij lelijk weer hoeft niemand zich te vervelen in deze wolk van een badstad.

Grote kleine stad

Santander is voor een kleine stad knap groot: amper 200 duizend inwoners, maar van de vissershaven naar het uiterste puntje van het strand is het toch tien kilometer kuieren. Onderweg kom je langs de historische binnenstad met de Catedral del Cristo en chique winkelstraten vol terrassen, het parmantige Palacete del Embarcadero, vertrekpunt voor onbekommerde boottochtjes, het pittoreske haventje Puerto Chico vol plezierbootjes, plus een kluitje puike musea.

Daarna begint het strand. Eerst nog bescheiden met het minuscule Playa de los Peligros, waar het kan spoken en alleen bij eb veilig valt te zonnebakken, dan het Playa de Promontorio en het ruimere Playa de la Magdalena met fijn strandpaviljoen, en tot slot het curieus genaamde Playa de los Bikinis met uitzicht op een duo mini-eilanden; Isla de la Torre waarbovenop een zeilschool balanceert en Horadada met een natuurlijk poortje en misschien wel ’s werelds kleinste vuurtoren.

Beetje jammer dat het koninklijke sprookjespaleis op het schiereiland Magdalena niet te bezichtigen is – daarin huist nu de universiteit. Het keurig gemanicuurde park eromheen is wel open voor het publiek en maakt veel goed. Het is er prettig wandelen over kronkelende paden onder de paraplupijnbomen, die koning Alfonso XIII meenam uit de tuin van zijn Madrileense paleis. Precies op de mooiste plekken liggen picknickveldjes en staan bankjes om uit te blazen en te genieten van het meeslepende zeezicht.

Mañana, mañana

Verderop stuiten we volledig onverwacht op de obscure verrassing van het park. Niks geen torenhoge entreeprijzen, grote hekken, glazen muren, vervaarlijk prikkeldraad of Bokitoproof traliewerk: zeehonden, pinguïns en andere zwembeestjes wonen gewoon in de openlucht in een ‘mini-zoo’ die 24 uur per dag vrij toegankelijk is. Het is kenmerkend voor de relaxte sfeer in Santander; alles gaat hier met de Spaanse slag, niks aan de hand, alles lekker loom en met een hoogmañana-gehalte.

Om de hoek barst het strandgeweld pas echt los. Tientallen meters breed en vijf kilometer lang is het goudgele Sardinero-strand, helemaal van het schiereiland Magdalena tot aan de Cabo Menor met een groen bomenbos en nog zo’n openbare mini-zoo – de gedroomde beschutte baai. Geen gekke plek, vond koning Alfonso XIII, voor een lustoord voor z’n welgestelde vrienden. In een oogwenk werd een tweede centrum uit de grond gestampt, compleet met chique strandpaviljoens en restaurants, weelderige luxehotels en parken, een statig plein vol standbeelden en een extravagant neobarok Gran Casino.

In badplaatsen als San Remo aan de Italiaanse Rivièra of het Belgische Oostende ging het er destijds net zo zwierig aan toe. Daar heeft inmiddels het grote verval genadeloos toegeslagen, maar in Santander zijn de monumentale gebouwen piekfijn onderhouden en worden de strandpaviljoens niet louter door bejaarde dames met paarse kleurspoeling bevolkt. Santander is chic en, vooruit, een tikkeltje bedaagd, maar van vergane glorie geen sprake.

Smullen met zeezicht

Nergens wordt dat duidelijker dan in Hotel Real, hoog op een heuvel boven de Baai van Santander. Een spierwitte suikertaart van een vijfsterrenhotel, met van buiten gietijzeren balkons, torens en koepels en van binnen kristallen kroonluchters, glanzend marmer, rood fluweel, gepoetst mahoniehout en ellenlange Perzische tapijten. In de kamers antiek meubilair en moderne gemakken als minibar en 24-uurs roomservice, en als dat nog niet ontspannend genoeg is: op naar de spa voor een fijne massage. Kom zo je luxehotel nog maar ’es uit.

Wel doen dus, want in het centrum wacht een compleet leger aan terrassen onder de bogen, tapasbars met een assortiment aan culinaire kunstwerkjes op de toog en goede restaurants voor een bord vol verse vis. Eten is een serieuze zaak in noord-Spanje, en zo ook in Santander. De Guide to Good Food in Santander, gratis verkrijgbaar bij de lokale VVV, telt liefst 250 pagina’s vol eetadressen, van basic en betaalbare bodega tot opgeprikt en peperduur sterrenrestaurant. De Mercado del Este, de voormalige versmarkt, biedt nu onderdak aan de VVV, een handvol kleine winkeltjes en een groot tapasrestaurant, en eten met zeezicht kan aan de boulevard bij de Puerto Chico.

Voor de allerbeste vis, smakelijkste paëlla, smeuïgste schaaldieren en het authentiekste eetfestijn moet je weg uit de centro ciudad, op naar het ruwste stukje stad: de barrio pesquero. Die vissersbuurt ligt er de ganse dag verlaten bij, behalve als todo Santander zich naar La Gaviota, Las Peñucas of Vivero haast voor een ellenlange lunch met spartelverse vis, van zeebaars tot sardientjes. De wandeling erheen, langs verlaten pakhuizen en vieze fabrieken, is lang en hier en daar onguur; neem liever een goedkope taxi of pak bus 4 op de boulevard.

Vroeg uit de veren

Zonnebakken, lekker eten en vooral ontspannen met een goed boek onder een palmboom, daar draait het om in Santander. Al was het maar omdat het aantal bezienswaardigheden beperkt is. De kathedraal is niet Spanjes mooiste, de oude stad werd verwoest door een grote brand in 1941 en het pronkerigste paleis van de binnenstad is het hoofdkantoor van de Banco de Santander, dus daar kom je niet binnen.

Wél bezoekwaardig is de modernistische Mercado de la Esperanza, vooral ’s ochtends vroeg als de fotogenieke visverkopers er eerbiedwaardige omzetten maken. En er zijn een paar aardige musea, zoals het Museo de Bellas Artes met een heuse Goya, voor liefhebbers het Museo Marítimo vol antieke scheepsmodellen, tweekoppige sardines op sterk water, een walvisskelet plus een dik dozijn aquaria, en het Museo de la Prehistoria – een verplichte stop voor wie de grotten met prehistorische rotstekeningen in het achterland gaat bezoeken.

Bezoek je maar één museum, kies dan voor het Casa Museo de Menéndez Pelayo, vernoemd naar Santanders grootste zoon en een van Spanjes beroemdste schrijvers, met ’s mans leessalon, schrijfkamer en een wonderschone bibliotheek vol 42 duizend kostbare boeken. Het rijksmonument is gratis toegankelijk, want officieel is het een openbare bibliotheek. Wel graag vroeg uit de veren: alleen open op werkdagen van halftien tot halftwaalf.

Spaanse vlag

Kan wel wezen, dat bescheiden aantal toeristentrekkers, maar niemand hoeft zich hier te vervelen. Stap op het pontje dat eens per kwartier naar de overkant vaart. Niet doen bij lelijk weer, want dan valt er aldaar werkelijk geen barst te beleven, maar met het zonnetje op je bolletje wachten er in Pedreña nóg meer visrestaurants en in Somo nóg bredere en nóg langere zandstranden – en dan is het ineens helemaal niet erg meer dat de beide dorpjes verder spuuglelijk zijn.

En dan lonkt het achterland, want Cantabrië heeft een stortvloed aan natuurlijke en historische attracties. Middeleeuwse stadjes vol slingerstraatjes of slaperige vissersdorpen, klauteren door duizelingwekkend diepe kloven of comfortabel per kabelbaan naar de toppen van de Picos, en wandelen langs enorme stuwmeren in woeste natuurparken naar grotten vol prehistorische tekeningen: er zijn reisgidsen volgeschreven over Cantabrië en de regionale VVV heeft stapels folders, dus kiezen is het devies.

Terug in Santander zit er nog maar één ding op: luieren geblazen. En ineens vallen dan die fleurige Spaanse vlaggen op, die bij de buren zo zeldzaam zijn. Vergeleken bij de afvallige regio’s Baskenland en Galicië is Cantabrië een baken van vredige vaderlandslievendheid. Hier wappert doodgewoon de Spaanse vlag, spreekt men heel normaal Castiliaans en heet de bevolking je lekker ongecompliceerd bienvenido en Santander. Kijk, dát versta je tenminste. 

Santander Praktisch
Hoe kom je er?
Met Iberia (www.iberia.nl) rechtstreeks van Amsterdam naar Santander, vanaf € 223 retour all-in. Klimaatneutraal vliegen (www.greenseat.nl) kost € 7,34. Een taxi naar het centrum kost zo’n € 15, of pak elk halfuur voor € 1,50 de Airport Bus (www.alsa.es).
Lokaal vervoer
De beide treinstations en het busstation staan handig naast en tegenover elkaar aan het Plaza de los Estaciones. Lokale spoormaatschappij FEVE (www.feve.es) boemelt oostwaarts langs de kust naar Bilbao en westwaarts naar Asturië en Galicië, met de nationale maatschappij RENFE (www.renfe.es) bereis je de rest van Spanje. Alle plaatsen die niet bereikbaar zijn per trein, zijn dat wel per bus, al zijn de verbindingen soms schaars zijn en zijn er ontelbare busmaatschappijen met elk hun eigen routes – alle dienstregelingen zijn verkrijgbaar bij de centrale informatiebalie in de hal van het busstation.
Accommodatie
De luxueuze keuze is Hotel Real (2pk va. € 180 excl. ontbijt € 18, www.hotelreal.es), een witte suikertaart van een grand hotel, en een flinke klim vanaf het Playa de la Magdalena – maar dat maakt het uitzicht er alleen maar mooier op. Aan de boulevard bij de ‘kleine haven’ staat het opgeruimde Hotel Vincci Puertochico (2pk va. € 85 excl. ontbijt € 12, www.vinccihoteles.com), vlakbij het centrum en een plezierig kwartiertje kuieren of een busritje van het strand – vraag ook hier om zeezicht. Het ontbijt is mager; in een barretje aan de boulevard krijg je voor een habbekrats een café con leche en een ‘krossán’. Budgetoptie is Hostal San Glorio (2pk va. € 60 excl. ontbijt € 3,50, www.sanglorio.com) op loopafstand van de treinstations, visserswijk en boulevard. De buurt is wat sjofel, maar wie een mooie prijs bedingt zit hier goed.
Boottochtjes
Het pontje naar Pedreña en Somo (€ 3,20) vertrekt ’s zomers elk kwartier vanaf het Palacete del Embarcadero, in het laagseizoen minder frequent. Dezelfde maatschappij verzorgt plezante boottochtjes door de baai (1 uur, € 7,50) en over de Ría de Cubas (2,5 uur, € 9,50). Kaartverkoop en informatie in het glazen gebouwtje naast het Palacete aan de boulevard en op www.losreginas.es.
Informatie
Voor vertrek: Spaans Verkeersbureau, tel. 070 346 5900, www.spaansverkeersbureau.nl. Ter plekke: lokale VVV in de Jardines de Pereda, tel. +34 942 203 000, www.ayto-santander.es, regionale VVV in de Mercado del Este, tel. +34 901 111 112, www.turismodecantabria.com
Oorspronkelijk gepubliceerd in:

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages gratis in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: Het kopiëren van dit artikel is niet toegestaan, sorry!