Leestijd: 14 minuten

Door de alpen per IMAX-trein

Het is met stip een van Zwitserlands allermooiste treinreizen: met de Golden Pass van het Vierwoudstrekenmeer naar het Meer van Genève langs torenhoge alpentoppen, gletsjermeren, watervallen en bergdorpen vol glitter en glamour.

Jaloers. Dat ben ik niet snel, maar nu wel – en zo’n beetje alle eersteklaspassagiers met mij. Savio en Sandro, twee Italiaanse toeristen met foto- en videocamera in de hand op treinreis door Zwitserland, hebben voor vijftien frank elk een toeslagticket bemachtigd voor de VIP-fauteuils in de Golden Pass. Helemaal voorin zitten ze, op de plek waar normaal de machinist zit, die nu bovenin in een hokje is weggemoffeld. Door het enorme voorraam hebben de Italianen een 180-graden-panorama van het sappig groene alpenlandschap waar we in sneltreinvaart doorheen denderen. De rest van de ramen biedt ook fraai uitzicht, maar niemand zit beter en ziet het beter dan Sandro en Savio.

De trein als IMAX-theater, het is een slimme vondst van de Compagnie du chemin de fer Montreux-Oberland Bernois, alias MOB, die een smalspoorlijntje van Zweisimmen naar Montreux bestiert. Een van ’s werelds kleinste spoorwegmaatschappijen, maar wel een innovatieve: begin jaren 90 vonden ze de panoramawagon uit, met grote ramen zodat je vanuit je luie stoel zelfs de hoogste bergtop kan bewonderen. De nieuwe superpanoramatrein werd ontworpen door Pininfarina, de Turijnse designstudio die ook Ferrari’s en Maserati’s tekent. Binnenkort is er weer een wereldprimeur: vanaf 2016 rijden er treinen met uitschuifbare assen, zodat er op verschillende spoorbreedtes kan worden gereden en er niet meer hoeft te worden overgestapt.

Nu is een ritje met deze panoramatrein nog een heerlijke heisa. De Golden Pass is niet één expres, maar drie boemeltjes: met de Zentralbahn over tandradsmalspoor naar Interlaken, verder over ’s werelds steilste normaalspoor van de Bern-Lötschberg-Simplonbahn naar Zweisimmen en dan weer per smalspoor, ditmaal van de MOB, naar het eindpunt. Drie spoorlijnen, drie spoorwegmaatschappijen en tweemaal overstappen, maar dan heb  je wel een van Zwitserlands mooiste treinreizen te pakken, van het Vierwoudstrekenmeer naar het Meer van Genève, langs alpentoppen tot drieduizend meter hoog en zes turquoise gletsjermeren, over hoge bergpassen en door ontelbare tunnels.

Verliefd op Luzern

Mark Twain, Tolstoj, Goethe, Wagner en koningin Victoria – allemaal werden ze verliefd op Luzern, het vertrekpunt van de Golden Pass. Begrijpelijk: het is een schilderachtige stad die zo op de wikkel van een Zwitserse chocoladereep kan. De oude houten Kapellbrücke die schuin over de Reuss loopt, de talloze terrasjes die ’s zomers de rivieroevers opfleuren, de middeleeuwse stadsmuur met plompe torens die een prachtig uitzicht bieden op de stad tegen de achtergrond van de torenhoge Rigi en Pilatus en, lest best, het azuurblauwe Vierwoudstrekenmeer voor ontspannen boottochtjes.

Koningin Victoria beklom de berg in 1868 per muilezel, tegenwoordig is de Pilatus heel wat comfortabeler te bestijgen. Vanuit het nabije Alpnachstad vertrekt de steilste tandradtrein ter wereld naar de top van de Pilatus, de ruim tweeduizend meter hoge ‘huisberg’ van Luzern. Een pretritje van een half uur met een maximale stijging van 48 procent, zodat al piepend, krakend en slingerend een hoogteverschil van ruim 1600 meter wordt overwonnen. Onderweg wordt het uitzicht almaar mooier en eenmaal boven is het bij mooi weer goed toeven op het zonneterras van het historische Hotel Pilatus-Kulm, met een fenomenaal panorama op Luzern, zes meren en naar verluidt 73 alpentoppen rondom.

De andere populaire Ausflug vanuit Luzern is een boottocht op Vierwoudstrekenmeer. Op de Uri, een raderboot met een woest pompende vuurrode stoommachine uit 1901, werkt de kadans van de door het water duwende schoepen rustgevend. Bij een Urbräu-biertje zie ik op het achterdek oude luxehotels voorbijglijden met nostalgische namen als Hôtel du Lac, Bellevue en Beau Rivage. De kapitein trekt aan de stoomfluit, telkens weer, want om de haverklap wordt er aangemeerd bij een pittoresk bootstationnetje, waar een postbus, kabelbaan of bergtreintje zorgt voor verder vervoer naar bergdorp, wandelpad of alpentop. Niet alleen binnen, ook buiten lijkt de tijd al een eeuw stil te staan.

Aangename reis

“Das Zugteam der Zentralbahn begrüsst Sie an Bord des Golden Pass Panoramic und wünscht Ihnen eine angenehme Reise.” Meteen na Luzern gaat het loos: eerst is het landschap langszij het Sarnermeer en Lungernmeer nog lieflijk, door een groene vallei met tegen de grazige alpenflanken opgestapelde chalets, grazende Milka-koeien en kloeke kapelletjes met koperen spitsen. Voorbij Giswil, een dorp met niet veel meer dan een Spar, een Stube en een stationnetje, grijpt het tandwiel in de tandstaaf. Ik word achterover gedrukt in mijn stoel en al ratelend en slingerend gaat het steil omhoog naar de Brünigpas, op ruim duizend meter hoogte de toegangspoort tot het Berner Oberland.

Na de bergpas duikelt de trein weer een paar honderd meter naar beneden. In Meiringen, geboortedorp van de meringue, met uitzicht op de Reichenbachwaterval, sterfplek van Sherlock Holmes, wordt rechtsomkeert gemaakt. Aan de overkant van de vallei wordt langs de granieten bergwand weer omhoog geklommen. Van boven naar onder, van links naar rechts; de Golden Pass lijkt wel een achtbaan. Dan is het spoor vlak, gaat het eventjes in sneltreinvaart vooruit en is het uitzicht stiekem een beetje saai – een prima aanleiding om het rollende restaurant op te zoeken. Zodra mijn rösti op tafel komt, verschijnt het spiegelgladde, turquoise Meer van Brienz in zicht en is het weer gewoon genieten geblazen.

Na talloze bochten, tunnels en vergezichten komt de trein piepend tot stilstand in Interlaken, wintersportdorp op zakformaat. Tussen de twee treinstations loopt de hoofdstraat vol grand hotels met alweer van die nostalgische namen: Beau Rivage, Bellevue en Splendid – in de belle époque werd ook hier reuze luxueus vakantie gevierd in de frisse berglucht. Interlaken ligt op nog geen zeshonderd meter, helemaal niet hoog voor alpiene begrippen, maar het is de gedroomde uitvalsbasis. Hiervandaan kun je alle kanten op, zolang het maar omhoog is: per funiculair naar de Harder Kulm (1322 meter), per tandradtrein naar Europa’s hoogste treinstation op de Jungfraujoch (3454 meter) of per kabelbaan naar de Schilthorn, met het draaiende panoramarestaurant Piz Gloria (2970 meter), beroemd gemaakt door James Bond.

Jetset in Gstaad

De uitstap naar de alpentop van geheim agent 007 zit er voor mij niet in; mijn aansluitende Golden Pass staat gereed voor vertrek. Van het smalspoor van de Zentralbahn stap ik over op het normaalspoor van de Bern-Lötschberg-Simplon-Bahn, voor een boemelrit langs het Meer van Thun en het pittoreske stadje Spiez, langs rivieren, watervallen, wijngaarden, zwarte chalets, witte burchten en de hoogste bergen van het Berner Oberland naar Zweisimmen in het Simmental. Opnieuw komt de trein piepend tot stilstand voor de laatste noodzakelijke overstap: van het normaalspoor van de BLS op het smalspoor van de MOB naar Montreux, de derde en laatste etappe van de Golden Pass.

Onderweg nog eens vrijwillig uitstappen mag natuurlijk ook. Bijvoorbeeld in Gstaad, op het eerste gezicht een doodgewoon bergdorp op duizend meter van zo’n zevenduizend zielen, maar met meer beroemde bezoekers en inwoners dan het Gooi en Wassenaar bij elkaar. “Sorry meneer,” zegt de medewerkster van de lokale VVV kordaat, “daar doen we geen mededelingen over.” Ook de receptionisten van de luxehotels houden hun kaken stijf op elkaar: “Bij ons is iedere gast een VIP.” Het is geen geheim: Gstaad is het après-skiparadijs van de internationale jetset, met een onweerstaanbare aantrekkingskracht op al wie koninklijk, adellijk, rijk, beroemd of dat alles tegelijk is.

Charles en Diana, de Spaanse koning Juan Carlos en koningin Sofia plus Monaco’s Rainier en Grace waren hier kind aan huis. Joan Collins, Robbie Williams en Michael Jackson logeerden in het Gstaad Palace, de sjah van Perzië, Liz Taylor en Roger Moore hadden hun eigen pied-à-terres en Bernie Ecclestone, Roman Polanski en Julie Andrews hebben die nog steeds. Zij moeten wat met hun vrijetijd en dus zitten in de rustieke chaletjes in de Hauptstrasse behalve heel wat sterrenrestaurants ook Cartier, Gucci, Hermès en Louis Vuitton handig bij elkaar op een kluitje. In Gstaad geurt het geld naar champagne.

Mondain Montreux

“Prochain arrêt: Château-d’Œx.” Vanuit Gstaad rijdt de Pininfarina-trein door het dal van de Saane zo de taalgrens over, het Franstalige Pays-d’Enhaut in. Hier komen de panoramaramen en vipstoelen pas echt goed van pas: het gaat heen en weer over weg en water, rakelings langs loodrecht oprijzende bergwanden en soms dwars dóór bergen heen – de helft van de tijd valt er door al die tunnels weinig te zien, maar als er dan ineens wél uitzicht is, dan is het ook een alpenpanorama van heb ik jou daar, compleet met eeuwige sneeuw op de toppen.

Nog één flinke klim naar de tweeënhalve kilometer lange tunnel onder de Col de Jaman en dan begint de lange afdaling naar het eindpunt: een stief halfuur slingeren met uitzicht op het azuurblauwe Meer van Genève. De zon gaat onder, de avond valt en langzaam maar zeker komen de twinkelende lichtjes van de stad dichterbij. “Montreux, gare terminus” klinkt het uit de luidspreker en ik wandel door de zwoele avond over de met exotische palmbomen beplante boulevard naar het Palace au Lac, een paleishotel uit 1896 en een passend nostalgisch onderkomen in deze stad die, net als Luzern, Interlaken en Gstaad in de belle époque een verplichte stop was op de grand tours van de aristocratie.

“Als je tot rust wilt komen, kom naar Montreux,” zei Freddie Mercury tegen zijn vrienden. De flamboyante voorman van Queen woonde er jarenlang in een villa met meerzicht en nam er in de eigen studio van de band liefst vijf albums op. Hij had een punt: Montreux is mondain, de mediterrane ambiance is aangenaam en de ligging aan het meer schilderachtig, maar heel veel meer dan een wandeling over de voornoemde boulevard valt er niet te beleven. Geen nood: ook hier is er een ruim assortiment aan uitstapjes. Per veerboot naar het middeleeuwse Château de Chillon, dat Lord Byron inspireerde tot een beroemd gedicht, naar het naburige Vevey, de laatste woonplaats van Charlie Chaplin, of naar de wijnterrassen van de Lavaux, genoteerd op de Werelderfgoedlijst.

Gestrand in Jaman

Soms zit het mee, soms zit het tegen. Soms lijkt het tegen te zitten, maar zit het toch mee. Het goudgerande foldertje van de Golden Pass belooft een adembenemend panorama vanaf de top van de Rochers-de-Naye, de berg die tweeduizend meter boven Montreux uittorent, en een bloedstollend avontuur in de bergtrein ernaartoe. Maar laat er nou net een werktrein gecrasht zijn, die een lawinegalerij en het spoor beschadigd heeft. Werk aan de winkel dus voor de Prorailers van de MOB en drommen teleurgestelde toeristen bij het loket, want het treintje rijdt wel, maar vandaag niet verder dan Jaman, het voorlaatste station, 299 meter onder de top.

Met maar één dag de tijd in Montreux besluit ik de tocht toch maar te maken. De tijd die ik op de top bespaar, besteed ik door onderweg een paar keer uit te stappen: in Territet, het vertrekpunt van de funiculair, bekijk ik het voormalige paleishotel uit 1895 waar keizerin Sissi ooit logeerde, in Glion, het dalstation van de tandradtrein, lunch ik op het zonnige terras van het historische Hôtel Victoria uit 1869 met weids uitzicht op Montreux en meer, in Caux bewonder ik het sprookjesachtige voormalige Caux Palace Hotel, waarin nu Zwitserlands voornaamste hotelschool huist, en na een duizelingwekkende keertunnel van 180 graden duikt het treintje op boven de boomgrens. In Jaman op 1743 meter hoogte is het uit met de pret. Of misschien toch niet.

Er valt hierboven bar weinig te zien; het uitzicht houdt zich schuil in de mist. Een dorp is er niet, louter een restaurantje in het oude stationnetje met met wat picknickbanken voor de deur. De patron van dat Buffet de Jaman rent de benen uit zijn lijf; vol was de trein allerminst, toch beleeft hij de drukste dag van deze zomer. Jean-Michel, type ruwe bolster blanke pit, voert de passagiers koffie, thee en huisgemaakte citroencake. En het is dan wel pas drie uur, maar misschien willen we een bord rösti? Of een bed in de slaapzaal, bovenin het stationsgebouwtje? De hartelijke restaurateur blijkt het figuurlijke hoogtepunt van de trip – ook al rijdt de trein door naar de top, dan nog is een tussenstop in Jaman warm aanbevolen. Doen. Jean-Michel zal u met open armen ontvangen. 

Golden Pass Praktisch
Hoe kom je er?
• Vliegen: Amsterdam-Zürich metSwiss vanaf € 185 retour all-in.
• Trein: Amsterdam-Basel-Luzern per ICE/ICN in 8 uur, enkeltje vanaf € 72, alleen te koop op grotere stations of telefonisch; tel. 0900-9296 (35 cpm).
• Nachttrein: dagelijks één rechtstreekse CityNightLineAmsterdam-Zürich in 12 uur, couchette vanaf € 49 enkele reis.
• Van Zürich verder per trein in drie kwartier naar Luzern, enkeltje CHF 23.
Golden Pass
• De Golden Pass Line bestaat uit drie treinen op de sporen van drie maatschappijen: Luzern-Interlaken per Zentralbahn, Interlaken-Zweisimmen per BLS en Zweisimmen-Montreux per MOB.
• Er zijn drie treinsoorten: van Luzern naar Interlaken de Golden Pass Panoramic met panoramaramen, van Interlaken naar Zweisimmen normale rijtuigen, en van Montreux naar Zweisimmen is er keuze uit de de Golden Pass Panoramic met panoramaramen, de Golden Pass Panoramic VIP met voor- en achterin acht stoelen op de plaats van de machinist en de Golden Pass Classic met rijtuigen in belle époque-stijl.
• Een enkele reis Luzern-Montreux kost CHF 70 (2e klasse) of CHF 116 (1e klasse), reserveren (niet verplicht) kost CHF 17, de toeslag voor een vipstoel (alleen 1e klasse) is CHF 15. Met de Swiss Pass reist u gratis.
• De totale reistijd, inclusief overstappen maar zonder uitstapjes, bedraagt een kleine vijf uur.
Accommodatie
• Luzern: het kleine maar fijne Hotel Zum Rebstock was ooit het logeeradres van Lenin en Kafka. Boek een van de twee zolderkamers met dakterras met uitzicht op de stad en de Hofkirche. 2pk va. CHF 295.
• Interlaken: het Metropole is met stip het lelijkste gebouw van het dorp. Boek hier een bed, dan hoef je er tenminste niet naar te kijken, maar heb je vanaf balkon of dakterras wel een fenomenaal uitzicht. 2pk va. CHF 110.
• Gstaad: slaap in stijl in vijfsterrenhotel Gstaad Palace, het sprookjeskasteel dat hoog boven het dorp uittorent. Wel een goedgevulde creditcard meenemen. 2pk va. CHF 650.
• Montreux: Eden Palace au Lac is een paleishotel uit 1896 met een nostalgisch, zij het ietwat sleets interieur, op een prachtlocatie aan het Meer van Genève. Boek een balkonnetje met meerzicht. 2pk va. 160.
• Glion: Hôtel Victoria is een paleishotel uit 1869, liefdevol opgeknapt en heringericht met antiek meubilair, met prima restaurant en tuin met wonderschoon uitzicht op het Meer van Genève vanuit de hoogte. 2pk va. CHF 280.
Meer informatie
Zwitserland Toerisme, Amsterdam, tel. 00800 100 200 30
Golden Pass Line, Rail Center in station Montreux, tel. +41 840 245 245
Luzern Tourismus, Bahnhofstrasse 3, tel. +41 41 227 1717
Interlaken Tourismus, Höheweg 37, tel. +41 33 826 5300
Gstaad Tourismus, Promenade 41, tel. +41 33 748 8181
Montreux Tourisme, Rue du Théatre 5, tel. +41 21 962 8486
Oorspronkelijk gepubliceerd in: ,

Gratis nieuwsbrief
Wil jij mijn reisreportages gratis in je mailbox? Ik stuur je graag eens per kwartaal mijn nieuwsbrief.

error: Het kopiëren van dit artikel is niet toegestaan, sorry!